Auteur: Team Roofvisnet

Hengeldiscount – Opendeur dagen

Opendeur dagen 17 en 18 mei

Op beide dagen staan er een scala aan specialisten & bekende vissers voor je klaar om uitleg en demonstraties te geven.

Op het programma o.a.:

  • Hendry Vis en Gerald Vierhout ( team Hengeldiscount)
  • Rocky van Duijvenvoorde ( Prostaffer Spro Freestyle)
  • Derk van der Molen ( Kunstaasdokter)
  • Team Technautic ( Watersport)
  • Robert Poelwijk ( Prostaffer Humminbird/Minnkota)

Kijk op de website voor actuele informatie

Lowrance introduceert Livesight Sonartechnologie

LOWRANCE ® BIEDT VISSERS HET VOLLEDIGE OVERZICHT ONDER WATER MET LIVESIGHT SONARTECHNOLOGIE

Lowrance , een wereldwijd toonaangevend merk op het gebied van elektronica voor vissers sinds 1957, kondigde vandaag aan dat de Lowrance LiveSight™ Sonar transducer vanaf mei 2019 verkrijgbaar zal zijn.

 

LiveSight Sonar is rechtstreeks compatibel met Lowrance HDS LIVE displays* en biedt gebruikers de mogelijkheid om in real-time aas- en visbewegingen te volgen over een groter dekkingsgebied en grotere afstanden. LiveSight Sonar is de perfecte aanvulling op Active Imaging™, dat SideScan en DownScan Imaging™ met de hoogste resolutie voor het vinden van structuren biedt.

Dit alles, plus CHIRP Sonar voor het eenvoudig identificeren van visdoelen, maakt van HDS LIVE het complete pakket voor vissers die op zoek zijn naar de ultieme oplossing voor het opsporen van vis.

De LiveSight Sonar basistransducer voor HDS LIVE wordt geleverd met drie montagebeugels, waardoor vissers de transducer op elke gewenste plek kunnen monteren. Als LiveSight Sonar naar voren gericht wordt bevestigd op de trollingmotoras, kunnen vissers hun aas uitwerpen in de sonarbundel en de locatie van h et aas en visbewegingen volgen, waardoor het vissen een visuele ervaring wordt.

Wanneer LiveSight Sonar naar beneden gericht wordt bevestigd op de trollingmotor of de spiegel van de boot, biedt het systeem zowel een real-time als een traditionele sonarweergave. De combinatie van Lowrance’s vertrouwde traditionele sonar en de nieuwe, innovatieve LiveSight Sonar beelden die beweging van visdoelen en beweging van uw aas laten zien, biedt het ideale zicht op vissen die onder en rond de boot zwemmen. Hierdoor hoeven er ook niet meerdere transducers te worden gemonteerd.

 

Als u LiveSight Sonar naar voren gericht gebruikt in combinatie met de Lowrance Point-1 GPS-antenne, toont een innovatieve indicator op de kaart de richting van de transducer, zodat vissers zich kunnen richten op een waypoint of het gebied kunnen traceren waar ze vissen.

 

“We zijn verheugd LiveSight Sonar te kunnen leveren aan onze HDS LIVE gebruikers”, aldus Leif Ottosson, CEO van Navico. “Dankzij de details en het ultieme omgevingsoverzicht met real-time bewegende beelden krijgen vissers een nieuw inzicht in wat er onder en voor hun boot gebeurt, wat een ongeëvenaard voordeel biedt bij het vissen.”

De prijs van de LiveSight transducer bedraagt € 1299. Meer informatie over LiveSight Sonar vind je op www.lowrance.com.

Baitcasters – Ins en Outs

Alles wat je moet weten

Baitcasters veroveren stap voor stap de hengelsportmarkt. Wat zit daarachter? Is het een modeverschijnsel? Of valt deze opmars met goede argumenten te verklaren? Wat maakt een baitcaster een baitcaster en hoe bedien je hem?

We gaan het dus hebben over alle ins en outs van baitcasters, ook wel werpreels genoemd. Zodra je dit onderwerp aansnijdt, kun je er niet om heen om iets te zeggen over de vergelijking werpmolen – werpreel. Er hangt namelijk omtrent dit onderwerp een eeuwigdurende discussie met als inzet ‘wat is beter’.

Zo lees je wel eens dat baitcasters gemakkelijker in gebruik zijn dan een werpmolens. Dat is wel heel algemeen! Eerlijk gezegd is dit, gezien de vele lovers en haters, een totaal persoonlijke voorkeur en heeft het niets met feiten te maken. Daarentegen valt niet te ontkennen dat molens en reels totaal verschillend zijn en dat bij bepaalde visserijen één van de twee beter tot zijn recht komt of juist tegen tekortkomingen aanloopt.

Welk model reel

Bij het kiezen van het juiste model reel moet je op het formaat letten, maar er zijn ook andere dingen belangrijk. Bijvoorbeeld of de baitcaster LH (linkshandig) of RH (rechtshandig) is. Met een linkshandig model draai je met je linkerhand, dit is het meest populair hier. De hengel houden mensen over het algemeen in hun dominante hand, vaak rechts dus!
Verder is het goed om op te letten op de te werpen gewichten en afhankelijk daarvan een bepaald model uit te kiezen. Natuurlijk stem je hier dan ook de hengel op af. Zo kun je het verst werpen en heb je het meest drilplezier.

De slip

De stervormige knop direct naast de slinger regelt de slipinstelling. Als je het stervormige wiel van je afdraait zal de slipinstelling zwaarder worden, het omgekeerde gebeurt wanneer je de punten van de ster naar je toe draait. De meeste reels geven hoorbare klikjes bij het draaien aan de slipknop.

 

De spoelrem

Met de spoelrem, ook wel magneetrem genoemd, kun je de permanente remdruk op de spoel instellen. In andere woorden stel je met dit draaiknopje in hoe soepel, of zwaar de ‘vrijloop’ van de reel is.

 

De werprem

Werpremmen zijn in verschillende systemen en technologieën te krijgen. Er zijn systemen die werken op magnetisme of op centrifugale krachten. Daarnaast zijn er ook nog systemen die beide combineren. Magneetremmen zijn altijd van buitenaf bedienbaar en bieden tijdens de gehele worp weerstand. Remmen die op basis van centrifugale krachten werken zijn niet altijd van buitenaf instelbaar. Je moet de reel er soms voor openmaken. Dit type rem werkt op basis van de snelheid waarmee de spoel ronddraait. Hoe sneller hij draait, des te meer er geremd wordt en omgekeerd. Hierdoor is dit type rem iets meer geschikt voor beginners.

baitcaster

 

Thumbbar

Een baitcaster heeft geen beugel die je open kunt klappen om de lijn vrij spel te geven. In plaats daarvan druk je de thumbbar in. Eenmaal ingedrukt kan de spoel vrij ronddraaien. Als je echter een draai aan de slinger geeft dan klapt de thumbbar weer omhoog en kan de lijn niet meer vrij aflopen.

“Tip: Duim op bij de spoel”

Ja, je leest het goed. Duimen! Je duim is de belangrijkste rem tijdens de worp. Bij het inzetten van een worp druk je de thumbbar in en houd je met je duim de spoel tegen. Als hetgeen je werpt in het water belandt stop je de spoel weer handmatig, met je duim! Zo voorkom je pruiken. Bovendien kun je met je duim ook nog wat extra remdruk geven tijdens stevige drils.

