Visverhalen

Roofblei Codes

Tijdens de opening lijkt roofblei helemaal niet zo moeilijk te zijn, maar dan verandert er toch iets. Onder water een explosie aan visbroed en de zilveren sprinters lijken nauwelijks oog te hebben voor ons kunstaas!

Tekst en foto’s Henk Simonsz 

De accelaratie van een roofblei en de manier van aanvallen kunnen hartverzakkende aanbeten opleveren en daarbij maakt het echt niet zoveel uit of het nu een vis van 60 of 80 cm is. Zwemmend  in een rechte lijn kunnen ze in een oogwenk opeens 90 graden van richting veranderen, zelfs op hoge snelheid. Heel bijzonder! Op filmbeelden zie je vaak dezelfde aanvalstactiek en dat is onder de prooivis doorzwemmen, vanaf die plaats inhalen, keren en in tegenovergestelde richting van waar de prooivis zwemt aanvallen. Die aanval gaat razendsnel en is in een fractie van een seconde voltooid

Als het materiaal wat je gebruikt in verhouding staat tot de grootte van de vis kun je er prachtige sport aan beleven en daarbij speelt lengte en gewicht zeker een belangrijke rol. Een zware 70 cm plus vis, kan veel vergen van je materiaal. Zeker bij het roofbleivissen moet je materiaal aan bepaalde eisen voldoen, al is het alleen maar om de onverwacht harde klappen van een aanbeet op te kunnen vangen. Bij vissers met weinig ervaring zie je vaak lijnbreuk optreden direct bij een aanbeet. De oorzaak is vaak terug te voeren naar een te lichte lijn, te harde hengel en niet goed functionerende of verkeerd afgestelde slip van de molen. Meer nog als bij andere visserijen luistert dat heel nauw.

Wat ook nogal eens onderschat wordt, is dat het kunstaas voor roofblei erg seizoensgebonden is. En dan niet zozeer welk kunstaas je gebruikt, maar meer de grootte ervan. In dit artikel beschrijf mijn visserij van juli tot december; in een latere editie mijn aanpak in de rest van het jaar.

VERSCHILLEN

Meteen na de opening wordt er eigenlijk altijd prima roofblei gevangen, maar juli en augustus lijken dan veel moeilijker te zijn. We zien ze wel jagen, maar ze lijken niet te willen bijten. Het probleem is mijns inziens dat er met te groot kunstaas wordt gevist. Verder zijn de roofbleien nu veel schuwer en argwanender.

Bovendien is er nog een behoorlijk verschil voor wat betreft het water waar je gaat vissen. Ik zie zo duidelijke verschillen tussen de roofbleivisserij  op bijvoorbeeld de IJssel en de Grensmaas. Denk alleen al aan het verschil in watertemperatuur; op de Maas heb je met regenwater te maken, op de Rijn en IJssel met smeltwater. Wat dat al niet voor effect heeft op plantengroei en stroming!

ENORM AANBOD

Merk je op een rivier dat de roofblei zich graag in snelstromende gedeeltes ophouden, dan zul je zien dat ze graag bij stroomnaden rondhangen en het liefst in de buurt van waterplanten, waar ze maar wat graag tussen zitten.

In juli zijn ze nog erg gefocust op erg klein speldaas en als je er een vangt zie je niet zelden dat ze een handvol kleine visjes uitspugen van gemiddeld zo'n 4 cm lengte. Juist in die periode met een enorm aanbod van kleine, makkelijk vangbare prooivis lijkt het of ze moeilijker vangbaar zijn en dat is ten opzichte van de maanden juni en september en oktober ook zo. Toch is niets onmogelijk en heb ik goede resultaten gehad op kunstaas van 4 cm. In augustus kan, afhankelijk van de variërende groeisnelheid, de lengte van visbroed oplopen van 6 tot 9 cm.

ONMISBAAR

In juli gebruik ik graag de Spro Asp spinners. Reageren ze daar niet op, dan ga ik met zeer kleine plugjes aan de slag of een klein streamertje. Grote probleem? Inderdaad, het ontbreekt aan werpgewicht. Toch is er een hulpmiddel, de sbirolino! Waarom dit attribuut nog steeds heel weinig gebruikt wordt in ons land, snap ik nog steeds niet! Eigenlijk is het bij de roofbleivisserij onmisbaar!

Zelf maak ik sbirolino montages dusdanig klaar, dat ik ze kant-en-klaar aan de speld kan hangen. Normaal hoort een sbirolino over de lijn te schuiven, maar ik maak thuis een vaste montage, waarbij de sbirolino opgesloten zit tussen een wartel en speld. Daarachter 35/00 fluorocarbon met de lengte afhankelijk van de hengellengte; denk aan 1 tot 1,5 meter lengte.

Het liefst gebruik ik nu een spinhengel met een lengte van 2,70 tot 3 meter met een zachte top met een werpgewicht zo van 20 tot 40 gram. Hiermee is fijn te vissen en deze pareert ook de harde aanbeten mooi.

Een kant en klaar gemonteerde Asp spinner met 2e double hook. Super eenvoudig te monteren, geen nadelige invloed op de actie, maar het levert wel extra vis op!

