Het is woensdagochtend, eind januari. Na een poging of 8 begint het motortje eindelijk, zij het aarzelend, te pruttelen. Gelijk wordt het gas volledig open gedraaid met een enorme herrie komt het dingetje echt op gang. We kijken elkaar aan en we denken het zelfde; er gaat een dag komen dat ‘ie niet meer wil lopen, dus het is weer hoog tijd voor een beurtje. Dat is al zeker een jaar geleden en het oude beestje heeft er maar moeilijk mee. Zeker nu. Hoewel het nog niet eens echt koud is. Hoogstens frisjes.

Rivierdrift 13 door Paul de Wal.
De afgelopen 2 weken ging het vissen, op zijn zachtst gezegd, niet fantastisch. Een dag vissen in de nieuwbouw en polder leverde voor mij een blank op en voor Michiel ook slechts 1 visje. Wat was er toch gebeurd met het kleine water, of lag het aan ons? Een paar jaar terug kwamen we zelden terug met minder dan 10-15 vissen en nu? Nu gaat het al tijden erg matig. Misschien was het omdat we nu bijna al onze tijd spenderen op het grote water en wanneer de omstandigheden slecht zijn, we pas kleiner water opzoeken? Tja, logisch dat het dan misschien wat minder gaat als je alleen de qua weer slechtere dagen vist. Maar dan nog, 1 snoekje? Ach ja, gedurende de dag begon het me eigenlijk steeds minder te interesseren en heb ik alsnog heerlijk staan vissen. Maar toch, beschamend slecht. Afgelopen week viste ik met David op een van de grootste kanalen van Nederland en ook daar was niets te beleven. De laatste paar uur werden achter de karperhengels doorgebracht, maar de enige gegadigde voor de sardine was een gestoorde meerkoet.
Nieuwe ronde, nieuwe kansen. Een ronde met prima weer, af en toe een buitje alleen. Maar dat moet kunnen. Er ligt vis genoeg op de eerste stek en het duurt dan ook niet langer dan een minuut of 5 voordat ik de eerste vis van de dag vang. Een leuk riviersnoekje. Het schept te vergeefse hoop, want verder blijft het een uur lang stil. We besluiten maar te verkassen. De volgende stek ligt op een flinke afstand varen. Het is een 5 meter diepe, keiharde maar vrij egale plaat. Wanneer de stek in zicht komt, zien we dat er een stalen sloep verankerd ligt in het kribvak. Een oude penvisser heeft zich heel tactisch precies tussen de hoofdstroom en de keerstroom gepositioneerd. Het stroomt er enorm hard en met moeite kan hij zijn pen op de plaats houden. We varen rustig langs, worden vriendelijk begroet en met zijn toestemming beginnen wij aan de andere kant van de lange plaat. Direct is er actie en vangen we vis. Geen reuzen, maar dat deert niet. Wat er in de drie kwartier daarna gebeurt, zal ik nooit meer vergeten.

Direct actie en direct de twee kleinste snoekbaarzen van de dag in een dubbel.
Het belooft zonder meer veel goeds. We zitten vol vertrouwen te vissen en het scherm van de dieptemeter vult zich met steeds meer ruis door de harde stroming. De stek ligt er prachtig bij en de vis zit er overduidelijk. Dit is de place to be voor vandaag, op zeker. We zijn dan pas 5 minuten bezig. De sterke keerstroom die langs de binnenkant staat, drijft ons snel richting de oude penvisser. Hij is op dat moment is gaan staan in zijn oude bootje. Met de lijn tussen zijn vingers voelt hij wat er onder water gaande is, daar zijn pen er niet meer staat. Ik vermoed dat hij door de harde stroming onder is getrokken; hij lijkt mij op het eerste gezicht geen geschikte penstek. Een dikke minuut later zie ik hem in alle rust contact zoeken en rustig aanslaan. Dus toch vis. De hengel gaat krom. Hij oogt ietwat onhandig met de hengel. Alleen het achterste van het handvat houdt hij in zijn hand en hij moet zijn arm strekken om fatsoenlijk bij de molenslinger te komen. In alle rust drilt hij de vis naar boven. We liggen vrij dichtbij wanneer de vis voor het eerst bovenkomt. Een snoekbaars van dik 70 wordt in een oud netje getrokken, de boot in gegooid en vervolgens verdwijnt ze in een stalen kist. De oude man, die ik zeker 75 schat, is zichtbaar opgetogen en gelukkig met zijn snoekbaars.
Wij varen weer wat terug en beginnen de drift opnieuw. We zien van een afstandje hoe hij in alle rust een nieuwe haak eraan zet en alles weer in orde maakt. Ondertussen hebben wij actie genoeg. We blijven op afstand van zijn boot, ondanks dat er in de buurt van dat stuk wel de meeste vis lijkt te liggen. Hij was immers eerst. Na een tijdje heeft hij kennelijk de boel weer op orde. Een flinke voorn, gevolgd door de pen, belanden net naast de stroming. De pen gaat staan, zakt iets onder, komt omhoog, zakt onder en komt niet meer terug. Ongelofelijk, direct is het weer raak. Het zelfde ritueel herhaalt zich, al lijkt het pas na een seconde of 10 door te hebben. Kennelijk ziet hij niet zo goed meer. Lijn tussen de vingers en afwachten. Na ruime tijd gewacht te hebben, begint hij weer rustig te draaien en de hengel gaat weer rustig krom. De man lijkt wederom totaal geen haast te hebben en op dezelfde onhandige manier drilt hij de vis. Ik heb mijn hengel in de boot gelegd en kan alleen maar toekijken. Met grote ogen zie ik een snoekbaars boven komen van formaat dat wij hier nog nooit hebben gezien, laat staan gevangen. Van afstand is het al duidelijk. Wanneer we dichterbij drijven en het beest de boot in getild wordt, ben ik letterlijk sprakeloos. De snoekbaars is zeker richting de 90, misschien wel eroverheen, Een kasteel, een bakbeest, een monster, een droomvis. Mijn droomvis. Met een grote klap knalt het beest op de stalen bodem van de sloep. We zijn ondertussen langszij gedreven. De oude man heeft een grijns van oor tot oor en kijkt ons aan. “Zeker 9 kilo!” zegt hij. De blijdschap klinkt door in zijn stem en met fonkelende ogen kijkt hij naar zijn vangst, die tussen zijn voeten ligt. “Mooie vis inderdaad”, is het enige wat ik stamel.
“Dit zijn de mooie vissen, hè jongens!”. “Gelukkig is dit een betere, want daarstraks had ik enkel 2 kleintjes. Die heb ik nog terug gegooid.”. Op mijn vraag hoeveel vis hij mee neemt en wat er mee gebeurt, antwoord hij dat hij er hoogstens twee of drie mee nam en dat hij ze nooit zou verkopen. Daarvoor waren ze veel te lekker. In zijn antwoord wordt hij half onderbroken door het afgrijselijke overheersende geluid van een snoekbaarzenlichaam dat meerdere keren hard op het staal onder hem klapt. Hij tilt het beest op, snijdt de lijn af en gooit haar in de stalen kist. Hij blijft nog even blijft zitten, niet langer dan een half uurtje. Wij gaan teleurgesteld verder, in de hoop ook een dergelijke vis te vangen en haar vervolgens wel levend terug te zetten. Dat levend terugzetten lukte wel. Het vangen van een grote niet.

