Zeerovers (2)
Door Arie van Wiggen op 28-07-2004In deel 1 hebben jullie al kunnen lezen wat er aan dit deel vooraf is gegaan, en in dit tweede deel wil ik wat dieper ingaan op de door ons toegepaste c.q. toe te passen materialen.
Het vissen op zeebaars is op zich geen dure bezigheid. Net als iedere andere hobby zul je enigszins moeten investeren, zowel in tijd als in de aan te schaffen materialen (overigens hebben wij bij onze trip dankbaar gebruik gemaakt van de huurmaterialen aan boord van de Joint Venture en ik kan je de garantie geven dat dit absoluut geen afgedankte rotzooi is….). Het boeken van een dergelijke trip is daarom mijns inziens ook zo interessant, het kost wel wat maar daar krijg je dan ook heel wat voor terug!
De hengel
Eigenlijk kan ik hier redelijk kort in zijn, een goede strakke spinhengel met een parabolische actie voldoet al prima voor deze vorm van visserij. Een 70-150 grams hengel met een lengte tussen de 2.70m en 3.30m is in principe voldoende en mogelijk dat de meeste roofvissers onder ons al een dergelijke hengel in hun bezit hebben om met zwaardere stukken kunstaas te trollen/werpen vanuit de boot.
Het zou moeten kunnen volstaan met een lichtere hengel, echter wil het vanaf de boot nogal eens voorkomen dat we te maken hebben met behoorlijke stroming wat een behoorlijke weerstand kan geven op het aangeboden (kunst)aas. Tevens zullen er soms grote afstanden geworpen dienen te worden om zodoende dichter bij het wrak of de (vaar)geul te komen. Vergeet overigens niet hoe bizar de aanbeet van een zeebaars kan zijn, de hengel wordt bijna uit je handen gerukt, de adrenaline spuit door je lichaam en een fantastische dril is het gevolg waarbij de zeerover zich niet altijd zomaar gewonnen geeft….

Explosieve krachten komen vrij na een harde aanbeet van een zeebaars...
Molen of reel?
Het huurmateriaal aan boord bestond uit prima hengels en dito molens. Wij hebben allen gevist met een Shimano Stradic 800 FH. Dit is een molen met een gewicht van 565 gram, een lijncapaciteit van 210m (0.35mm) en een inhaalsnelheid (gear ratio) van 5.7:1. Het meest belangrijke onderdeel van de toe te passen molen is de slip. Deze moet geleidelijk de lijn af kunnen geven en moet tijdens de dril nauwkeurig instelbaar zijn. Laat je overigens bij de aanschaf van een dergelijke molen goed voorlichten en staar je niet blind op de hoeveelheid lagers. Er zijn molens met een behoorlijk aantal lagers die qua kwaliteit stukken minder zijn dan de molens van diverse gerenommeerde merken met minder lagers.
Bennie heeft zelf gevist met zowel een molen als een reel, het ligt er maar net aan waar je persoonlijke voorkeur ligt. Ik geef er zelf de voorkeur aan om met een molen te vissen, zeker als er over behoorlijke afstanden geworpen wordt en de lijn een behoorlijk eind moet worden binnengedraaid.
Lijn
Nylon is wat mij betreft absoluut onbruikbaar vanwege de rek die er in zit met als gevolg het mindere contact met je (kunst)aas en de vis wordt minder snel gehaakt. Dyneema is hierbij het toverwoord en een 20 ponds lijn, mag eventueel meer zijn, is ruim voldoende. Het verdient wel de voorkeur een zogenaamde voorslag te gebruiken (wij hebben hiervoor fluo carbon gebruikt). De reden hiervoor is dat wanneer je in een wrak vast komt te zitten, de lijn op het zwakste stuk breekt, voornamelijk op de overgang tussen de voorslag en de dyneema lijn, en je niet onnodig je dure gevlochten lijn verspeelt.
Het aas
Vanaf de boot zijn er diverse mogelijkheden. Verchroomde pilkers van 90 tot 120 gram, afhankelijk van het tij en de stroming, voldoen prima. Ook shads en twisters voorzien van het juiste gewicht aan loodkop, hebben hun effectiviteit aan boord bewezen.

Hengels uitgerust met shads...

en verchroomde pilkers...
Natuurlijk zijn er nog vele andere mogelijkheden, diep lopende pluggen en vanaf de kant is het zelfs mogelijk om met oppervlakte aas de vis achter de schubben aan te zitten, echter wil ik specifiek bij het vissen vanaf de boot blijven.
Ik moet zeggen dat het huren van materialen aan boord van het schip me absoluut niet is tegengevallen, sterker nog, het heeft in mijn optiek een behoorlijk aantal voordelen. Ten eerste hoef je niet met je eigen materialen te zeulen en ten tweede is het zout funest voor je materiaal. Goed onderhoud en spoelen na gebruik is geen overbodige luxe en zorgt mede voor het langdurige behoud van je materialen.
Bij het landen van de zware vissen is het gebruik van een goed landingsnet zeer zeker aan te raden. Bennie Muizelaar stond wat dat betreft continu paraat om bij te springen als er een sterke en grote vis gedrild werd, en ik kan je melden dat dit zeer prettig is wanneer je een gewichtige vis van ver hebt binnen moeten “draaien”.

Ook gul kan behoorlijke weerstand bieden bij het drillen...
In het volgende en laatste deel van ons zeebaarsavontuur wordt de bijzondere vangst waaraan ik in deel 1 refereerde, aan een nader blik onderworpen en zal ik nog wat sfeerfoto's plaatsen die deze dag tot een hele speciale maakte.
Door Arie van Wiggen op 28-07-2004


Op twitter
RSS feed




































