Snoek

Doodaasvissen op grote snoek

Het doodaasvissen is bezig aan een opmars in Nederland, de visserij wordt almaar populairder. In bijna iedere haven of andere hotspot voor snoek kom je ze tegenwoordig tegen: doodaasvissers. Niet verwonderlijk, gezien de vangsten die ermee geboekt worden. Maar hoe gaat het nu precies in zijn werk? Hoe vis je nu het meest effectief met doodaas?


Welke stekken?


Het allerbelangrijkste voor een succesvolle doodaassessie is de stek. Wanneer je weet dat je in de buurt van een school vis ligt, weet je ook dat snoek niet ver weg kan liggen. De visserij met aasvissen is vanzelfsprekend veel statischer dan die met kunstaas. Om die reden loop je ook niet ‘vanzelf’ tegen een school aasvis aan. Je moet dus van tevoren al weten dat er ergens aasvis ligt.

Plaatsen als bruggen, steigers, kruisingen, plekken waar veel boten afmeren en doodlopende einden zijn vaak razend interessant. Je kunt er bij wijze van spreken op je klompen aanvoelen dat er snoek ligt. Toch is het lekker wanneer je zeker bent van je zaken en gewoon weet dat er vis ligt. Hoe je dat doet? Het antwoord is: observeren! Wie observeert, die leert. Zeker in de avonduurtjes zijn de witvissen actief en verraden ze met kringetjes in het wateroppervlak hun aanwezigheid. Daarnaast zie ik erg graag jagende watervogels.

Wanneer ik aalscholvers en futen zie ben ik dus blij, dan weet ik dat aasvis niet ver weg kan zijn. Als ik tijdens het uitpeilen van de stek vervolgens ook nog tikjes voel van witvis die ik aantik met mijn lijn, dan kan het al helemaal niet meer mis! De school prooivis is gelokaliseerd.

Waar plaats je nu het beste je aasvis? In het midden van die school, of juist aan de randen? Het is goed om te weten dat luie, dikke snoeken nooit middenin of onder een school aasvis gaan liggen, maar juist de randen wat meer opzoeken. Drie keer raden waar ik mijn aasvis aan wil bieden?


Goede voorbereiding


Allereerst begin ik met peilen. Dit doe ik door met een dertig grams loodje de stek uit te kammen en mijn dobber steeds wat omhoog te schuiven, tot het loodje op de bodem staat. Op deze manier kan ik mooi de bodem in kaart brengen en eventueel interessante taluds vinden.
Zodra ik begin met vissen dan zal dit altijd met één hengel op of net boven de bodem zijn, en met de andere op half water. Op deze manier kan ik achterhalen waar de snoek op dat moment voorkeur aan geeft. Logisch dat als op de ene hengel meerdere aanbeten komen, je met de andere hengel beter ook op deze manier kunt vissen.

Welke aasvis?


Wanneer je eenmaal een goed beeld van de stek hebt, is het tijd om de aasvissen te water te laten. Voorn of zeevis? In helder water (in mijn ogen een doorzicht van meer dan 50 cm) kies ik voor voorn. Is dit niet het geval en is het water dus wat troebel, dan kies ik voor zeevis! Snoek is een zicht- en gevoelsjager, maar ook de geur van de prooivis triggert de snoek.

Bij het vissen met de dode aasvis wordt de zijlijn van de snoek niet geprikkeld, dus moet de snoek het hebben van geur of zicht. Is het water troebel, dan zal de snoek het aas niet snel waarnemen door het beperkte zicht. Zeevis heeft een sterkere geur dan zoetwatervis, dus de keuze bij troebel water is voor mij snel gemaakt, namelijk een aromatische, oliehoudende ‘zoute’ hap!


Welke montage voor doodaasvissen?


De montage van het dobbervissen is simpel. Eerst schuif ik een een stuitje, gevolgd door een kraaltje, op de lijn, daarna volgt de dobber. Het kraaltje zorgt ervoor dat de dobber niet vast in het stuitje komt te zitten en dus over de lijn kan blijven schuiven. Het drijfvermogen van de dobber varieert van 15 tot 25 gram, afhankelijk van de grootte van de aasvis.

