Relax trollen, vergeet het maar.
Door Berthil Bos op 01-02-2010

Relax trollen is niet aan mij besteed.
Begrijp mij goed, ook ik ben verslingerd aan het bestoken van de roofvis met vele soorten kunstaas en als er zich situaties voordoen dat er geen verschil is in vang kansen tussen trollen of werpen, dan is werpen mijn eerste optie. Voor mij is een visdag er één die besteed wordt aan de roofvis met welke techniek dan ook, werpend, trollend, diagonaal, verticaal of de vliegenlat, de situatie bepaald wat er wordt gedaan.
Trollend vissen is een uitstekend manier om veel water te bestrijken om zo te zien waar de vis verblijft of hoe deze te vangen is op het wat grotere water. Tijdens een visdag waarbij ik slepend kunstaas aan de roofvis presenteer, kan je diverse vistechnieken gebruiken, zodat het absoluut niet saai of slaapverwekkend is en je behoorlijk vermoeid op het einde van een dergelijke dag bij de trailer helling terugkeert. Hoe ik de visdag op groot water slepend aanpak wil ik in dit artikel uitleggen en zal het dan voornamelijk hebben over de periode januari tot einde seizoen omdat dat op dit moment het dichts bij de praktijk komt. Zoals ik al zei, trollend vissen is ‘’de’’ manier om regelmatig een snoek te vangen als de vis moeilijk te vinden is en de komende tijd tot einde seizoen is een dergelijke periode.

De snoek verlaat zo langzamerhand de winter stekken.
Onder normale omstandigheden begint de snoek eind januari zich over het water te verspreiden vanuit de overwintering stekken zoals havens, diepe gaten, etc. Dit komt omdat de dagen alweer wat langer worden en de zon en maanstand veranderen wat voor de snoek, buiten het warmer worden van het water, het teken is om richting ondieptes te trekken voor het paai gebeuren. Niet dat de snoek eind januari al op deze ondieptes bevindt, maar de diepere gedeeltes die hier voorliggen, kunnen zeer interessant zijn. De snoek verzameld zich hier in afwachting van de watertemperatuur die naar ca. 8 graden Celsius moet stijgen om te beginnen met de pret, waarbij de kerels natuurlijk als eerst de ondieptes opgaan. Dit is een belangrijk gegeven want hierdoor kan je d.m.v. een temperatuur peiling bepalen of de snoek wel of niet op het ondiepe aanwezig is. Omdat de snoek dus erg verspreidt kan liggen moet je meters maken en al trollend kan je zomaar interessante plekken tegen komen.

Zomaar een interessante plek op het wijd.
Voor dat ik verder ga hoe ik dit aanpak, wil ik het even hebben over wat nu het einde van het snoek seizoen is. Puur na de wet gekeken is het afgelopen met de pret op 1 maart en de snoeken die in maart nog worden gevangen dienen teruggezet te worden. Gelukkig worden heden ten dage de meeste snoeken ook in de normale periode teruggezet, zodat we ons daar geen zorgen over hoeven te maken, alleen zou ik graag zien dat er een algemeen meeneem verbod zal komen deze vissoort. In de maand maart mogen er nog wel andere roofvissen belaagd worden met allerhande kunstaas die ook graag door onze groenjas gepakt wordt, vandaar ook de regel om deze terug te zetten. Nu heb ik veel respect voor degene die zich aan deze regel houden, maar de praktijk leert dat er collega vissers zijn die ook in maart de snoek belagen omdat de wet deze mogelijkheid biedt. Dit wordt nogal eens hard aangepakt door artikeltjes van zogenaamde moraalridders, die een anders denkende verafschuwen, maar wel in deze tijd de ‘’ snoekbaars ‘’ te lijf gaan met 20+ kunstaas of in het buitenland actief zijn in de paaitijd. Natuurlijk moet je voorzichtig zijn met snoeken die zich voorbereiden voor de paai, maar dat doen ze onder normale omstandigheden al in februari, in het snoek seizoen dus. Kort drillen en snel weer terug is nu zeker van belang en ondersteun de vis voor een eventuele foto niet bij de buik, anders kan er hom of kuit naar buiten komen. Het liefst onthaak ik de vis in het water, waarbij een weerhaakloze dreg mij uiterst behulpzaam is.

