• Trollen op zomersnoekbaars


    Iedereen kent wel de standaard manieren om snoekbaars te vangen, verticalend
    vanuit de boot of bellyboat, met doodaas onder een dobber of vanaf de kant
    zonder dobber. Dat het ook anders kan, bleek afgelopen zomer wel. Slepend met
    kunstaas mochten we grote aantallen snoekbaarzen vangen op één van de grote
    rivieren die ons land rijk is.

    De temperaturen liepen aardig hoog op en met de buitentemperaturen, bleven
    ook de watertemperaturen stijgen. In de rivieren staat altijd voldoende stroming
    om voor zuurstof in het water te zorgen, dus daar zullen niet zo snel problemen
    ontstaan. De hoofdreden van onze trip naar de rivier, was het vinden van
    roofblei. Vandaar dat één hengel voor roofblei te water ging en de steunhengel
    was iets zwaarder met een groter stuk kunstaas voor snoek of een gretige
    snoekbaars. Na enkele trips op de rivier, waren we er al snel achter dat deze
    grotere plug juist zeer aantrekkelijk was voor snoekbaars, mits goed gevist
    natuurlijk.

    Gemiddeld formaat tijdens het trollen ligt zo rond de 65
    cm.

    Onze eerste aanbeten van snoekbaarzen kregen we op kleinere pluggen waarmee
    we visten op baars en roofblei. Pluggen als de DD Squirrel van Illex duiken
    normaal tot een diepte van 2,5 – 3 mtr. Deze snoekbaarzen wisten we op een
    diepte van 2 meter te vangen, in een bocht van de rivier. Het geeft dus maar
    weer aan dat snoekbaars echt niet diep hoeft te zitten! Naarmate we de rivier en
    zijn stekken beter verkenden, kwamen we andere goede stekken tegen. Waren het op
    het stuk van 2 meter diepte vooral de kleinere snoekbaarsjes (tot 50cm) die de
    plugjes pakten, nu op de diepere stukken (4 -5 mtr), lagen ook de betere
    snoekbaarzen, uitzonderingen daar gelaten uiteraard. Op de foto hieronder is
    bijvoorbeeld een 80+ te zien, die op een diepte van 2,5 meter lag.

    Een dikke 80+ op de DD Squirrel van Illex toen het talud
    opgevaren werd..

    Voor de diepere stukken op de rivier, denk aan een meter of vijf, moet een
    diep duikende plug gebruikt worden om de snoekbaarzen te bereiken. Anders dan
    bij het verticalen, waarbij de loodkop de shad op de grond houdt, moet je nu
    zelf zorgen dat de plug in de buurt van de bodem  blijft. Dit betekend dus
    lijn geven en nemen oftewel actief vissen! Wil je alleen je hengel uit gooien en
    verder niks doen, dan zal je best wel een visje vangen, maar niet de aantallen
    die mogelijk zijn! De snoekbaars hebben we op de diepere stukken dus goed kunnen
    vangen met dieper lopende pluggen. Welke pluggen zijn dit dan? Vooral de Spro
    Pikefighter 2 was zeer in trek bij de snoekbaars en ook zijn voorganger, de
    Pikefighter 1 leverde heel wat snoekbaarzen op in de boot. Vanwege de grote
    duiklip lijken het vrij forse pluggen, maar de snoekbaars heeft er totaal geen
    problemen mee! Kijk er trouwens ook niet van op als een baars het kunstaas pakt,
    het is ons al meerdere malen over komen. Tot op een diepte van zo’n 3,5 meter
    vangt de Rapala Dives To 10 ook goed. Daarnaast heb je met deze plug ook nog een
    grotere kans op leuke bijvangsten in de vorm van grote baarzen, snoek en
    roofblei. Gebruik dus zeer zeker een stalen onderlijntje, ook bij de kleinere
    plugjes, want een riviersnoek op een hengeltje voor roofblei drillen, zonder
    onderlijntje, levert angstige momenten op kan ik uit ervaring vertellen! Voor
    degene die ze nog heeft, ook de Risto Rap van Rapala deed het boven verwachting
    en dan vooral het 9cm model. Naast pluggen doen ook ratelpluggen het goed op
    snoekbaars. Een zeer goede vanger is de Screaming Devil in de kleur rood/wit en
    uiteraard de ratelaars van Bill Lewis!

    In de buurt van kribben hadden we regelmatig dubbele
    aanbeten!

    De meeste aanbeten van de snoekbaarzen hebben wij gekregen op plaatsen waar
    de stroming onderbroken werd. Dus niet het monotone voort kabbelen van het
    water, nee er moet actie zijn. Voorbeelden hiervan zijn kribben in het water,
    sluizen, stuwen, bruggen, haven ingangen, etc. Hier wordt het water op een
    andere manier in beweging gebracht, waardoor aasvissen in de problemen kunnen
    raken. Kribben kregen van de zomer onze voorkeur en dan in combinatie met het op
    en af varen van het talud. Wil je deze manier ook toepassen, dan moet je aan het
    volgende denken. In de verte zie je al een krib aan komen. In de tussentijd vaar
    je steeds het talud op en weer af (tot zo’n 6 mtr en dan weer terug). Nader je
    de krib, dan probeer je er zo strak mogelijk om heen te varen, maar wel nog het
    nodige water onder de boot te houden (een meter of 2,5). Let wel op dat er bij
    veel kribben in eens een verhoging ontstaat. Vaak willen de pluggen hier nog wel
    eens vast lopen, actief vissen dus! Nu vaar je weer richting talud en blijft hem
    weer op en af varen, totdat de aanbeet komt. Vaak krijg je de aanbeten wanneer
    het talud opgevaren wordt. Probeer altijd je plug in de buurt van de bodem te
    houden. Zo af en toe eens tegen de bodem laten stoten kan ook helemaal geen
    kwaad. De aanbeten die je krijgt, zorgen wel voor een portie concentratie.
    Meestal zijn dit subtiele aanbeten en lijkt het net of je een zak onderwater
    haakt. In eens voel je een weerstand, maar geen harde klap! Zet hierop gelijk de
    haak, want een seconde later zal je toch voelen dat die ‘zak’ in eens kopstoten
    kan geven.

    Diverse goede pluggen voor snoekbaars

    Nog even snel iets over het materiaal, voor de grotere pluggen (Pikefighters,
    etc.) gebruik ik gewoon een jerkbaithengel van 30-60 gr. Deze kan de pluggen
    perfect hebben en een grotere snoekbaars (80+) geeft in de volle stroming goed
    partij op zo’n hengel. De kleinere plugjes (DD Squirrel, Dives To, etc.) vissen
    we op een spinhengel met een werpgewicht tussen de 5-25 gr. Grote baarzen en
    roofbleien geven hier ook nog leuk sport op en een eventuele snoek is hier zeker
    mee te vangen!