Nog een extra tip voor beginners: houd, zeker in het begin, te allen tijde je duim op de spoel. Je kunt met de spoeldruk spelen tijdens de worp door je duim steviger, of juist minder stevig op de spoel te drukken. Maar door je duim altijd op de spoel te laten rusten werp je beduidend minder pruiken.

baitcaster

Wat er ook gebeurt, houd je duim in de buurt van de spoel!

Lijngeleider

De lijngeleider hoef je bij werpreels niet zelf te bedienen, maar is toch van belang. Zoals de naam al een beetje prijsgeeft zorgt de lijngeleider bij het indraaien voor het netjes terugleggen van de lijn op de spoel. Ook bij het werpen kan de lijngeleider van belang zijn. Het is slim om erop te letten (met name als je met heel licht kunstaas gaat werpen) dat de lijngeleider in het midden staat als je gaat werpen. Op deze manier is de hoek met de lijn die van de spoel af komt het kleinst en werp je het gemakkelijkst. Er zijn modellen zoals de Daiwa T-Wing die hier met het ontwerp van de geleider rekening mee hebben gehouden. Ook zijn er modellen te koop waarbij de lijngeleider altijd recht voor de plaats waar de lijn de spoel verlaat is. Dan beweegt de lijngeleider dus ook tijdens het werpen mee.

baitcasters

Lijngeleiders met een vorm als deze zorgen natuurlijk voor nóg minder weerstand.

 

BAITCASTER KOPEN? LET HIER OP!

Ben je op zoek naar een goede baitcaster, dan is het verstandig om goed op de volgende eigenschappen te letten.

Kogellagers Bij technieken waarbij er met lichte gewichten wordt geworpen is het goed om op te letten op het aantal kogellagers. Meer is in dat geval vaak beter. Bij het vissen op zee is het handig om keramische lagers te hebben, die kunnen niet roesten en geven ultra weinig weerstand!

Overbrenging/ratio Zware reels met een messing binnenwerk en een lage overbrenging zijn geschikt voor het powerwerk en gaan vaak lang mee. Voor het lichtere werk is een aluminium reeltje met een wat hogere overbrenging vaak beter.

Behuizing/ totaal gewicht Voor het echt zware werk heb je vanzelfsprekend ook een reel nodig die zwaarder weegt. Materialen als metaal zijn dan wel op zijn plaats, terwijl bij dat lichtere werk carbon, aluminium en magnesium vaker wordt gebruikt.

Werprem Zoals uitgelegd zijn er verschillende remsystemen op de markt. Als vuistregel zou je kunnen zeggen dat voor softbaits een magneetrem beter geschikt is. Voor hardbaits komt een rem op centrifugale krachten beter uit de verf.

Centrifugaalrem of magneetremmen laten je de remming extra goed afstellen.

Slip Voor snoek en co moet je de slipdruk ten minste kunnen opvoeren tot 5 kg, maar beter nog iets meer. Moderne slipschijven zijn gemaakt van carbon en werken erg soepel.

Vulling Let erop dat de spoel correct gevuld is. Het laatst wat je wilt is dat die metersnoek in zijn laatste schot je laatste stukje lijn verbruikt… Pats, weg snoek! Eeuwig zonde en heel gemakkelijk te voorkomen. Maar let op: spoel de reel ook zeker niet te vol! Voor de werpafstand maakt het, in tegenstelling tot een spinmolen, niet veel uit of de reel tot de spoelrand gevuld is.. Beter is om een paar millimeter onder de spoelrand te blijven omdat anders de kans groot is op een pruik…

 

Zo stel je een werpreel in!

Na alle theorie staan we nu met een baitcaster aan het water om onze eerste worp te gaan plaatsen. Een goede instelling is erg belangrijk. Allereerst stel je de slip in met de stervormige draaiknop. Het principe is niet veel anders dan met een molen. Tijdens de dril kun je eventueel nog vrij eenvoudig de slipdruk bijstellen omdat je heel gemakkelijk bij de regelknop kunt komen.

Dan stel je de spoelrem in door deze in eerste instantie vrij stroef/strak in te stellen. Vervolgens druk je de thumbbar in en houd je hengel met kunstaas boven de grond; als het goed is zakt het kunstaas nu niet naar beneden.

Dan begin je de rem langzaam los te draaien, tot het aas in beweging komt. De rem staat ideaal ingesteld wanneer het kunstaas tot op de grond zakt.

Het is belangrijk dat op het moment dat het aas de grond raakt, de spoel meteen stopt met draaien. Wanneer je wat meer geoefend bent, kun je met minder spoeldruk uit de voeten en werp je ook minder pruiken. Door minder druk op de spoel kun je dan ook verder werpen.
Als laatste moet de werprem nog gefinetuned worden. Omdat deze op verschillende manieren kan werken is een goed advies om te beginnen op standje maximaal, daarna kun je de weerstand beetje bij beetje minder maken tot je tevreden bent met de werpafstand.

Roofvishaken en dreggen

roofvishaken

Roofvishaken en dreggen zijn een onderschat onderdeel van onze roofvisuitrusting. We willen nog wel eens voorbijgaan aan de basis van het vissen. Zo passeren de meest bizarre kunstaascreaties de revue, allerlei uiteenlopende vistechnieken en bijzondere stekken, maar de essentie raakt tegelijkertijd wat ondergesneeuwd. Neem nu de haak in zijn algemeenheid. Zonder zijn we als visser niets en een beetje meer aandacht is daarom meer dan terecht.

Enerzijds kun je de haak zien als slechts een gebogen stukje metaal met een scherpe punt, anderzijds kun je hem grondig analyseren en er het vernuft achter zien, inclusief alle kenmerken en verschillende modellen met elk hun eigenschappen… Tja, een haak is nu eenmaal niet zomaar een haak.

Waar moet een Roofvishaak aan voldoen?

Indringen

Hebben we het over roofvishaken dan ontkomen we natuurlijk niet aan een specifiek haakmodel, namelijk de dreg, maar voor een nadere analyse van de haak an sich kunnen we deze in een adem met de enkele haak noemen.

Laten we beginnen met de haakpunt, ofwel het eerste contactpunt bij het haken van een vis. We kunnen om de hete brij heen draaien, maar zorg sowieso dat die vlijmscherp is. Eventueel kun je hem slijpen met een slijpsteen of desnoods zelfs vervangen; met botte haken zul je hoe dan ook vis missen.

In de meeste gevallen loopt de haakpunt recht en in sommige gevallen wat naar binnen toe met de veronderstelling dat de vis zo beter gehaakt blijft.

Iets wat sterk verband houdt met het indringen van de haakpunt is de dikte/diameter van de haakdraad. Zo kun je zeggen: hoe dunner de draad, des te beter gaat het indringen van de haak. Kun je daarom het best kiezen voor een zo dundradig mogelijke haak? Nee, dat niet, want hoe dunner de haak, des te eerder zal hij uitbuigen. Al met al is het afhankelijk van je visserij zoeken naar de gulden middenweg.

Natuurlijk is de ene haak de andere niet en kan er een wereld van verschil zijn tussen merk A en merk B. Zo kan een kwaliteitshaak met een bepaalde draaddikte veel sterker zijn dan een haak van een ander merk met dezelfde draaddikte en behoudt de ene haak veel langer zijn scherpte dan de ander. Roofvishaken en -dreggen van goede kwaliteit vind je onder andere bij Gamakatsu, VMC en Owner.

