Snoek

Roofvis in het Voorjaar | Alles over Temperaturen

‘Maart roert zijn staart’ en dat maakt het wel eens lastig om uit de doeken te doen waar en hoe je het best de roofvis in het voorjaar kunt vinden. Een groep roofvissers zoekt zijn geluk ook buiten de landsgrenzen, waarbij vooral veel bezocht is. Maar wie in maart de grenzen overschrijdt, weet niet wat hij bij ons mist…

Maart is altijd een maand vol verrassingen. Drie ‘maarten’ geleden lag al het water tot de laatste dag helemaal dicht met een laagje ijs. Het was een laagje van niks, maar veel te dik om er met de boot door heen te ploegen. Het kan ook anders; de temperatuurmeter kan ook wel eens stijgen tot boven de twintig graden en dan gaat het hard; bij de rovers gaan de remmen dan echt los. Beide zijn uitzonderlijk, maar het is wel zo dat de temperatuurwaarden enorm kunnen verschillen.

Snoek, snoekbaars en baars zoeken al snel de ondiepte op. Snoek als eerste om daar te paaien, maar hoewel snoekbaars na de baars als laatste paait, hangt al menig snoekbaars in het ondiepe rond. En echt, dat zijn lang niet de kleinste!

Vissen op Roofvis in het voorjaar, complex?




Natuurlijk zijn er voorwaarden. In polders, ondiepe vaarten en kanalen ligt alles eenvoudiger, want de rovers zwemmen tussen eigen kant en overkant. Het zoeken naar roofvis in het voorjaar op groot water ligt complexer, want ze kunnen alle kanten uit en doen dat ook. De vraag is ‘waar ga je zoeken?’

De moleculen van koud water van 4 graden, zitten zo dicht op elkaar dat warmer water op het koude water blijft drijven. Warm water, al is dat maar een graadje warmer, ligt dus aan het oppervlak. Wind blaast dat warme water naar de oevers, dus heb je een mild voorjaarswindje uit het zuidwesten, dan ligt de dikste warmere waterkolom aan de noordoost kant van het water.

De situatie kan ook tegenovergesteld zijn met een wind uit het noorden of oosten, die vaak koud is en waarbij het zelfs nog kan vriezen. Die windrichting staat ook gelijk aan helder weer en ijzig koude nachten! Hierdoor zal, in tegenstelling tot wat er met een zuidwestelijke wind gebeurt, de windkant juist afkoelen! In die situatie vis ik graag aan de beschutte kanten van het water, waar het water vaak iets minder koud is.

We hebben in ons land helaas niet de waterstructuren zoals op de Zweedse meren. De baaien daar kunnen verrassend snel in temperatuur oplopen, waardoor het water voor de monding van een baai nog koud kan zijn, maar aan het eind van diezelfde baai zomaar twee graden warmer is… Reken maar dat dat uitmaakt!

Waar vind je Roofvis in het voorjaar?




Ons water ligt vaak open, zonder bergen en heuvels, en kent ook geen grillige structuren. Wat ik wel graag zie zijn de grotere, ondiepe oppervlakten met als het kan hier en daar nog wat planten of plantresten. Fonteinkruid sterft af, maar waterpest blijft vaak heel de winter staan. Ik heb er in de zomer een broertje dood aan om rond of tussen waterpest te vissen. Snoek houdt er ook niet zo van, maar bij gebrek aan beter nemen ze soms ook genoegen met minder. In het vaak heldere voorjaarswater zie je de planten goed staan, dus wijst de stek zich als vanzelf!

Op echt brede plateaus, denk aan platen van minimaal honderd meter breed is het dus zoeken naar planten of plantenresten. Je gaat hier echt snoek tegenkomen. Veel vissers denken dat het voor rovers een hele klus is om van diep naar ondiep water te zwemmen. Nou, dat is echt niet zo. Snoek, snoekbaars en baars verplaatsen zich sneller en vaker dan je denk! Dit betekent ook dat in het instabiele voorjaar de vis vaak van dieper naar ondieper water migreert en dat soms ook per dag kan doen. Dit betekent tegelijkertijd dat de situatie gedurende een drift al kan veranderen. Misschien zijn de roofvissen het talud wel opgezwommen, of hebben zich juist een stukje richting dieper water laten afzakken? Het is om die reden nooit stom om een tweede drift in te zetten.

