Snoekbaars | Visverhalen

Snorkelgedrag

Als roofvisser probeer je altijd een verklaring te vinden. Waarom lukt het de ene dag wel en de andere niet? Om hier meer grip op te krijgen ben ik vangstgegevens gaan bijhouden tijdens het snoekbaarzen. Een jaar lang heb ik luchtdruk, maanstand en (zon)licht goed in de gaten gehouden en gekoppeld aan mijn vangsten. Ik heb bewust voor snoekbaars gekozen, ik denk dat deze vis het meest beïnvloedt wordt door weersomstandigheden. Ik hoop inzichten te krijgen in het soms onvoorspelbare gedrag van deze vissen.

Tekst: Jöran van Ingen en foto’s: Jöran van Ingen en Ann-Christin van Ingen-Weigel

Wat is luchtdruk eigenlijk? Simpel gezegd is dat het gewicht van de lucht die op de aarde drukt. Vlak boven de grond is de luchtdruk daarom het hoogst. Hoe hoger je komt, des te lager de druk is. Als de stand van de barometer snel oploopt of afneemt betekent dat meestal dat het weer gaat veranderen. In het algemeen geldt dat een stijgende luchtdruk tot een weersverbetering leidt en een dalende luchtdruk tot slechter weer. In Nederland gebruiken we 1015 hPa als middellijn voor de luchtdruk. Bij een druk hoger dan 1015 hPa wordt gesproken over hoge druk. Bij een luchtdruk van lager dan 1015 hPa is er sprake van lage druk.

Snoekbaars kan heftig reageren op plotselinge veranderingen in de luchtdruk. Ze kunnen bijvoorbeeld passief worden en zijn dan lastiger tot een aanbeet te verleiden. Als de luchtdruk vervolgens weer een aantal dagen constant blijft, worden ze weer actiever. Dat is de theorie. Is de praktijk echter ook zo simpel? Helaas niet altijd, zoals hieronder zal blijken.

Luchtdruk

Opvallend is dat we bij een luchtdruk van 1013 hPa een aantal van onze beste visdagen hadden. Deze luchtdruk is gelijk aan de gemiddelde luchtdruk aan het aardoppervlak wereldwijd. Toeval of niet? Verder is nog opvallend dat de dagen ervoor de luchtdruk niet constant was. In een geval was er zelfs sprake van een flinke stijging van de luchtdruk met 10 hPa. Dat leek op dat moment de snoekbaarzen echter niets te deren...

De dagen dat de snoekbaarzen actief waren, kenmerkten zich in het algemeen echter door een vrij constante luchtdruk in de voorafgaande (twee of meer) dagen. In de gevallen dat we slecht hebben gevangen, was er vaak sprake van een plotselinge daling of stijging van de luchtdruk met tenminste 5 hPa. Een plotselinge daling pakte daarbij overigens nadeliger uit dan een plotselinge stijging. In cijfers uitgedrukt betekende dat we bij een plotselinge daling gemiddeld 3,4 snoekbaarzen minder vingen in vergelijking met een plotselinge stijging van de luchtdruk.    

Maar zelfs als de luchtdruk een aantal dagen constant is, is dat nog geen garantie op succes. Twee van onze blanks waren op dat soort -in theorie- ‘perfecte’ dagen. Tsja, het blijft vissen zullen we maar zeggen en in ieder geval is daarmee ook weer bewezen dat een succesvolle visdag niet slechts van een factor afhankelijk is! Uitgaande van de hiervoor genoemde middellijn van 1015 hPa hebben wij de beste resultaten geboekt bij een (constante) lage luchtdruk. Het gemiddeld aantal snoekbaarzen lag daarbij 2,6 hoger ten opzichte van (constante) hoge druk. Het aantal blanks was bij een lage luchtdruk ook 50% lager ten opzichte van hoge druk.

Op deze dag waren de meeste omstandigheden in theorie perfect. Een constant lage luchtdruk van rond de 1000 hPa, westenwind en veel zon. De snoekbaarzen bevestigden deze dag inderdaad de theorie en pakten gretig onze shads.

Windrichting en -kracht

De atmosfeer is altijd op zoek naar een gelijke druk. De lucht is dus in beweging. Door die beweging ontstaat er wind. In Nederland waait de wind het grootste deel van de tijd uit het westen of zuidwesten. Velen beweren dat dit voor het vissen ook de ideale windrichting zou zijn, maar is dat in de praktijk ook echt zo?

Het meeste succes hebben wij inderdaad geboekt bij een westelijke windrichting. Andere goede windrichtingen waren noordoost, noordwest en zuid. Ten opzichte van de westelijke windrichting nam het gemiddeld aantal snoekbaarzen bij deze windrichtingen af met respectievelijk 1,8, 3,7 en 4. De slechtste windrichting was zuidoost. Bij deze windrichting vingen we gemiddeld 5,3 snoekbaarzen minder ten opzichte van westenwind. Iets beter waren windrichtingen uit het zuidwesten en oosten. Deze windrichtingen leverden gemiddeld respectievelijk 5 en 4,7 minder snoekbaarzen op in vergelijking met westenwind.