Haakmaat

De haakmaat wordt bepaald op basis van de ruimte tussen de haaksteel en het begin van de weerhaak. Hoe groter dit getal des te kleiner deze tussenruimte. Niet echt logisch, maar goed tot dusver is er in ieder geval sprake van standaardisatie. Maar gaan we verder kijken, dan wordt er met twee maten gemeten. Zo kan haakmaat 2 bij merk A bijvoorbeeld gemakkelijk een stuk groter zijn dan haakmaat 2 bij merk B.

Roofvishaken die haken

In theorie kun je zeggen: des te groter de haakopening, des te dieper kan de haak binnendringen. Echter, kies je voor een grotere haakopening/haakmaat, dan ben je genoodzaakt ook voor een dikkere haakdraad te kiezen, die minder goed de bek binnendringt. Daarnaast is er bij een ruimere haakbocht meer sprake van hefboomwerking, zodat hij gemakkelijker uit de vissenbek los zal wrikken. Al met al wil een ruimere haakbocht in de praktijk dus niet per definitie zeggen dat hij verder binnendringt. Min of meer hetzelfde geldt voor de haakkeel, ofwel diepgang van de haakbocht.

Haaksteel

Nog iets dat min of meer van invloed is op de inhaking is de haaksteel. Zou je in het overdreven geval met een extreem lange haaksteel vissen, dan kun je je voorstellen dat deze inhaking of misschien zelfs aasopname in de weg zit. Vandaag de dag zijn er met dat oogpunt dreggen op de markt met een extreem korte haaksteel, zodat alle dregpunten goed vrij liggen om vlees te kunnen pakken.

Daarnaast is er bij een lange haaksteel meer sprake van de zogenaamde hefboomwerking. Dat wil zeggen hoe langer de haaksteel, des te meer kracht komt er tijdens de dril op de haak te staan,  met het risico op uitscheuren van een vissenbek. Iets om misschien rekening mee te houden bij het vissen op vissoorten met een relatief zachte bek zoals baars. Vooral bij karpervissers is het bovenstaande een bekend gegeven.

Soorten roofvishaken

Dreggen

roofvishaken

Dreggen, typische roofvishaken.

De dreg is zonder enige twijfel het meest gebruikte haakmodel bij het roofvissen en dan met name in combinatie met kunstaas. Over het algemeen geldt dat de dreg dusdanig groot moet zijn dat deze minstens zo breed is als het breedste punt van het kunstaas. Belangrijk is ook de afstemming van het materiaal op de dreg. Zo vragen grote, zware dreggen op grote jerkbaits om een strakke, zware hengel in combinatie met een sterke gevlochten lijn en dito onderlijn, opdat je de dikke haakpunten goed in de bek kunt laten penetreren. Bij een dundradig, klein dregje kun je beter kiezen voor een lichte, zachte spinhengel… Inhaken is meestal geen probleem, maar op de loer ligt uitbuigen tijdens het zetten van de haak of de dril, wanneer er niet het juiste materiaal wordt gebruikt!

Jighaken

Roofvishaken

Jighaken heb je in vele soorten, maten en sterktes.

Loodkoppen hebben we o.a. uitvoerig besproken in de allereerste editie van Digirovers, maar kunnen we bij deze opsomming natuurlijk niet links laten liggen. Zoals bij alle roofvishaken moet ook hier de haakpunt vlijmscherp zijn. Daarnaast is het belangrijk om te kijken naar de haakbocht. Hebben we bijvoorbeeld nog genoeg inhakingsruimte over, wanneer de jighaak eenmaal in het rubber is gestoken? Let ook op het fixatiepunt van de jighaak voor het vastzetten van de softbait; bij sommige modellen schort het daar nog wel eens aan, met uitgescheurde shads tot gevolg. Kijk bovendien naar de lengte van de haaksteel en vooral of die de actie van de shad niet nadelig beïnvloedt.

Offset hooks

roofvishaken

De keuze in offset hooks is groot: moeilijk maten te vergelijken.

Een nieuwe generatie roofvishaken is die van de zogenaamde offset hooks, ook wel wormhooks genoemd. Vrijwel uitsluitend worden deze haken gebruikt voor softbaits. Een groot voordeel van deze haken is het feit dat je de haakpunt min of meer kunt verbergen in het rubber, zodat je ze bijvoorbeeld (weedless) door waterbegroeiing heen kunt vissen. Vooral kenmerkend bij offset hooks is de lange haaksteel, waarbij de modellen met een gebogen haaksteel (links) voor shads (visimitaties) bedoeld zijn en die met een rechte (rechts) voor wormachtige softbaits.

Dropshothaken

roofvishaken

Ook al zijn er speciale dropshothaken (tweede van boven) op de markt en zie je regelmatig het gebruik van offset hooks (derde van boven), toch wordt in de meeste gevallen bij het dropshotten gebruik gemaakt van een ‘gewone’ enkele haak en daar is dan ook niks mis mee. Bij voorkeur prikken we de haak in de neus van het shadje (zie bovenste shad)

Ook voor een afgeleide van de dropshot rig, de wacky rig (onderste), wordt een enkele haak gebruikt.

Enkele haken

roofvishaken

Enkele haken.

Het model dat het meest bij de andere visdisciplines gebruikt wordt, gebruiken we het minst bij het roofvissen, namelijk de (gewone) enkele haak. We zien dit model vooral terug bij de visserij met een aasvis (of worm), denk maar aan de penvisserij op snoekbaars of de doodaastakels voor snoek, waarbij de enkele haak vaak puur bedoeld is om de aasvis te verankeren. Daarnaast wordt de enkele haak gebruikt bij het dropshotten en ook voor snoektakels als neushaak.

Tekst en foto’s redactie

Dropshotten in Carolina?

Nee we gaan geen trip plannen naar North of South Carolina, al lijkt me dat een ontzettend gave ervaring! Ik wil het hebben over een voor ons al wat ‘oudere’ techniek in Nederland, de dropshot techniek. En dat terwijl we net in de hype zitten van een nieuwe techniek, de carolina rig.

Ik betrap mezelf er ook al op, de laatste vijf korte sessies vanaf de kant ben ik de hele tijd met de carolina rig wezen vissen. Is dat erg? Absoluut niet, maar in mijn achterhoofd bleef dit wel hangen: afgelopen 2 jaar heb ik in deze periode ontzettend goed gevangen met de dropshot techniek. Waarom laat ik deze techniek dan nu thuis? Dit komt vooral doordat er opeens zoveel nieuwe technieken besproken werden het laatste jaar met de prachtige video’s van de visTD, technieken waar ik zelf ook wat in zie.

Afijn, als ik mijn eigen manier van dropshotvissen bekijk lijkt dit toch echt wel verschrikkelijk op de manier waarop ik mijn carolina rig binnen vis. Sterker nog, ik vis deze technieken op dezelfde hengel!

dropshotten

Een echte gulzigaard van afgelopen jaar, soort eet soort!

Dropshot haken en shads

Een van de grote krachten van de dropshot techniek is dat ik deze op alle mogelijke manieren kan binnen vissen. Snel, langzaam, wild, rustig, etc. Toch moet ik bekennen dat ik bijna alleen maar rustig vis. Als je een school kleine aasvisjes bekijkt staan deze visjes ook altijd horizontaal in het water. Vaak bewegen ze nauwelijks. Af en toe zwiepen ze iets opzij of naar voren maar daar houdt het ook bij op.

