Snoekbaars

Pennen op snoekbaars

Vanuit mijn boot zie ik de snoekbaarsdobber een rare beweging maken. Heb ik beet? Altijd onvoorspelbaar die snoekbaars. Ik zie hoe de dobber wegloopt en twijfel een moment om aan te slaan. Terwijl ik probeer te begrijpen wat er onder water gebeurt neemt de vis het aas mee en sla ik aan. Het hevige gebonk aan de andere kant van mijn lijn verraadt dat er een mooie vis gehaakt is.

Tekst en foto’s Willem Zijlstra 

WELKE DOBBER

Bij het pennen op snoekbaars gebruik ik bij voorkeur een zogenaamde hoempie-ploempie dobber. Dit type dobber heeft 2 drijflichamen en een ovaal gevormde top. Het grote voordeel van een hoempie-ploempie dobber is dat je gemakkelijk actie aan de aangeboden aasvis kunt geven. Als je een tik met de hengeltop geeft zal de dobber een stuk omhoog komen. Deze actie geeft de dobber door aan het aasvisje.

Afhankelijk van de omstandigheden pas ik het gewicht van de dobber aan. Waait het bijvoorbeeld hard en is er veel stroming, dan gebruik ik een dobber van ongeveer 7/8 gram. Is het windstil en staat er weinig stroming, dan zal ik een lichtere dobber gebruiken van ongeveer 4 gram. Ook de lengte van de dobber laat ik afhangen van de heersende omstandigheden en het type viswater. Op een ruige dag zal mijn dobber langer en dus beter zichtbaar zijn dan op een rustige dag.

LOOD

Qua uitloding van de dobber zijn er meer mogelijkheden dan je in eerste instantie misschien zult denken. Het is allereerst belangrijk om te weten hoeveel lood je dobber kan dragen. Vaak staat dit op de dobber aangegeven. Zelf ´overlood´ ik de dobber altijd iets. Hierdoor zinkt hij op het onderste loodhageltje. Ik verdeel de loodhagels, 4 of 5 stuks, over de laatste meter hoofdlijn. Het onderste loodje hangt zo’n 30 cm bij de haak vandaan.
Door het stuitje nu zo ver omhoog te schuiven dat de dobber schuin in het water staat, weet je zeker dat het aas ruim op de bodem ligt. Als je dit doet liggen er één of twee loodhagels op de bodem. Als een snoekbaars er nu met je aas vandoor wil zal hij nauwelijks weerstand ondervinden!
Bijkomend voordeel is dat je door deze overdiepte gemakkelijk kleine diepteverschilletjes kunt zien. Gaat de dobber helemaal plat liggen? Dan is het ondieper, gaat hij juist meer overeind staan, dan wordt het dieper.
Je kunt ervoor kiezen om een schuivend inline kogellood te kiezen in plaats van knijplood. Het voordeel hiervan is dat je minder losse loodjes nodig hebt, je kunt ineens een groot deel van het draaggewicht van de dobber aanbrengen. Dat heeft echter als nadeel dat de snoekbaars dit bulkgewicht wel mee moet slepen; als ze voorzichtig zijn kan dat weleens 

NYLON OF DYNEEMA 

Een nylon hoofdlijn heeft een paar belangrijke voordelen ten opzichte van dyneema. Nylon is een stuk gladder waardoor je dobber makkelijker over de lijn kan schuiven, daarnaast is je aas ook sneller op diepte omdat nylon makkelijker door het water glijdt dan gevlochten lijn. Dit is meteen ook een groot voordeel bij een aanbeet, de snoekbaars hoeft ook minder moeite te doen om de lijn door het water te trekken. Dat laatste is een groot voordeel, snoekbaarzen kunnen bij de minste weerstand namelijk de aasvis al loslaten.
Nylon dus. Maar hoe dik dan? Hoor ik je denken. Op open water zal ik de lijn dunner kiezen dan op kleinere vaarten of obstakelrijkere wateren. Als richtlijn: op open water gebruik ik 18/00 terwijl ik in het geval van obstakels de dikte opvoer tot 22/00.
De rek die je tijdens het kunstazen kunt missen als kiespijn, is tijdens het pennen juist wel prettig. Penvissen doe je namelijk met parabolische, soepele hengels. Als je vastzit en aanslaat loop je met het rekloze dyneema risico om de hengel te breken. Nu vangt het nylon de grootste klap voor je op!

Hou het lekker simpel

WELK AAS

In het begin start ik met twee verschillende soorten aasvis. Meestal een aasvis die op het betreffend water voorkomt en een spiering. Spieringen zijn natuurlijk goed bekend als aas voor snoekbaars, maar onderschat kleine bleitjes niet! Bleien verblijven vaak in de buurt van de bodem en zijn daarom een bekende voedselbron voor snoekbaars. Toch loont het vaak ook om ‘onlogische’ aasvis te presenteren. 
Als haak gebruiken we een Gamakatsu maat 1/0. Deze zijn flinterdun en dringen makkelijk door in de harde bek van de snoekbaars. Bevestig deze in eerste instantie door de neus van de aasvis aan een 31/00 fluorocarbon onderlijn van ongeveer 30 cm lang. Je hebt dan een soort van wapperlijn die het aangeboden aas in geval van stroming een bepaalde actie meegeeft. 
Blijf niet te statisch vissen, probeer wanneer je al een tijdje op dezelfde plek ligt het aas eens met korte tikjes naar je toe te trekken en dan weer even te laten liggen. Het visje gaat ‘dansen’ onder water wanneer het weer naar de bodem zakt en dat kan net het moment zijn dat de snoekbaars toeslaat. Om de snoekbaars nog meer te stimuleren om de aasvis te pakken, maak ik wat inkepingen in de buik zodat er allerlei sappen kunnen ontsnappen. Dat kan nog wel eens voor net dat beetje attractie zorgen. 

Bliekjes kunnen echte killers zijn...

WELKE HENGEL

De ideale penhengel is parabolisch en buigt over de hele lengte, tot in het handvat dus! Voordeel hiervan is dat je zelden aasvis eraf gooit, maar wel genoeg hebt om de haak te zetten in die harde bekken. Een werpgewicht van 5-25 gram is perfect, dit bij een lengte van 2,7 tot 3 meter. Vanaf de kant is een wat langere hengel prettig zodat je bijvoorbeeld over het riet heen kunt vissen, vanuit de boot is die extra lengte eigenlijk alleen maar onhandig en kies ik dus een kortere hengel. Maar nooit korter dan 2,70 meter.

Om de bijhorende reacties te bekijken heb je een account nodig.

Registreer of log in als je reeds een account hebt.

Leden

21150

Foto's

92088

likes

235