Zomaar een visdag met gevolgen.

Door Berthil Bos op 26-12-2009


Het is op een donderdag dat ik Peter Nan bel waar hij zich op het moment bevind, omdat ik na mijn zakelijke beslommeringen in Noord-Holland nog wat tijd over heb. Peter had mij laten weten dat hij die dag samen met twee andere ervaren rotten Hans Rademaker en Cees van Straaten een dagje met doodaas in de polder aan de slag ging in deze omgeving. Na wat gezoek zie ik de auto van Hans in de berm staan en ik parkeer die van mij ernaast.


De drie Musketiers van links naar rechts,Peter Nan, Hans Rademaker en Cees van Straaten.

Vanuit mijn auto zie ik de drie Musketiers onderaan een wal staan en ik begrijp direct dat de vele jaren ervaring van deze heren deze stek heeft opgeleverd want het bestaat uit een T splitsing van twee wateren met aan beide kanten een brug. De noordwestelijke wind stuwt het water van de ene vaart op de oostelijke oever van de andere waardoor deze altijd dieper is dan de westelijke waar de heren staan. Ik had voor de zekerheid een paar lieslaarzen en wat kunstaas meegenomen en zodoende was het plan om een uurtje wat te werpen. Na een hartelijke begroeting wilde ik mijn visgerei pakken maar de heren stonden er op dat ook ik als verstokt kunstaasvisser een dooie voorn te water zou laten.

Kunstaas vangt hier niet en zeker de grote dames hadden dit in hun lange leven al zoveel gezien. Nu werkt dit bij mij als een rode doek op een stier en ondanks de goedbedoelde aanbevelingen ging er een geel gekleurde spinnerbait aan de spelt. Peter had die dag al twee mooie snoekbaarzen en een snoek van 96 cm. verleid met voorns van ca. 20 cm. en Hans verspeelde een dikke meter snoek onder de brug zonder hem te hebben gezien.


96 cm, maar vet als een varken.

Er werd dus gevangen op aasvissen en net toen ik aan de andere kant van de brug mijn geluk wilde beproeven krijgt Cees (oom Cees voor vrienden) er één op en na een korte dril komt er een mooie snoekbaars van +/- 80 cm. aan de oppervlakte, maar door wat drijfvuil aan de kant verpeelt hij hem maar hij is gezien.


Oom Cees verspeelde een mooi tachtiger snoekbaars die geen moeite had met een aasvis van ca 20 cm.

De mannen proberen mij nog een keer over te halen, toch zet ik door met mijn kunstaas obsessie en ga de dijk over naar de andere kant van de brug. Mijn spinnerbait met veel bucktail is na de eerste worp goed met water doordrenkt en nu kan het vissen beginnen. Maar van dit vissen komt niets want Peter roept mij van de andere kant dat ik moet komen. Op de dijk zie ik een diepgebogen hengel en water dat hevig in beroering is. Een grote snoek had zin in een geperforeerde voorn en vecht voor wat zij waard is.


Liever een te groot net dan het risico van verspelen, dit net is niet geschikt voor grote snoek!

Na enige tijd ligt er een mooie dame te wachten om geschept te worden met een net die te klein is en de eerste poging mislukt dan ook. De tweede keer gaat het goed en voor de volgende keer gaat er een groter net mee is de afspraak. Het meetlint geeft 104 hele centimeters aan met een omvang om u tegen te zeggen. Hans ontfermt zich over de vis om deze te onthaken waarbij hij de kielgreep hanteert om de bek te openen. Normaal doe je dit bij grote vissen met al je vingers maar omdat de vis op de grond licht doet Hans het met één. De dame bevalt deze hele operatie niet en gaat rollen waarbij de vinger klem komt te zitten wat geen lekker gevoel is kan ik je verzekeren. Ondanks dit pijnlijke voorval gaat het onthaken vlot en na een paar foto’s gaat ze terug om over een tijdje een andere sportvisser blij te maken.


De kieuwgreep bij grote vis is gemakkelijk maar doe het met de hele hand.

Wat ook opvalt tijdens deze visserij en ik ben daar al jaren van overtuigd, dat zodra het jaar vordert de snoeken gaan samenscholen en het mogelijk is meerdere vissen op een plek te vangen. Hans doet weer een poging om mij zover te krijgen en na het zien van die mooi vis van Peter ben ik om en wordt er een hengel gereed gemaakt waarbij de takel mij opvalt door zijn eenvoud en effectiviteit.


De aasvis komt bij dit systeem in een soort driehoek te hangen waarbij de haken boven in de rug en op de kop geplaatst worden.

Hierdoor hangt de dode aasvis altijd netjes horizontaal net boven de bodem. Het licht voor de hand dat je deze takel kan gebruiken bij statisch of langzaam slepend vissen. Op dit soort water waar het ongeveer twee meterdiep is wordt geen lood gebruikt maar een dobber met eigen loodverzwaring. Het aasvisje wordt geperforeerd waardoor het uit zichzelf naar de bodem zakt en ook nog een reukspoor afgeeft.