Mits je de juiste shads gebruikt blijven deze mooi horizontaal in het water staan als een echt visje wanneer je stopt met bewegen, op deze momenten krijg ik ook 95% van de tijd de aanbeet. Toeval? Ik denk van niet. Vaak als ik mensen zie dropshotten wordt het shadje constant in beweging gezet. Hierdoor valt je shad goed op natuurlijk, maar er is simpelweg bijna geen tijd voor de baars of snoekbaars om de shad te pakken.

De roofvis ligt er met de snuit voor, maar denkt de hele tijd: “ik wil hem pakken, maar ik heb de meeste kans hem te vangen als het visje even een moment stil hangt”. Doe hier je voordeel mee, hang hem maar eens 10 seconden stil. 10 seconden ja! Het zal je verbazen dat je na een seconde of 7 a 8 ineens een doffe tik krijgt. Voordeel hiervan is ook dat je je shad een lange tijd in de strike zone kunt hangen op een hotspot. Je shad is immers altijd goed in het zicht omdat deze boven de bodem zweeft. Net zoals de carolina rig dus, maar deze ligt levenloos op de bodem.

 

dropshottechniek

Iedereen had een taaie middag. Maar door de lange stilhangmomenten wist ik toch een paar plaatjes van baarzen te foppen!

Na jaren op deze ‘rustige’ manier te hebben gevist kwam ik er ook achter hoe belangrijk je haakmaat is. De grootste haak die ik vis is maat 2, maat 4 gebruik ik het vaakst. Misschien best klein op een 4” of 5” shad, maar met grote haken mis je nou eenmaal onnodig veel vis. Ook pakt de baars en snoekbaars 99% van de tijd de kop van de shad. Dus als je haakpunt maar vrij is haak je de vis wel.

dropshottechniek

Haakmaat 4 op een 4″ shad, haakpunt heeft nog ontzettend veel ruimte!

De shad monteer ik om deze reden ook altijd vanuit de neus naar boven toe. Op deze manier is de haakpunt altijd vrij en staat de shad ook recht in het water. Ik rijg de shad niet te ver op de haak trouwens, anders ga je vis lossen. De shad kan dan namelijk niet over de haak naar voren schuiven zodat er uiteindelijk minder haakbocht vrij is.

De shad heeft nog ruimte om naar voren te schuiven tijdens de dril om zo de volledige haakbocht te benutten. Kijk trouwens eens naar die slijtage van snoekbaarstanden. Allemaal rond de kop…

Dropshot Onderlijnen

Mijn dropshotonderlijnen knoop ik altijd op 0,30mm tot 0,40mm fluorocarbon. De lengte pak ik altijd rond de anderhalve meter. Dit is niet per se nodig, maar als ik een andere haakmaat wil monteren kan ik de fluorocarbon vlak boven mijn haak afknippen en dezelfde onderlijn opnieuw gebruiken zonder dat deze te kort wordt. Op deze manier kun je ontzettend snel van haak maat wisselen zonder veel te moeten knopen.

Haakmaat 4 gemonteerd met de dropshotknoop op 0,31mm fluorocarbon

De volgende keer dat ik weer een korte sessie op baars en snoekbaars ga vissen komt de dropshottechniek ook weer aan de beurt. Elke dag is anders en elke dag vraagt om een andere techniek. Bijt je dus niet vast op 1 techniek, iets waar ik soms zelf ook schuldig aan ben.

Auteur: Jordy van Loo

Loodkoppen ABC

loodkoppen

Het gebruik van loodkoppen is in de roofvisserij niet meer weg te denken. Kijken we naar de functie in hoofdzaak, dan dient het voor niet veel meer dan het transporteren van het kunstaas. Toch zijn er verschillende vormen, gewichten, groottes en kleuren. Hebben ze elk hun nut? Zijn ze altijd inzetbaar? Loont het om ze aan te schaffen? Voldoet een gewone loodkop niet? Het is aan jezelf hoe ingewikkeld je het wilt maken, of –om het anders te zeggen- hoeveel diversiteit jij wilt toepassen. Echter, wanneer je een loodkop bekijkt, bestaat die feitelijk slechts uit twee zaken: de haak en het lood.

Welke soort loodkop moet je nu kiezen? 

Bij sommige modellen zit er nog een extraatje op zoals een propellertje, een extra haakoogje of een andere bevestiging om de shad te fixeren, maar uiteindelijk is en blijft de basis de haak en het lood. Dat zijn dan ook de aspecten waar je in essentie naar moet kijken.

‘Good old’ loodkoppen: maar er zijn meer mogelijkheden!

Ten tijde van het ontstaan van de verticaalvisserij waren er eigenlijk twee vormen loodkoppen op de markt, de ‘good old’ ronde en later de bekende erie. Nu kunnen we aardig wat modellen aan het rijtje toevoegen. Denk aan de football, bullet, spearhead, shadhead, tip up, shimmy jighead, slip’n head, squirl head, tender tube, bucktail head en ga zo maar door. Echter zullen we ons hier beperken tot een min of meer algemene groep aan loodkoppen.

Loodkoppen | Gewicht en Haken

loodkoppen

Bij de rechter loodkoppen heb je veel minder kans op uitscheuren… en lijmen is niet echt nodig.

Nagenoeg alle loodkoppen zijn voorzien van een uitsteeksel of verdikking die verder doorloopt op de haaksteel, sommige geribbeld, andere met een klein weerhaakje of met een kleine verankering, alle systemen hebben als doel de shad keurig op zijn plaats te houden. Natuurlijk kun je kiezen voor een druppeltje lijm voor extra versteviging, maar aangezien sommige lijmsoorten niet altijd even goed werken in combinatie met shads, is het advies te kiezen voor een zo goed mogelijk verankeringssysteem.

Let op met te dunne shads die je op een loodkop met (een te dikke) verdikking wilt schuiven, die kunnen daardoor gelijk of na verloop van tijd uitscheuren. Wellicht knip of smelt je wat van de verdikking weg, maar niet teveel, want dat kan weer ten koste gaan van de fixatie van de haak in het lood.

Zoals je weet zijn loodkoppen verkrijgbaar in allerlei gewichten en daarbij is het zaak om zo licht mogelijk te vissen, zodat je het kunstaas zo natuurlijk mogelijk aan kunt bieden. Bovendien, hoe te lichter de loodkop, des te makkelijker te inhaleren voor een roofvis! Toch is het belangrijk dat je het jezelf niet te moeilijk maakt. Zorg namelijk ook dat je voldoende contact houdt met het kunstaas en indien nodig goed de bodem kunt bereiken. Ik zelf vis liever goed met een iets té zware loodkop dan slecht met een lichte loodkop.

Gekleurde loodkoppen?

Maakt een kleurtje nu echt uit?

Eerlijk gezegd geloof ik er niet in. Natuurlijk ziet het er mooi uit, maar of je daardoor nou ook echt meer vis vangt, betwijfel ik! De haakbocht? Ruim! Zorg absoluut voor genoeg inhakingsruimte tussen de shad en haakpunt. Net als loodkopmodellen zijn er dito loodkophaken in omloop, de ene overigens scherper dan de andere. Kort samenvattend heb ik een voorkeur voor haken met een ruime haakbocht, dundradig en scherp. Misschien zullen die wel net even sneller  uitbuigen, echter hebben deze een beter indringingsvermogen, zijn ze toch lichter en beschadig je de shad minder. Daarnaast kun je met de juiste slipinstelling al een hoop misère voorkomen natuurlijk.