Ze zijn nu dik van het kuit dus wees voorzichtig.
Trollen.
Trollen doe ik met twee hengels, één handhengel met een lengte van ca. 220 die lekker snel is en waarmee ik lekker kan spelen of reageren op de bodemgesteldheid met het heffen of neerhalen van de hengeltop. De tweede hengel heeft een lengte van 270 en wordt haaks op de boot geplaatst d.m.v. een hengelsteun. Deze hengel moet wel behoorlijk body hebben om de haak te zetten maar tevens vergevingsgezind zijn. Hiermee wordt bedoeld dat bij een aanbeet de hengel mooi mee buigt en niet alleen de top reageert zoals bij een snelle hengel. De afgesteunde hengel moet de eerste klappen opvangen voordat je hem ter hand neemt en juist in die tijd zal de snoek de haken lossen omdat deze als het ware uit de bek worden getrokken als de hengel te stijf is. Eerst gaat bij mij als schipper de afgesteunde hengel te water om dan vervolgens het kunstaas aan de handhengel te laten zwemmen. Deze laat ik rustig niet naast maar achter de spiegel van de boot met de reel in de vrijloop uitvieren tot de lijn lengte die ik goed acht. Doordat er nu een behoorlijke afstand is tussen het kunstaas van de hand en de afgesteunde hengel bedek je iets meer water en heb je wat meer speelruimte bij een aanbeet, maar ik heb weet ook, dat het kunstaas in de turbulentie van het vaarwater, de snoek erg interesseert.

Zoek de structuren en/of waterplanten.
Om te bepalen hoever het kunstaas achter de hengeltop moet zwemmen heb ik een trucje. De lijn van een gemiddelde diameter (ca. 25/00)geeft niet al teveel weerstand onder wateren laat het toe om het kunstaas naar de bodem te begeleiden en dit niet al te ver van de boot, om de controle behouden. Ik heb mijn lijn om de 5 meter met een watervaste viltstift een stukje gekleurd om te weten hoeveel lijn ik heb uitstaan. Dit is belangrijk vooral als de vis zich bij de bodem bevindt zoals in deze periode en niet erg actief is om het kunstaas bij de oppervlakte weg te kapen. De lengte van de uitgezette lijn bepaald voor een groot deel de diepgang van het aas en voor bijvoorbeeld de plug geld dat de aangegeven diepte gebaseerd is op een uitstaande lijn van ca 15 meter van een gemiddelde lijn diameter. Bij deze lengte hebben de meeste pluggen de diepte bereikt die op de verpakking wordt aangegeven.

De FireLine Tacer Braid heeft om en om geel en zwarte stukken van een meter lang waarbij je of kan tellen of de gele met een rode stift markeren om de vijf meter.
Als ik nu met bijvoorbeeld met een dieplopende Little Ernie aan de slag ga die volgens de fabrikant een diepte van 4,50 mrt. kan bereiken, dan zal deze plug op 15 meter van de boot ook deze diepte bereiken. Is het water minder diep dan zal de plug zich telkens met de schoep de bodem in boren en dat is niet de bedoeling. Door nu de Ernie en dit geld voor de meeste pluggen, op ca. 10 meter te laten zwemmen, zal de plug een derde van zijn diepte inboeten en zal deze nog maar op een diepte van 3 meter aangeboden worden. Laat je hem op 5 meter lopen dan gaat er twee derde af en loopt deze diepduikende plug nog maar 1.50 m. en is het een ondiep lopende plug geworden.
Door de markeringen op de lijn kan je snel bepalen op welke diepte het kunstaas gaat en hoef je niet aldoor weer bodem contact te zoeken wat hangers, vuil en andere narigheden kan veroorzaken. Ook is het op deze manier ontzettend gemakkelijk de juiste diepte weer terug te vinden waarop je de aanbeten krijgt. Het ligt voor de hand dat je dit met elk soort kunstaas (rubber, spinnerbaits, etc.) kan doen, al moet je dan eerst even uitzoeken wanneer dit zijn maximale diepte bepaalde bereikt door de bodem aan te tikken.

Ook je vismaat moet snel kunnen reageren.
Snoek is geen liefhebber van een vlakke bodem zonder structuur en/of plantjes waar het zich lekker kan verschuilen, juist daarom is het snel bepalen van de diepte erg belangrijk omdat je naar bodemstructuur zoekt van kuilen en bulten en taluds die je al zigzaggend of op en af moet bevissen. Goede stuurmanskunst en opletten is het halve werk bij het trollen en dit vergt behoorlijk wat concentratie zodat van relax vissen weinig overblijft. Daarbij is het goed te weten dat als je samen met een vismaat in de boot zit deze dichtbij de stuurman plaats moet nemen omdat je met korte wendingen te maken hebt en zodoende snel kan reageren op de stuur manoeuvres zonder dat de kapitein e lijnen constant in de motor of de nek heeft. Ook moet en dit wordt vaak onderschat, de stuurman veel mondeling contact houden met zijn vismaat om hem op de hoogte te stellen over de structuren onder water die op deze manier van vissen aldoor veranderen.