VARIEREN

Mijn tactiek is altijd hetzelfde. Ik gooi zover mogelijk over de plek heen waar de roofbleien zich ophouden en vis dan het ieniemienie kunstaas tussen de nietsvermoedende roofbleien door.

Mijn voorkeur gaat uit naar sbirolino’s van rond de 40 gram en dan snel zinkend. Laat je niet op het verkeerde been zetten door de term snel zinkend, want als je ze binnen vist kun je ze gemakkelijk hoog door het water terug vissen als je dat zou willen.

De snelheid waarmee ik het kunstaas aan de sbirolino binnenvis ligt in 75 % van de gevallen hoog. Maar schroom vooral niet om hier in te variëren; bijvoorbeeld soms even stoppen met binnendraaien en daarna weer versnellen. Dit kan goed werken en onverwacht goed scoren. Maar in het algemeen is een lekker stevig tempo toch het meest succesvol

Klein kunstaas kan killing zijn, maar het werpbereik is dan een probleem. Sbirolino’s zijn hierbij een handig hulpmiddel.

POPPERS

We gaan richting augustus en het formaat van het kunstaas laten we synchroon ‘meegroeien’ met de gemiddelde lengte van de prooivis. Iets grotere plugjes en rammelaartjes scoren nu vaak erg goed,  maar het wordt nu ook de tijd voor een ander kunstaasje wat spectaculaire aanbeten kan opleveren en dat zijn poppers. Met dit kunstaas kun je onvergetelijke momenten beleven. Blijf wel gefocust, want een aanbeet kan echt uit het niets komen. Daarom is een zonnebril met  polariserende glazen eigenlijk een must bij deze visserij. Ook omdat je dan het kunstaas veel beter tussen de waterplanten kunt doorvissen.

Een ander voordeel van popperen is dat grote baarzen er op sommige dagen maar moeilijk van af kunnen blijven.  Ook bij het popperen snel binnenvissen, waarbij je de hengel op dezelfde manier vast houdt als bij het jerken op snoek. Ook hier kan variatie in het tempo van binnenvissen  zo maar  een stel onverwachte aanbeten uitlokken. Blijf vooral goed kijken en geconcentreerd vissen en dan met name de laatste paar meters…

Het vissen met poppers geeft nog extra spektakel

PATROUILLEREN

We naderen de herfstmaanden september en oktober. Begin september kunnen mooie rustige avonden, waarbij de zon overdag stevig heeft geschenen, geweldig mooi en spannend zijn. Vooral de plassen langs de rivier zijn dan top. Langs de zandstrandjes zie je ze nu patrouilleren en jagen op prooivis. Een machtig schouwspel, zelfs als je ze niet vangt. Als de roofblei het op zijn heupen heeft jagen ze nu op alles wat los en vast zit en pakken ze bijna al het kunstaas, mits het op de juiste wijze gepresenteerd wordt. Dat kunnen kleine plugjes zijn, maar evengoed grote shads en zelfs pluggen van 15 cm lengte.

Het allerbelangrijkste in die maanden is de plaats waar je gaat vissen. In de periode van eind september tot begin oktober zie je ook dat de grotere vissen  op bepaalde plaatsen gaan samenscholen, voordat ze voor langere tijd onvindbaar lijken te worden. En dat geldt dan met name voor de smeltwater rivieren.

Ze zijn nu heel goed op allerlei manieren te vangen van werpend vissen tot trollen op dieptes tot wel 5 meter. Belangrijk daarbij is dat de pluggen kaarsrecht blijven lopen, zelfs bij een stevige tegendruk van de stroming.

De best vangende kleuren zijn toch vaak de blankvoornachtige kleurtjes, maar ook firetiger en redhead scoren prima. Vang je eind september of begin oktober een roofblei op een bepaalde stek, blijf er dan maar even hangen, want waarschijnlijk zwemt er een grote groep op diezelfde plaats. Het mooie is dat je nu ook extra veel kans maakt op echt massief dikke exemplaren in topconditie. Houd  je hengel maar goed vast!

De juiste presentatie van het kunstaas is vam cruciaal belang

NAGENIETEN

De maand november levert links en rechts nog wel roofblei op, maar de aantallen worden snel minder en het zijn vaak nog de individuele opererende vissen die je nu vangt. Alles heeft natuurlijk ook te maken met het verloop van de herfst en hoe snel de kou intreedt. Vandaar ook dat je bijvoorbeeld op de Maas langer kunt doorvissen op roofblei. Zelfs op zonnige winterdagen kun je daar incidenteel nog een visje vangen, zo kun je op deze regenwaterrivier nog lang nagenieten van dit fraaie cadeau van de natuur....

Op zonnige winterdagen is af en toe nog een verrassing mogelijk!

Henk Simonz

Dit artikel is eerder verschenen in het magazine BEET-ROVERS 

 

 

Om de bijhorende reacties te bekijken heb je een account nodig.

Registreer of log in als je reeds een account hebt.

Leden

21151

Foto's

92088

likes

235