Tot slot letten we natuurlijk ook op de haakgrootte. Hierbij is het eigenlijk vooral de bedoeling dat je niet een te lange haaksteel kiest voor een te kleine shad, aangezien dat ten koste gaat van de actie van het kunstaas.

Ronde loodkoppen

Met name geschikt voor werpend en slepend vissen.

De ronde loodkop voldoet aan het beeld van de traditionele loodkop. Hij is met name geschikt om werpend en slepend langwerpige shads en wormen te vissen. De ronde loodkop is minder geschikt om de waterbodem mee af te vissen, aangezien dit model de neiging heeft om op de bodem om te vallen, waardoor de haakpunt ergens achter blijft haken. Dit kan tijdens verticalen en kanticalen tot het verspelen van veel kunstaas leiden.

Erie loodkoppen

loodkoppen

Erie loodkoppen.

De erie loodkop is speciaal ontwikkeld voor de bodemvisserij en daardoor ideaal voor het verticalen. Dit model loopt als het ware als een schoen over de bodem. Het is wel belangrijk om je lijn ten opzichte van de kop zo verticaal mogelijk te houden. Loopt de lijn in een horizontale lijn richting kop dan kan deze, vanwege zijn de puntige uiteinde, achter obstakels blijven hangen. Met andere woorden: minder geschikt voor bijvoorbeeld het diagonalen vanaf de kant.

Football loodkop

loodkoppen

Football loodkop.

Door de rugbybal vorm van het lood is de Football loodkop bijzonder geschikt voor het kanticalen en het al werpend afvissen van de bodem. Omvallen is namelijk nagenoeg onmogelijk, waardoor de haakpunt altijd van de bodem blijft staan. Bovendien tik je de kop gemakkelijk over obstakels, bijvoorbeeld grote stenen en keien heen. Natuurlijk is deze ook prima voor het verticalen te gebruiken.

Stand-up loodkop

Stand-up loodkoppen.

Net zoals de erie en de football is de stand-up loodkop speciaal voor de bodemvisserij ontwikkeld. In tegenstelling tot de ronde kop kan deze niet omvallen, waardoor de haakpunt niet snel ergens achter blijft haken. Bovendien staat de haak van de stand-up, zoals de naam al doet vermoeden, bijna verticaal omhoog. Dat maakt deze loodkop bijzonder goed geschikt om in de nabijheid van obstakels te gebruiken. Naast het verticalen ook perfect voor het kanticalen.

Darter loodkop

Darter Loodkoppen

Darter loodkoppen.

Door de opvallend puntige vorm van de darter loodkop, schiet deze alle kanten op. Hij is bijzonder goed geschikt om werpend en slepend boven de bodem te vissen en om mee te verticalen. Voor het kanticalen of al werpend afvissen van de bodem is deze loodkop af te raden: door zijn puntige vorm graaft de loodkop zich snel vast in de bodem. Voordeel is echter dat hij weinig weerstand in het water heeft en dat je hem tijdens het slepend vissen goed onder de boot kunt houden. Met name geschikt voor langwerpig rubber; de kop houdt het aas horizontaal in het water.

Tekst en foto’s Wim Vandevelde en redactie

Lees meer over loodkoppen: Knutseltijd

 

 

Roofvis in het Voorjaar | Alles over Temperaturen

‘Maart roert zijn staart’ en dat maakt het wel eens lastig om uit de doeken te doen waar en hoe je het best de roofvis in het voorjaar kunt vinden. Een groep roofvissers zoekt zijn geluk ook buiten de landsgrenzen, waarbij vooral Zweden veel bezocht is. Maar wie in maart de grenzen overschrijdt, weet niet wat hij bij ons mist…

Maart is altijd een maand vol verrassingen. Drie ‘maarten’ geleden lag al het water tot de laatste dag helemaal dicht met een laagje ijs. Het was een laagje van niks, maar veel te dik om er met de boot door heen te ploegen. Het kan ook anders; de temperatuurmeter kan ook wel eens stijgen tot boven de twintig graden en dan gaat het hard; bij de rovers gaan de remmen dan echt los. Beide zijn uitzonderlijk, maar het is wel zo dat de temperatuurwaarden enorm kunnen verschillen.

Snoek, snoekbaars en baars zoeken al snel de ondiepte op. Snoek als eerste om daar te paaien, maar hoewel snoekbaars na de baars als laatste paait, hangt al menig snoekbaars in het ondiepe rond. En echt, dat zijn lang niet de kleinste!

Vissen op Roofvis in het voorjaar, complex?

roofvis in het voorjaar

Natuurlijk zijn er voorwaarden. In polders, ondiepe vaarten en kanalen ligt alles eenvoudiger, want de rovers zwemmen tussen eigen kant en overkant. Het zoeken naar roofvis in het voorjaar op groot water ligt complexer, want ze kunnen alle kanten uit en doen dat ook. De vraag is ‘waar ga je zoeken?’

De moleculen van koud water van 4 graden, zitten zo dicht op elkaar dat warmer water op het koude water blijft drijven. Warm water, al is dat maar een graadje warmer, ligt dus aan het oppervlak. Wind blaast dat warme water naar de oevers, dus heb je een mild voorjaarswindje uit het zuidwesten, dan ligt de dikste warmere waterkolom aan de noordoost kant van het water.

De situatie kan ook tegenovergesteld zijn met een wind uit het noorden of oosten, die vaak koud is en waarbij het zelfs nog kan vriezen. Die windrichting staat ook gelijk aan helder weer en ijzig koude nachten! Hierdoor zal, in tegenstelling tot wat er met een zuidwestelijke wind gebeurt, de windkant juist afkoelen! In die situatie vis ik graag aan de beschutte kanten van het water, waar het water vaak iets minder koud is.

We hebben in ons land helaas niet de waterstructuren zoals op de Zweedse meren. De baaien daar kunnen verrassend snel in temperatuur oplopen, waardoor het water voor de monding van een baai nog koud kan zijn, maar aan het eind van diezelfde baai zomaar twee graden warmer is… Reken maar dat dat uitmaakt!

Waar vind je Roofvis in het voorjaar?

roofvis in het voorjaar

Voorjaarssnoek van groot water met veel wind op de kant

Ons water ligt vaak open, zonder bergen en heuvels, en kent ook geen grillige structuren. Wat ik wel graag zie zijn de grotere, ondiepe oppervlakten met als het kan hier en daar nog wat planten of plantresten. Fonteinkruid sterft af, maar waterpest blijft vaak heel de winter staan. Ik heb er in de zomer een broertje dood aan om rond of tussen waterpest te vissen. Snoek houdt er ook niet zo van, maar bij gebrek aan beter nemen ze soms ook genoegen met minder. In het vaak heldere voorjaarswater zie je de planten goed staan, dus wijst de stek zich als vanzelf!

Op echt brede plateaus, denk aan platen van minimaal honderd meter breed is het dus zoeken naar planten of plantenresten. Je gaat hier echt snoek tegenkomen. Veel vissers denken dat het voor rovers een hele klus is om van diep naar ondiep water te zwemmen. Nou, dat is echt niet zo. Snoek, snoekbaars en baars verplaatsen zich sneller en vaker dan je denk! Dit betekent ook dat in het instabiele voorjaar de vis vaak van dieper naar ondieper water migreert en dat soms ook per dag kan doen. Dit betekent tegelijkertijd dat de situatie gedurende een drift al kan veranderen. Misschien zijn de roofvissen het talud wel opgezwommen, of hebben zich juist een stukje richting dieper water laten afzakken? Het is om die reden nooit stom om een tweede drift in te zetten.