Grote en rustig flankende pluggen zijn nu top.
Ik zei al dat de snoek zich na een periode van het statisch ophouden op de winterstekken, ongeveer eind januari de behoefte krijgt om zich te gaan verspreiden over het water op zoek naar de paaigronden. Dit houdt natuurlijk niet in dat de jongens en meisjes dit met veel bombarie doen want ook nu is het water nog koud en zal de snoek maar ook de andere vissen zich langzaam voortbewegen. Langzaam gepresenteerd kunstaas is het devies en het versnellen en attractief laten dartelen van het aas moet je nu achterwegen laten.
Ik zelf vis nu graag met grote rubberen shads die zich rustig gedragen en al flankend hun werk doen, maar ook grote flankende pluggen zoals de Grandma 7.5’’/19 cm. zijn nu top als ze maar dicht bij de bodem worden aangeboden. Kom je een mooi talud tegen of een mooi bodem structuur in de buurt van een ondiepte waar rond de 4 á 5 meter water staat, dan zal je vaak zien dat er op deze plaatsen (aas) vis aanwezig is en deze plekken verdienen dan ook de nodige aandacht.

Als er aasvis aanwezig is dan kan ook dit gebeuren.
Allereerst vaar ik met een rustig gangetje de stek over, waarbij ik op zoek ga naar snoek, door van links naar rechts te sturen of het talud op en af. Bij een talud hoef je niet ondieper te gaan dan 2.50m. wat in de warmere tijden absoluut wel moet gebeuren. Ik kan je verzekeren dat als je aasvis op deze plaatsen ziet dat de snoek in de buurt is, maar door het koude water zijn ze niet snel bereidt om uit hun slof te schieten. Het kunstaas moet als het ware in de bek gevaren worden, dus meerdere pogingen zijn hier op zijn plaats. Ik zelf heb tijdens deze trol sessies altijd een derde hengel gereed liggen die ik inzet als ik overtuigd ben dat Esox aanwezig is. De vis is langzaam en ik ben dan ook bereidt, als aanbeten op dit soort stekken uitblijven, het over een andere boeg te gooien. Daartoe activeer ik mijn Electro frontmotor, maar een spiegel elektro kan ook al kan je de fontmotor tijdens het gewone trollen gewoon in het water houden wat ook weer andere voordelen heeft.

Het kunstaas als het ware in de bek varen.
Elektromotor.
Goed uitziende stekken met veel structuur met een diepte van 4 tot 5 meter vlakbij ondiepe platen waar waterplanten en ander vegetatie voorkomen worden nu met een elektromotor aangevallen waardoor ik mijn kunstaas nog langzamer kan presenteren. We hebben het hier niet over het verticalen op snoek want je moet meters blijven maken maar het aas moet wel constant contact houden met de bodem. Je zult begrijpen dat de gewone plug ongeschikt is voor deze techniek want het aas moet aan een korte lijn naar de bodem, om daar onder anderen herrie te maken door hier tegenaan te stoten. De stofwolken en het bonken trekken de aandacht en hiervoor is een rubber creatie met een flinke loodkop uitermate geschikt.

Groot rubber met zware loodkoppen.
Neem de loodkop niet te licht waardoor je weer te veel lijn moet geven om de diepte te bereiken. 50 á 60 gram is een mooi gemiddelde bij rubber van ca. 20 á 25 cm. want de snoek is wel in voor een flinke hap en vergeet hierbij niet de stinger (staaldraad met dreg) op de rug te plaatsen om te voorkomen dat je alsmaar vuil oppikt. Een ander aas dat ik graag voor deze visserij gebruik en niet alleen hiervoor, is de SPINNERBAIT.
Eigenlijk gebruik ik dezelfde spinnerbait als bij het werpen maar dan met een loodkop gewicht van minimaal 120 gram. Zorg er voor dat je naar boven gerichte haken op dit kunstaas gebruikt en geen dreg om hangers en vuil te voorkomen. Ook vervang ik het brede colorado blad voor een smal olijfvormig blad waardoor de spinnerbait niet alleen sneller op diepte is en blijft, maar de smalle bladen draaien ook gemakkelijker om de as bij een lage snelheid en pakken minder snel vegetatie op.

Spinnerbait met veel lood en smal blad.
De techniek is dezelfde als bij het rubber dus de spinnerbait met langzame halen tegen de bodem laten stuiteren. Een andere manier waar ik veel succes mee heb is de spinnerbait op de bodem zetten en deze dan hierover voort slepen. Door de naar bovengerichte enkele haak of haken kan je hem rustig over de grond slepen waarbij het spinnerblad of bladen attractief blijven ronddraaien. Met dit soort trucjes kan je de langzame wintersnoek goed verleiden, maar natuurlijk is dit ook in andere seizoenen goed te gebruiken als je het tempo aanpast en zal je op einde van een visdag moe maar voldaan de boot gaan traileren, omdat je weet dat je er alles aan hebt gedaan om onze geliefde sportvis tijdelijk aan zijn of haar omgeving te onttrekken. SUCCES !
Door Berthil Bos op 01-02-2010


Op twitter
RSS feed




