Wanneer je de Floats gebruikt, met daarbij de bijbehorende loodgewichten, zal je dobber altijd perfect in het water staan. Het grootste voordeel hierbij is dat de snoek minimale weerstand voelt bij het tussen de kaken nemen van jouw aasvis. Bovendien is het belangrijk dat er een Knot Buffer op de knoop geplaatst wordt. Deze Knot Buffer is feitelijk een kraal die de knoop beschermd, waardoor deze niet beschadigd raakt.

Tot slot de takel die ik bij het dobbervissen zo simpel mogelijk houd. Zorg ervoor dat de takel nooit te kort is, en dat de dreg niet te groot is. Een 50 cm lange leader met onderaan een dreg, maat 2 is voldoende om de snoek te haken. Belangrijk is wel dat je goede kwaliteit leadermateriaal gebruikt, dus kinkvast, flexibel en niet te dik. Zelf gebruik ik graag 49 strands wire; prima spul dat niet tot nauwelijks kinkt! Zo hoef je niet na elke vangst opnieuw een nieuwe takel te monteren en kun je tijdens bijtgrage uurtjes lekker doorvissen in plaats van knopen.


Geduld wordt beloond!


Tijdens de winter vreten snoeken nog behoorlijk goed, toch zijn ze liever lui dan moe. Een grote, hapklare brok vis zullen ze zelden links laten liggen. Snoeken hebben ook geen moeite met grote aasvissen; het zal je verbazen als je ziet hoe snel ze een grote vis weg kunnen werken. Om die reden is het belangrijk dat je elke aanbeet ziet en er direct op kunt reageren. Afhankelijk van de grootte van de aasvis is acht seconden wachten de max! De vis is dan bijna altijd goed gehaakt.

Ga bedacht te werk, blijf op je hoede en houd de dobber altijd in het zicht. Gebruik ook een net waar dat nodig is, bijvoorbeeld bij een hoge kade. Het is voor de snoeken die nu op topgewicht zijn absoluut niet bevorderlijk om hangend aan één kieuw de kant op te worden getild. Daarnaast is snel en vaak verkassen iets wat niet handig is tijdens het doodaasvissen.

Als het goed is weet je immers dat er aasvis aanwezig is op je stek, dan kunnen de snoeken gewoon niet ver weg zijn! In dit jaargetijde hebben snoeken nu eenmaal duidelijke aasperiodes; soms moet je enorm lang wachten en gaat het ineens compleet los. Zo heb ik ooit meegemaakt dat ik na ettelijke uren wachten twee dobbers tegelijk zag verdwijnen. Wat later lagen er twee metersnoeken voor de kant! Dat wil je niet missen toch? Geef een stek dus voldoende tijd, geduld wordt beloond!


Welk materiaal voor doodaasvissen?


Het materiaal dat gebruikt wordt voor het doodaasvissen, kan heel eenvoudig zijn maar het moet wel aan bepaalde voorwaarden voldoen. Natuurlijk is een hengel met wat ruggengraat, waarmee de haak goed gezet kan worden, belangrijk. Toch vind ik drilplezier net zo belangrijk. Diverse fabrikanten hebben speciaal voor deze visserij hengels ontwikkeld in diverse maten en prijsklassen. Zelf gebruik ik hengels met een testcurve van 3 lbs en een lengte van 3 meter.

De werpmolen moet voorzien zijn van een degelijke slip en stevige, gevlochten lijn. Zelf gebruik ik minimaal 26/00 dyneema. Vaak wordt er in de buurt van obstakels gevist, bovendien behoort de vangst van een regelrechte bak echt tot de mogelijkheden, dus vis ik liever iets te zwaar dan te licht. Op materiaal bezuinig ik liever niet.

Tekst en foto’s : Tamme Smit

MEER LEZEN: DOODAASTIPS | DOODAASTAKEL MAKEN

Om de bijhorende reacties te bekijken heb je een account nodig.

Registreer of log in als je reeds een account hebt.

Leden

19522

Foto's

92570

likes

160