Natuurlijk zou ik ook de randen niet vergeten. Vooral waar de overgang van diep naar ondiep water geleidelijk verloopt is de kans groot om beste vissen tegen te komen.

Roofvis zoekt in het voorjaar de warmte op

roofvis in het voorjaar

Voorjaarssnoek gevangen aan de plug

Nog een mogelijkheid zijn de taluds en platen die je soms treft bij openingen, zoals een ondiepe, inlopende vaart. Verschillende plassen worden steeds vaker van een ondiepe zone gescheiden door een kunstmatig rif van keien met hier en daar een opening. Bedenk dat het ondiep water daarachter snel kan opwarmen en juist met een windrichting die dit water uit die ondiepte perst is het omgevingswater soms zomaar een dikke graad of meer warmer! En geloof maar dat dit heel wat uitmaakt voor die koudbloedigen. Door dit kleine beetje temperatuurverschil kan snoek, snoekbaars en baars hier veel actiever zijn.

Het hoe en wat is eigenlijk best simpel. Je kunt nu echt grote en vooral zware vis verwachten. En daar pas je het materiaal natuurlijk op aan. Denk bijvoorbeeld niet dat wanneer je met kleiner kunstaas op baars vist, dat je snoek niet gaat vangen; juist in maart vang je snoek beter met niet al te groot kunstaas! Pluggen bedoeld voor de polder kunnen nu zomaar in trek zijn bij de grote snoeken van het wijd.

Sterker nog, groot kunstaas lijken ze nu totaal niet te willen! Op deze manier is een vangstmix van rovers onvermijdelijk. Over het echt ondiepe water, denkend aan een goede meter, vis je gewoon met jerkbaits, maar laat vooral na die hard of agressief te vissen. Doe het langzaam aan, met kleine tikjes uit je hengel. Denk ook aan spinners of spinnerbaits met minimaal lood, zodat je ook die langzaam en hoog kunt vissen en ook hier weer een niet te groot blad! Natuurlijk kan en mag een gewone plug. Liefst is deze niet te groot, maar wel een met veel actie erin.

Jiggend zoeken naar Vroege Rovers

Randen naar dieper water vis je het best met een shadje af. Daarop een niet al te zware loodkop van tien tot vijftien gram. Je kan en mag die shad in één tempo binnen vissen, dus aan de grond zetten en dan pas langzaam terug draaien, maar ik vis ze het liefst ‘jiggend’ terug. Uitwerpen, aan de grond zetten en dan middels de hengel optikken om vervolgens de shad gecontroleerd door de hengel weer aan de grond te zetten. Lijkt eenvoudig, maar probeer te allen tijde tijdens het afzinken contact met je kunstaas te houden en dat is lastiger dan het lijkt! Neem de tijd en vis langzaam. De aanbeten zijn vaak snoeihard en die aanbeten alleen maken het de moeite al waard om die kantjes tussen de vier en twee meter goed af te vissen.

Af en toe vastlopen is niet zo erg. Eigenlijk moet dat zelfs gewoon, want dat is wel een teken dat je daar actief bent waar de vis ook is. Dicht tegen de bodem. Vanuit je boot of bellyboat is een hanger niet zo’n ramp. In negen van de tien gevallen kun je welk kunstaas lossen door via de andere kant, maar wel weer op enige afstand druk op het kunstaas of de streamer uit te oefenen. Gelukkig is wat eerst een vastloper lijkt ook vaak een rover! En zet je dan maar schrap, want maartse rovers liegen er niet om. Ze zijn nu op het mooist!

roofvis in het voorjaar

Auteur Bertus Rozemeijer met een vroege rover

Tekst en foto’s Bertus Rozemeijer  | Meer over Bertus Rozemeijer in 10 vragen aan…

Kunstaasgids voor Snoek

Wat is het beste kunstaas voor snoek? Robert-Paul Wolters helpt je met het maken van de juiste keuze met de kunstaasgids voor snoek. In hengelsportzaken vind je een eindeloze hoeveelheid aan kleuren en soorten kunstaas. Goed, of juist slecht kunstaas bestaat eigenlijk niet. Het is de visser die het verschil maakt. Elk kunstaas heeft zijn eigen goede en slechte eigenschappen en met kunstaas expert Robert-Paul Wolters gaan we die per kunstaas categorie eens onder de loep nemen.

kunstaasgids voor snoek

Kunstaas voor snoek, spinners en spinnerbaits

Spinners & Spinnerbaits

Dit kunstaas behoort tot de klassiekers, daarom mag de spinnerbait ook niet ontbreken in de kunstaasgids voor snoek. Hoewel hun populariteit iets heeft moeten inboeten kom je ze toch nog met enige regelmaat tegen. Vissen met spinners is reuze simpel! De spinner draait in het water rond en zorgt hiermee voor weerstand op de hengeltop, zo kun je gemakkelijk in de gaten houden of de spinner het naar behoren doet en je merkt opgedregd vuil direct. Het snel ronddraaien van het spinnerblad zorgt voor een bepaalde mate van lift. Hierdoor is de spinner geneigd om steeds wat hoger door het water te lopen als je hem binnen vist.  

Voordelen 

  • Veel vormen, maten, gewichten en kleuren. 
  • Veel vibraties als gevolg van het ronddraaiende spinnerblad. 
  • Ondiep te vissen, vaak zelfs visueel waarneembaar! 

Nadelen 

  • Spinners kunnen je lijn laten kinken. 
  • Beperkte mogelijkheden in dieper water. 
  • Weinig variatie mogelijk in actie. 

Waar in te zetten? 

  • Zowel in stromend als stilstaand water. 
  • Ideaal voor ondiep water.
kunstaasgids voor snoek

Softbaits brengen regelmatig grote snoeken op de kant

Softbaits 

De laatste jaren is de populariteit van softbaits enorm gestegen! Vooral de grotere softbaits timmeren lekker aan de weg en zijn verkrijgbaar in enorm veel kleuren, maten en merken. Ook ikzelf heb enkele van mijn grootste snoeken aan softbaits gevangen. De verklaring is simpel voor mij: in het zachte rubber zijn gemakkelijk de allerkleinste details te verwerken. Bovendien voelt het zacht aan, waardoor snoek geneigd is het rubber wat langer vast te houden en soms zelfs voor een tweede maal de trekken over te halen. Het grootste voordeel van softbaits is misschien wel dat je er alle waterlagen mee kunt bevissen. Je hoeft niet persé de diepte in met loodkoppen, je kunt ze riggen zoals je zelf wil!

Voordelen 

  • Zo goed als oneindig aanbod aan kleuren en modellen. 
  • Snoeken houden softbaits vaak net wat langer vast. 
  • Veelzijdig, ondiep en diep te vissen. 

Nadelen 

  • Beperkte levensduur. 
  • Relatief duur. 
  • Opgedregd vuil wordt niet altijd opgemerkt. 
  • Het visklaar maken van softbaits is arbeidsintensief. 