Natuurlijk zou ik ook de randen niet vergeten. Vooral waar de overgang van diep naar ondiep water geleidelijk verloopt is de kans groot om beste vissen tegen te komen.

Roofvis zoekt in het voorjaar de warmte op




Nog een mogelijkheid zijn de taluds en platen die je soms treft bij openingen, zoals een ondiepe, inlopende vaart. Verschillende plassen worden steeds vaker van een ondiepe zone gescheiden door een kunstmatig rif van keien met hier en daar een opening. Bedenk dat het ondiep water daarachter snel kan opwarmen en juist met een windrichting die dit water uit die ondiepte perst is het omgevingswater soms zomaar een dikke graad of meer warmer! En geloof maar dat dit heel wat uitmaakt voor die koudbloedigen. Door dit kleine beetje temperatuurverschil kan snoek, snoekbaars en baars hier veel actiever zijn.

Het hoe en wat is eigenlijk best simpel. Je kunt nu echt grote en vooral zware vis verwachten. En daar pas je het materiaal natuurlijk op aan. Denk bijvoorbeeld niet dat wanneer je met kleiner kunstaas op baars vist, dat je snoek niet gaat vangen; juist in maart vang je snoek beter met niet al te groot kunstaas! Pluggen bedoeld voor de polder kunnen nu zomaar in trek zijn bij de grote snoeken van het wijd.

Sterker nog, groot kunstaas lijken ze nu totaal niet te willen! Op deze manier is een vangstmix van rovers onvermijdelijk. Over het echt ondiepe water, denkend aan een goede meter, vis je gewoon met jerkbaits, maar laat vooral na die hard of agressief te vissen. Doe het langzaam aan, met kleine tikjes uit je hengel. Denk ook aan spinners of spinnerbaits met minimaal lood, zodat je ook die langzaam en hoog kunt vissen en ook hier weer een niet te groot blad! Natuurlijk kan en mag een gewone plug. Liefst is deze niet te groot, maar wel een met veel actie erin.

Jiggend zoeken naar Vroege Rovers




Randen naar dieper water vis je het best met een shadje af. Daarop een niet al te zware loodkop van tien tot vijftien gram. Je kan en mag die shad in één tempo binnen vissen, dus aan de grond zetten en dan pas langzaam terug draaien, maar ik vis ze het liefst ‘jiggend’ terug. Uitwerpen, aan de grond zetten en dan middels de hengel optikken om vervolgens de shad gecontroleerd door de hengel weer aan de grond te zetten. Lijkt eenvoudig, maar probeer te allen tijde tijdens het afzinken contact met je kunstaas te houden en dat is lastiger dan het lijkt! Neem de tijd en vis langzaam. De aanbeten zijn vaak snoeihard en die aanbeten alleen maken het de moeite al waard om die kantjes tussen de vier en twee meter goed af te vissen.

Af en toe vastlopen is niet zo erg. Eigenlijk moet dat zelfs gewoon, want dat is wel een teken dat je daar actief bent waar de vis ook is. Dicht tegen de bodem. Vanuit je boot of bellyboat is een hanger niet zo’n ramp. In negen van de tien gevallen kun je welk kunstaas lossen door via de andere kant, maar wel weer op enige afstand druk op het kunstaas of de streamer uit te oefenen. Gelukkig is wat eerst een vastloper lijkt ook vaak een rover! En zet je dan maar schrap, want maartse rovers liegen er niet om. Ze zijn nu op het mooist!



Tekst en foto’s

Om de bijhorende reacties te bekijken heb je een account nodig.

Registreer of log in als je reeds een account hebt.

Leden

21151

Foto's

92088

likes

235