Techniek

Hot Balls for Cool Pikes

Fervente snoekbaarsvissers kennen het maar al te goed. Opeens willen die glasogen dat rubber niet meer en zit er niks anders op dan een dood aasvisje te gebruiken. Voor snoek kan dat ook zomaar het geval zijn en allerlei dood aas technieken worden uit de trukendoos gehaald; het vissen met een fireball blijft daarbij altijd echter een beetje onderbelicht.

Tekst en foto’s Bertus Rozemeijer

Passief en statisch vissen met dood aas is niet echt mijn ding. Op je stoeltje wachten totdat de alarmbellen gaan rinkelen vind ik zonde van mijn tijd. Natuurlijk, hartje winter als het stervenskoud is, plan ik met visvrienden heus wel eens zo’n sessie in en heb ik het echt wel naar mijn zin, maar als ik mag kiezen…

Actief aan de slag met dood aas is een heel ander verhaal. Erg effectief en super spannend! De scherpe randen van taluds afvissen, het zoeken naar dieper gelegen wierbedden of diep uitgesneden plateaus. Actief zoeken in plaats van lui achterover afwachten.

Soms sleep ik een dode aasvis achter de boot, terwijl ik werpend vis met kunstaas of streamers. Ik ben er van overtuigd dat ik op deze manier snoek aantrek, die net niet genoeg geïnteresseerd zijn in kunstaas, maar wel in echte vis. Het allermooist vind ik het echter nog steeds om te jiggen met een dode aasvis en jawel, dat met een fireball. Fireballs zijn al gedurende lange tijd hot in ons land. Niet gek ook, met deze jigheads heb je namelijk tal van opties om dode aasvis op een zeer attractieve en actieve manier aan te bieden.

TOEVALSTREFFERS

Wellicht dat de meeste mensen bij fireballs denken aan snoekbaars, toch wil ik juist de visserij op snoek uitlichten. Allereerst het significante verschil qua stekken. Zo vis ik graag op wateren waar zowel snoek als snoekbaars rondzwemt. Vis ik op snoek, dan vang ik snoek. Natuurlijk loopt er wel eens een snoekbaars tussendoor, maar dat zijn regelrechte toevalstreffers.

Voor snoekbaars hetzelfde verhaal; zelden haak ik snoek tijdens het gericht vissen op snoekbaars. Vang ik één snoek op de 100 snoekbaarzen, dan is dat veel. Hierbij speelt vooral de diepte waar we op snoekbaars vissen een rol, van rond de 10 meter. Snoek lijkt toch veel meer een voorkeur te hebben voor ondieper water.

Natuurlijk zijn er genoeg raakvlakken tussen het vissen met de fireball op snoek en snoekbaars, toch zijn er ook enkele verschillen.

Een dubbel is niet vreemd als je met de fireball vist...

DUNNE LIJNEN

First things first. Het materiaal! Jawel, de hengel set up is wat zwaarder bij snoek dan die bij snoekbaars. Snoek wordt immers net wat groter, zwaarder en vecht wat harder. Toch hoef je nu zeker niet te denken aan de hengels waar je ook zware jerkbaits en spinners mee staat te smijten. Bedenk dat we niet gaan werpen met de jigheads en dat aasvissen onder water nauwelijks gewicht hebben, slechts enige weerstand. In dit geval kan het dus geen kwaad om van de geneugten van een lichte hengel te kunnen genieten.

Net als bij snoekbaars zijn ook de aanbeten van snoek op aasvis vaak genoeg voorzichtig en is een hengel met een gevoelige tip aan te raden. Bovendien moet de hengel over wat ruggengraat beschikken voor het goed kunnen zetten van de haak. Zo ben ik erg te spreken over de 250 cm lange Abu Fantasia Spin met een werpgewicht van 15-50 gram, een hengel die ik graag als handhengel gebruik en overigens ook goed is te gebruiken voor actief werpen. Dan de 2,40 meter lange Abo Svartzonker Spinning hengel van 8-30 gram, prima als dode hengel te gebruiken en de aasvis onder de boot mee te slepen. Tot dusver mijn voorkeuren, zo zijn er zeker weten nog meer mooie hengels op de markt. Het is aan jou wat je het best bij jezelf vindt passen.

Aangezien we continu in beweging zijn, driftend dan wel langzaam backtrollend, moeten we voor zo min mogelijk weerstand in het water zorgen en zoals je weet is een dikke lijn dan niet echt op zijn plaats. Een meevaller is dan weer wel dat we zelden diep vissen; toch ga ik alsnog voor 14/00 tot maximaal 18/00 gevlochten lijn. Dat is weloverwogen hoor; dit is echt sterk genoeg voor het drillen van grote snoek.