Waar in te zetten?
Softbaits onderscheiden zich door hun veelzijdigheid, je kunt ze eigenlijk op ieder watertype wel inzetten. Ook in de aasvoering kun je het zo ingewikkeld maken als je zelf wil. In de zomer vis ik ze onverzwaard over plantenvelden heen, in de herfst juist wat dichter bij de bodem met een loodkop; het kan allemaal! 

kunstaasgids voor snoek

Het vissen met pluggen op snoek is nog steeds populair

Pluggen

Pluggen zijn misschien wel het meest geliefd onder kunstaasvissers. Het vissen met pluggen is enorm simpel, gelijkmatig binnendraaien is vaak al genoeg om een snoek over de streep te trekken. Ze vibreren erg hard, zeker die bolle- haast kogelronde- modellen. Deze modellen kun je het best op een tempo binnen vissen. Hun langwerpige broertjes en zusjes mag je rustig wat meer variëren, dit zijn zogenaamde twitchbaits! 

Voordelen 

  • Veel keuze in kleur, maat en actie. 
  • Veelzijdig in te zetten. 
  • Goede hookup ratio. 
  • Gehaakt vuil wordt direct opgemerkt. 
  • Gaat lang mee. 

Nadelen 

  • Eenzijdig, een bepaalde plug heeft maar een soort actie. 
  • Op plantenrijke wateren haak je meer groen dan snoek. 

Waar in te zetten? 

Op de verpakking van een plug wordt vaak vermeld hoe diep hij loopt. Daarom is het vrij eenvoudig om te bepalen of een bepaalde plug geschikt is voor het water wat jij voor ogen hebt, mits je de diepte daar een beetje kent natuurlijk. Pluggen gebruik ik vaak pas wat later in het jaar, als het groen al wat afgestorven is.
 

Jerkbaits

Jerkbaits zijn grofweg in drie subgroepen te onderscheiden. Gliders bewegen verleidelijk van links naar rechts bij het binnentikken. Divers duiken met hun kop naar beneden en waggelen weer rustig omhoog na een haal van de hengel. Tot slot zijn er nog jerkbaits die de eigenschappen van beide jerkbaits combineren; de hybrides. Deze jerkbaits dansen als een dronken visje door het water. Ze lopen allemaal relatief ondiep, ik ken maar weinig jerkbaits die dieper dan drie meter komen. 

 Voordelen 

  • Enorm goed aas om in verschillende tempo’s binnen te vissen. 
  • Veel vormen en kleuren. 
  • Spannende visserij, vaak in het zicht.
    Nadelen 
  • Komt niet heel diep. 
  • Eigenlijk haast alleen werpend in te zetten 
  • Moeilijk om goed te vissen; elke jerkbait heeft zijn eigen ideale ritme.
    Waar in te zetten? 

Met jerkbaits kun je het hele jaar door vangen. Vis je ondiep, dan kun je de aanbeten zien! Ik vis het liefst met jerkbaits als ik een relatief kleine stek goed wil uitvissen. Gliders zijn in de ondiepte mijn favoriet. In de herfst zet ik vooral hybrides in, net als in de winter. Zelfs ’s winters zijn snoeken soms niet te beroerd om enkele meters van de bodem omhoog te komen om een tuimelende jerkbait te onderscheppen. 

kunstaasgids voor snoek

Een perfecte kopie van een prooivis

Swimbaits 

Swimbaits vallen onder te verdelen in twee categorieën. Harde, meerdelige swimbaits en swimbaits met een harde kop en een zacht achterlijf. Beide aassoorten hebben een enorm realistische zwem actie. Ook in uiterlijke kenmerken lijken swimbaits misschien wel het meest van alle aassoorten op een echte prooivis. 

 Voordelen 

  • Natuurgetrouw gevormd kunstaas. 
  • Zeer realistische actie. 
  • Goed te werpen en te trollen. 
  • Afhankelijk van het model diep of ondiep te vissen. 

Nadelen 

  • (Vaak) erg duur. 
  • Modellen met een zacht achterlijk hebben een beperkte levensduur 

Waar in te zetten? 

De meeste meerdelige swimbaits lopen ondiep, zelfs modellen die snel zinken zullen zelden dieper dan een meter gaan. Deze aasjes zijn zowel trollend als werpend enorm succesvol. Zelf vind ik het heel mooi om ze boven waterplanten te presenteren en lekker te variëren met binnenhalen. De modellen met een duiklip duiken snel naar hun maximale zwemdiepte en vertonen daar hun kunstje. Ideaal om scherpe taluds af te trollen, zo heb ik mijn allerdikste snoeken gevangen! 

Met de streamer op snoek kan ook met de spinhengel

Streamers 

Ook vliegvissen op snoek kan effectief zijn! En goed nieuws; je hoeft de kunst van het vliegvissen helemaal niet te beheersen om toch met streamers te kunnen vissen. Er zijn verzwaarde streamers verkrijgbaar die je heel goed aan de spinhengel kunt vissen. Deze streamers zijn in alle denkbare formaten en kleuren te krijgen! 

Voordelen 

  • Streamers zijn zeer langzaam te vissen. 
  • Dankzij de enkele haak (eventueel met kleine dreg) goed te vissen in plantenrijk water. 
  • (onverzwaarde) streamers zijn licht van gewicht, waardoor de hookup ratio hoog is! 

Nadelen 

  • Lastig te verkrijgen, vaak ben je afhankelijk van mensen die ze zelf maken. 
  • Beperkt inzetbaar in dieper water. 

Waar in te zetten? 

Ik vis het hele jaar door met streamers. Als de vis actief is grijp ik eerder naar jerkbaits, swimbaits of spinners, maar als de vis niet zo actief is dan vis ik liever met streamers. Deze kun je enorm langzaam aanbieden waardoor trage snoeken ze sneller zullen grijpen. Vooral in de winter kan deze enorm langzame aasaanbieding voor vuurwerk zorgen! 

Kunstaasgids voor snoek: Auteur: Tekst & foto’s Robert-Paul Wolters 

 

 

Snoekvissen vanaf de Kant

In Nederland zijn we gezegend met veel mooi snoekwater en een boot is daarbij absoluut geen must, snoekvissen vanaf de kant kan net zo effectief zijn. Vanaf de kant kun je namelijk prima je ding doen! Nick Landman van Savage Gear doet dat al jaren en kan zo de nodige do’s en dont’s voor deze visserij opsommen.   

Snoekvissen vanaf de Kant: DO’s

Waadbroek

snoekvissen vanaf de kant

Een waadpak helpt om de moeilijke stekken te bereiken

Een absolute must bij het snoekvissen vanaf de kant vind ik de mogelijkheid tot waden. Zo kun je letterlijk en figuurlijk net even een stapje extra zetten waardoor je de moeilijk bereikbare stekken toch nog mee kunt pakken. Nog een bijkomend voordeel is dat je tijdens het drillen van een snoek niet naar de perfecte plek hoeft te zoeken waar je deze kunt landen.

Vertrouw je de kant niet helemaal of kun je er niet goed bij, dan ga je gewoon in het water staan of op je knieën zitten. En nee, mij zie je niet struinen met een zwaar neopreenpak of die maffe lieslaarzen. Ik gebruik hiervoor een speciale lichtgewicht, waterdichte broek van Savage Gear. Echt een uitkomst!