De takel moet van goede kwaliteit zijn want deze gaat ondanks het snelle aanslaan geheel in de bek.

Het geheel gedraagt zich heel natuurlijk en de vis voelt bij een aanbeet nauwelijks weerstand. Het materiaal wordt netjes door Hans klaargemaakt en de takel wordt voorzien met een flinke aasvis al heeft Hans behoorlijk veel last van de vinger die als maar dikker wordt. Ik zorg ervoor dat de wind vat kan krijgen op de lijn en dobber en zodoende de aasvis uiterst langzaam naar oostelijke oever begeleid waar het tot dicht aan de kant nog aardig wat water staat. Aangekomen op de plaats van bestemming lijkt het mij een goed plan om de aasvis daar even te laten liggen en de snoek de tijd te geven het op te sporen. De hengeltop even onder water om de lijn onder de oppervlakte te krijgen waardoor de wind geen invloed hierop heeft en mijn hengel kan in de steun.


Dit soort verwondingen beschouwen we als een trofe. Gekke mensen toch die snoekvissers.

We bekijken de beschadigde handen van zowel Peter als Hans waarbij buiten de geliefde schaaf en bijt wondjes de vinger van Hans er niet goed uitziet. Lang kunnen we er niet bij stilstaan want uit mijn ooghoek zie ik de dobber bewegen en een dode aasvis kan dit niet veroorzaken. Langzaam maar zeker verdwijnt het uitzicht en door de takel kan ik snel aanslaan. De lijn nu wat inhalen, contact zoeken met de vis en net als ik iets weerstand voel wordt de haak gezet. Het mooie van een grote snoek is dat je direct door hebt dat het om iets massiefs gaat want ook deze vis is de rust zelf met af en toe het zware kopschudden. Weer komt het te kleine schepnet er aan te pas maar gelukkig gaat het bij de eerste poging goed. 107 cm. snoek wordt onthaakt en snel terug gezet en een blije Berthil bied ter plekke zijn kunstaas collectie te koop aan.


107 cm tijdens een zeer korte vissessie dan kan je wel lachen.

Na een halfuurtje vissen en 107 cm rijker neem ik afscheid van de mannen die nog even doorgaan maar de vinger van Hans noodzaakt ook hen om niet lang hierna te stoppen.

Om even terug te komen op de kopregel "zomaar een visdag met gevolgen" wil ik het hebben over de gevolgen.

Het gebruik maken van de kieuwgreep met één vinger bij een grote snoek is iets wat je te allen tijde moet voorkomen omdat je dan geen controle heb over de vis als deze zich gaat verzetten. Zodra de vis groot genoeg is om al je vingers achter het kieuwdeksel te plaatsen moet je dit ook doen en de met de duim kan je het dan afklemmen (lees mijn artikel "landen ondanks de tanden". Hans heeft ondanks zijn ervaring dit even uit het oog verloren en de gevolgen zijn een gebroken vinger waardoor het vissen voor hem een aantal weken niet mogelijk is.


Hans Rademaker ondanks een gebroken vingernog altijd behulpzaam bij het landen en onthaken.

Een ander gevolg van deze dag is dat je op een dergelijke dag er achter komt dat kunstaas niet altijd zaligmakend is en dat het aanvoelen van de situatie (tijd van het jaar, soort water, hengeldruk, etc.)je vangstkansen alleen maar bevorderen. Voor mij is deze ervaring één met het gevolg dat ik weer een roofvis discipline aan mijn toch al niet klein pakket kan toevoegen. Als kunstaasvisser ben ik er nog steeds van overtuigd dat je qua aantal beter af bent met kunstaas al is het formaat over het algemeen wat kleiner. De grote dames onder de snoeken kennen de klappen van de zweep maar zijn niet te houden als er een vers visje voor hun neus voorbij komt.


Zo lijkt het net een vis die volledig over het kunstaas is gegaan.

Iets anders wat bij mij positief overkwam is dat je door deze manier van vissen tijd hebt om tijdens een dergelijke dag je ervaringen en andere zaken te delen met je vismaten omdat er je langere tijd op één plek verblijft. Als kunstaasvisser loop je langs de waterkant of hopt van stek naar stek, drukdoende het aasje goed te presenteren, geen tijd voor andere dingen en alleen als de dag ten einde is worden er ervaringen gedeeld althans dat is bij de meesten zo. Natuurlijk moet deze visserij je liggen, maar nooit geschoten is altijd mis en als je er zo achter komt dat de grote vissen er wel degelijk zitten kan je dit gebruiken voor je volgende kunstaassessie.

Wat dacht je verder van de snoekbaarzen die de grote voorns van ca. 20 cm. zonder pardon aanvallen en alleen door de weerstand van de relatief grote dobber en grove uitrusting het de aasvis weer loslaten. Dit zet je te denken en hieruit kan weer iets gaan groeien waar je veel plezier aan kan beleven. Al met al was het een uiterst plezierige ervaring die ik heb opgedaan bij deze heren en de volgende visdag is al gepland.


Catch and release.


Ik wens iedereen veel snoekplezier in 2010.


Door Berthil Bos op 26-12-2009