BOOMING

Wat betreft het prangende ‘waar-te-vissen’ met fireballs op snoek, wordt het feitelijk een gemakkelijk verhaal. Qua visdiepte denk ik dat de kleur van het water veelbepalend is. In kraakhelder water kan het zomaar zo zijn dat snoek erg diep rondhangt. Verticalend op snoek heb ik ze zelfs op 15 meter diepte gevangen. Is het water wat troebeler, dan ben ik er bijna van overtuigd dat snoek niet zo diep gaat wanneer ze aan het jagen zijn. 3 tot 6 meter diepte is dan een prima zone waarin je je aasvis kunt aanbieden.

Zeker net zo belangrijk is het vinden van structuren onder water. Op een kale, monotone bodem zul je weinig snoek aantreffen. Snoek heeft simpelweg een voorkeur voor structuren en obstakels. Zo kan een richel van nog geen meter zomaar booming zijn. Met een beetje geluk vind je er een van een paar honderd meter lang en ben je spekkoper.

Toegegeven het volgen van dergelijke richels of het vissen met constant veranderende dieptes is niet makkelijk. Het is zaak om continu koers te houden en tegelijkertijd de aasvis dicht tegen de bodem aan te bieden. Vis je met twee hengels tegelijk, dan zul je weinig van het natuurschoon om je heen kunnen genieten en zul je zowel de hengels als de fishfinder in de gaten moeten houden. Wat vaak helpt is het van tevoren uitkiezen van een bepaalde diepte, die je vervolgens zoveel mogelijk probeert te handhaven.

Natuurlijk zul je hierbij gegarandeerd nog steeds diepere en ondiepere stukken aantreffen en zul je daar op moeten anticiperen. Met de handhengel is dat geen probleem, met de steunhengel zul je zo nu en dan toch echt even lijn bij moeten geven of moeten inhalen. En het strak tegen de bodem aanbieden is ook zeker geen must, daar waar dat wel het geval is bij het snoekbaarzen. Een half metertje en meer boven de bodem is voor snoek absoluut niet teveel gevraagd. De groenjassen komen het dan echt wel ophalen. Toch blijft de bodem het ijkpunt, zeker op lastige dagen.

MUUR

Het mag voor zich spreken dat veel bij deze visserij komt kijken bij de bootcontrole. Vaar je te snel, dan zal het moeilijk zijn om de aasvis bij de bodem te houden. Daarom vaar ik tijdens het vissen het liefst met behulp van de elektromotor op de bootspiegel. Staat er wat wind, dan ga ik het liefst backtrollen, hetgeen ik ook graag doe wanneer ik echt de scherpe randjes van een talud wil bevissen. In dat geval positioneer ik mijn boot op het diepste punt van het talud. Merk ik vervolgens dat ik wat ondieper boven het talud kom te liggen, dan stuur ik de boot weer wat dieper met de wetenschap dat ik de aasvis nu mooi tegen die ‘onderwater-muur’ aanbied. Heb je de beschikking over een gps-unit, dan ben je sterk in het voordeel. Immers kun je dergelijke tracks later gemakkelijk terugvinden en eventueel nog eens dunnetjes over doen.

ZETTEN VAN DE HAAK

In de meeste gevallen zijn de snoekaanbeten erg voorzichtig, maar zeker niet altijd. Soms lijkt het wel of een voorbijrazende trein je aasvis heeft opgepakt. Hard de haak zetten is dan al niet meer nodig, de vis haakt zich zelf. Bij dat voorzichtige geknabbel is dat juist weer wel nodig en makkelijk is dat niet om dat te registreren, zeker als je deze visserij voor het eerst beoefent.

Oefening baart kunst en als vanzelf leer je het verschil kennen tussen een aanbeet en iets oppakken van de bodem. Wat kan helpen is kijken naar het punt waar je lijn het water raakt; zie je deze ietsjes een andere richting op gaan, dan kun je er vrij zeker van dat je leven hebt aan de andere kant van de lijn. In dat geval kun je beter even wachten en zelfs wat lijn geven. Wijs vervolgens met je hengel naar het water, zoek weer contact en zet de haak (niet te hard) en er staat je een geweldige dril te wachten.

Een klein haakje volstaat in dit geval...

Om de bijhorende reacties te bekijken heb je een account nodig.

Registreer of log in als je reeds een account hebt.

Leden

20269

Foto's

92103

likes

209