Hierbij moet echter wel worden bedacht dat de windrichting op een bepaalde dag (nog) niet veel zegt. Net als bij de luchtdruk is ook van belang uit welke richting de wind kwam de dagen voorafgaande aan de visdag. Uit de gegevens die we hebben bijgehouden, volgt dat een constante windrichting in het algemeen betere vangstresultaten oplevert. Op onze beste visdagen kwam de wind in 77% van de gevallen al twee of meer dagen uit dezelfde richting. Voor wat betreft onze slechtste visdagen kwam de wind op de dag zelf in 57% van de gevallen uit een andere richting dan de dagen ervoor. De invloed van de windkracht is lastig in te schatten. Zo werden de beste en slechtste vangstresultaten geboekt bij een windkracht van 2 tot 3 Beaufort. Maar dat kan er ook simpelweg mee te maken hebben dat dat ongeveer de gemiddelde windkracht in het binnenland van Nederland is.

Van de een op de andere dag draaide de wind van zuidwest naar noordoost. Snoekbaarzen kunnen  daar wat geïrriteerd op reageren in die zin dat de bijtlust minder wordt.  Toch ben je ook op dergelijke dagen zeker niet kansloos. 

(Zon)licht

Snoekbaars is een lichtschuwe vis en houdt zich daarom voornamelijk op in het donker. In helder water zal dit dieper zijn dan in troebel water. Opvallend is echter dat uit onze gegevens blijkt dat wij de beste resultaten hadden op dagen met veel zonneschijn. Zo was het op 71% van onze beste dagen zonnig tot half bewolkt. Op dagen dat we slecht hebben gevangen, was het in 70% van de gevallen(zwaar) bewolkt. Des te opvallender is het dat we op dagen dat het zonnig tot half bewolkt was in 85% van de gevallen goed vingen. Op (zwaar) bewolkte dagen waren goede en slechte dagen in evenwicht. Misschien is de snoekbaars toch niet zo lichtschuw als we denken?

Snoekbaars is een lichtschuwe vis wordt er vaak gezegd. Des te opvallender dat we op dagen met veel zonneschijn onze beste resultaten boekten en niet alleen in diep water.           

Maanstand

Volgens sommigen is er een duidelijk verband tussen de stand van de maan en het bijtgedrag van (grote) snoekbaarzen. Zo zouden de kansen op een grote snoekbaars bij volle maan groter zijn. Zelf waren we hier nogal sceptisch over, maar de gegevens die we verzameld hebben laten toch wel een (mogelijk) verband zien. Zoals bekend, doorloopt de maan een bepaalde cyclus. Van nieuwe maan, wassende maan en eerste kwartier naar volle maan. Daarna via afnemende maan en laatste kwartier opnieuw naar nieuwe maan. Deze cyclus duurt gemiddeld 29,5 dagen. Tijdens nieuwe maan is de naar de aarde gekeerde zijde van de maan donker. Bij volle maan is die zijde juist verlicht.

Voor het vergelijken van onze gegevens hebben we bij volle maan de periode genomen van zeven dagen voor tot zeven dagen na volle maan. Idem voor nieuwe maan.

In de periode van volle maan vingen we gemiddeld 3,6 snoekbaarzen meer dan in de periode van nieuwe maan. Verder was het aantal blanks 60% minder. Daarnaast vingen we beide onze grootste snoekbaars in deze periode. Toevallig ook op dezelfde dag; een dag na volle maan. Hoe dichter bij volle maan, hoe beter over het algemeen de resultaten. Daarbij was de periode voor volle maan net iets beter dan de periode erna. De slechtste vangstresultaten hadden we in 60% van de gevallen tijdens de periode van nieuwe maan. Hoewel natuurlijk wel enige voorzichtigheid moet worden betracht, lijkt de periode van volle maan betere resultaten te geven dan de periode van nieuwe maan. Ook hier bevestigt de uitzondering echter weer de regel. Zo lag de dag met het grootste aantal snoekbaarzen in de periode van nieuwe maan. Om precies te zijn drie dagen voor nieuwe maan.

Een prachtige vis een dag na volle maan. Zou er toch een verband zijn?

Conclusie

Als we luchtdruk, wind, (zon)licht en maanstand combineren dan blijkt uit onze gegevens dat een lage luchtdruk gecombineerd met een wind uit een zuidelijke of (zuid)westelijke windrichting tijdens een periode van volle maan op een zonnige dag de beste vangstresultaten oplevert. De slechtste combinatie is een hoge luchtdruk met een windrichting uit het noordwesten of noorden tijdens een periode van nieuwe maan op een (zwaar) bewolkte dag.

Uiteraard zijn dit slechts enkele factoren die een rol spelen bij het bijtgedrag van de snoekbaars. Andere niet onbelangrijke factoren zijn bijvoorbeeld de (water)temperatuur, stroming en de troebelheid van het water. Al deze variabelen maken het niet eenvoudig om harde conclusies te trekken. Misschien is dat maar goed ook anders zou het allemaal te gemakkelijk worden. Het roofvissen zou daarmee veel van zijn charme verliezen.      

Zelf bijhouden?
Mocht je zelf ook actief deze gegevens willen bijhouden dan volgen hier nog wat tips voor handige  apps en websites:

WEER | MAANSTAND | LUCHTDRUK

Om de bijhorende reacties te bekijken heb je een account nodig.

Registreer of log in als je reeds een account hebt.

Leden

20269

Foto's

92103

likes

209