Nog geen tien minuten later zien we hem opeens weer opstaan en zijn hengel weer oppakken. Het zal toch niet hè…? Wel dus. Het liedje herhaalt zich opnieuw. Lijn en vingers, hengel krom. Met een kromme hengel in zijn handen zoekt hij het net, wat ergens in zijn boot slingert. Schiet los, alsjeblieft! Het gebeurt niet. Een enorme snoekbaars gaat voor gaas. Ze lijkt nog groter dan de tweede. Wederom een krankzinnig grote snoekbaars. Ik wil het niet weten, niet zien. Het spartelen van de snoekbaars op het ijzer is heel duidelijk hoorbaar. Ik kijk Jeroen aan. Wat gaan we doen? De politie bellen? En dan? We wachten even af. Nadat ook de derde snoekbaars in de kist verdwijnt, licht hij inderdaad zijn ankers en start zijn motor. Het blijft inderdaad bij drie vissen. Met een tevreden glimlach vaart hij weg. Ons passerend, attendeert hij nog op een grote boomstronk die iets verderop drijft. Dankjewel…
Ondertussen visten wij verder. Het ging prima. Op de exacte stek waar hij zat te vissen, was geen grote snoekbaars nog geïnteresseerd. Natuurlijk niet. Geen aasvissen bij ons, terwijl we exact wisten waar we moesten zijn. We visten de stek nog een keer uit. En nog een keer. En nog een keer. Bij elke drift werd de respons minder en geen enkele grote vis liet zich zien. We lieten het erbij en pakten nog wat andere stekken. Een kribvakje hier, een kribvakje daar. De een beter dan de andere. Ook op een zijtak van de rivier visten we werpend nog wat stukken uit met prima resultaten. Een paar dikke baarzen tussen de boten en snoekbaarzen die tijdens het afzinken de shads al pakten, dikwijls op half water. Uiteindelijk leggen we de boot weer aan. We hadden er zo’n 20, misschien iets meer. 3 soorten, snoekbaarzen van redelijke formaten, dubbel hook-ups en nog 3 40-er baarzen. En toch zit ik uiteindelijk niet met een tevreden gevoel in de auto naar huis.


Ik baal ontzettend van die prachtige snoekbaarzen, maar kan ik het die vent kwalijk nemen? Hij vist waarschijnlijk al heel zijn leven op de rivier en weet precies waar hij moet zijn en hoe hij moet vissen, dat verdient ook wel respect. Het meenemen van snoekbaarzen zit er bij zijn generatie nog ingebakken en dergelijke vissen teruggooien zal hij nooit doen; het komt niet eens in hem op. En tja, hij nam er 1 te veel mee, maar wanneer ik de politie gebeld had, zou ik dan trots op mezelf kunnen zijn? Hij zette ons ook even mooi met beide benen op de grond. Duizenden euro’s investeren wij in het vangen van ook maar 1 zo’n vis. En hij zat daar gewoon in zijn verankerde sloepje, zonder dieptemeter of de nieuwste gevlochten superlijn. En hij viste ons eigenlijk compleet naar huis. Hij zou eens moeten weten hoe graag wij die vissen hadden gevangen; het is bijna een levensdoel van mij geworden. Ach, het is nou eenmaal zo. Het is in ieder geval zo klaar als een klontje dat de echt grote snoekbaarzen niet bepaald happig zijn op shads, maar wel op aasvissen. We weten gewoon dat er vandaag een of meerdere monsters onze shads voorbij hebben zien komen, maar er niks mee deden. En tja, twee daarvan zijn helaas nooit meer te vangen, maar klaarblijkelijk zwemmen er nog meer dan ik dacht. Het schept ook hoop.



Op twitter
Op FB
RSS