Spiraaltje

snoekvissen vanaf de kant

Spiraal Wartel, handig om snel van kunstaas te wisselen

Tijdens een dag vissen wordt er natuurlijk geregeld van kunstaas gewisseld en jij als visser wilt dat dit zo snel en soepel mogelijk gebeurt. Niks mis met de spelden van menig onderlijn, toch kan het makkelijker wat mij betreft en al helemaal als het koud is en je met je stijve vingers nauwelijks die speld open kunt drukken.

Zo ben ik daardoor spiraalvormige spelden gaan gebruiken, deze zijn wel wat duurder in aanschaf, maar gaan naar mijn idee ook veel langer mee. Je hoeft er geen kracht op te zetten en met één simpele beweging heb je een ander aasje aan de speld hangen en kun je door met vissen.

Route uitstippelen

Wanneer ik een dag ga vissen dan zorg ik altijd dat ik weet waar ik naar toe wil, dit geeft mij een soort van geruststellend gevoel. Dit kun je natuurlijk op meerdere manieren doen, voor mij is één manier om een dag van tevoren een soort van route uit te stippelen, Google Maps is hiervoor een handige tool. Er zijn toch altijd dingen waar je rekening mee moet houden. Mocht het die dag bijvoorbeeld écht hard gaan waaien, dan ga ik niet op wijde vlaktes staan gooien, dan zoek ik wat meer de stekken in de luwte op. Ik heb op taaie dagen al vaak meegemaakt dat wanneer je geen plan hebt, de moed al snel in de schoenen zakt.

Dressuur doorbreken

snoekvissen

Dressuur water vraagt om voorzichtig te worden benaderd

Wat snoekwateren betreft hebben wij Nederlanders weinig reden tot klagen. Er zijn allerlei soorten gebieden waar je uit de voeten kunt, één daarvan zijn de stadswateren. Met name deze wateren worden druk bevist en geloof maar dat de snoeken hier het klappen van de zweep kennen.

Dressuur is en blijft een onderschat aspect bij het vissen op snoek, dat terwijl deze rovers op den duur zeker weten associaties gaan leggen bijvoorbeeld lawaai op de kant of bepaalde stukken kunstaas. Op stadswateren of sloten in een woonwijk ben ik daarom extra voorzichtig bij het benaderen van stekken. 

Stek even laten rusten

Iedereen kent het gevoel wel van een aanbeet krijgen of missen. En iedereen zal vrijwel automatisch de neiging hebben om op de stek door te willen vissen. Twee worpen kunnen mijns inziens nog wel eens wat uithalen, maar meer vind ik verspeelde moeite. Ja, inderdaad, er zit snoek op de stek, maar die is op dat moment gealarmeerd en, indien de haken gevoeld, zal die zich op korte termijn niet nog een keer vergissen. Beter is het om de stek even met rust te laten en bijvoorbeeld een half uur later nog eens terug te keren. Goede kans dat de snoek je nu wel een tweede kans geeft.

Snoekvissen vanaf de Kant: DON’TS

Teveel meenemen

snoekvissen vanaf de kant

Minimale uitrusting bij het snoekvissen vanaf de kant

Ik ben mezelf tijdens het snoekvissen vanaf de kant al meerdere keren lelijk tegen het lijf gelopen door teveel spullen met me mee te sjouwen. Wanneer je een eind van de auto vandaan bent en je begint pijn in je schouders te krijgen door de zware tas die om je nek hangt, dan zou je willen dat je dat hele stuk niet meer terug zou hoeven lopen. Zeker met het meenemen van kunstaas hebben we nogal moeite te doseren. Toch, wees streng voor jezelf en neem alleen mee waar je vertrouwen in hebt.  

Te warm aankleden

Snoekvissen vanaf de kant betekent veel in beweging zijn, soms ben je kilometers onderweg om die ene stek te bereiken. Tijdens zo’n wandeling verbruikt je lichaam veel energie waardoor je het in korte tijd ontzettend warm kunt krijgen, tot aan zweten toe zelfs. Ter vergelijking, een dag op de boot vissen in de kou is heel anders en dus ook de kleding. Een mooi principe is het 3 lagen principe, ofwel thermo ondergoed, fleecetrui en daaroverheen een lichtgewicht wind- en waterdicht jack (inclusief waterdichte broek).

Schaduwen van stek

Tijdens het snoekvissen zijn er altijd plekken waar je wat meer aandacht aan besteedt ten opzichte van de monotone rechte stukken. Jawel, de zogenaamde hotspots. Dit zijn dan ook meteen wel vaak de plekken waar over het algemeen veel gevist wordt en dressuur op de loer ligt. Zelf vind ik het in deze belangrijk om deze hotspots echt voorzichtig te benaderen. Je eigen schaduw kan daarbij al danig de boel verstoren. Zeker wanneer de zon laag staat en je donkere alter ego zich veel langer uitstrekt. Echt iets om rekening mee te houden! 

Koppig zijn

snoekvissen vanaf de kant

Op taaie dagen wisselen van kleur ? Varieer eens in snelheid met binnenvissen

Wanneer het op taaie dagen allemaal niet loopt zoals je dat graag zou willen, dan zijn er allerlei manieren om die taaiheid te doorbreken. Je zou de kleur van je kunstaas kunnen veranderen door met bruin in plaats van groen te gaan vissen, maar hier geloof ik zelf niet zo in. Wat ik zelf ondervonden heb is dat je manier van vissen wel verschil kan maken. Vis je deze dag bijvoorbeeld heel traag, probeer dan eens om je kunstaas wat agressiever (sneller, wilder) binnen te vissen. Twijfelachtige snoeken zullen zo uit frustratie toch interesse gaan tonen.

Drukke wateren bevissen

snoekvissen vanaf de kant

Vermijd de druk beviste stekken

Wanneer je bij een stek aankomt waar je wilt gaan vissen en je ziet dat hier al andere vissers bezig zijn of teveel drukte om heen hangt, ga hier dan niet vissen en sla deze lekker over. Over het algemeen is het zo dat de vis zich op zulke momenten wat gedeisd houdt. Zonde van je tijd! Eventueel kun je deze stek later op de dag nog een kans geven. Mijn voorkeur gaat uit naar een wat later tijdstip in de avond, wanneer de rust aan het water is teruggekeerd. 

Auteur Nick Landman met een prachtige snoek vanaf de kant gevangen

Tekst en Foto’s : Nick Landman

Lees meer Snoek Do’s en Don’ts : Poldersnoek

Doodaasvissen op grote snoek

In bijna iedere haven of andere hotspot voor snoek kom je ze tegenwoordig tegen: doodaasvissers.

Het doodaasvissen is bezig aan een opmars in Nederland, de visserij wordt almaar populairder. In bijna iedere haven of andere hotspot voor snoek kom je ze tegenwoordig tegen: doodaasvissers. Niet verwonderlijk, gezien de vangsten die ermee geboekt worden. Maar hoe gaat het nu precies in zijn werk? Hoe vis je nu het meest effectief met doodaas?

doodaasvissen op snoek

Auteur Tamme Smit.

Welke stekken?

Het allerbelangrijkste voor een succesvolle doodaassessie is de stek. Wanneer je weet dat je in de buurt van een school vis ligt, weet je ook dat snoek niet ver weg kan liggen. De visserij met aasvissen is vanzelfsprekend veel statischer dan die met kunstaas. Om die reden loop je ook niet ‘vanzelf’ tegen een school aasvis aan. Je moet dus van tevoren al weten dat er ergens aasvis ligt.

Plaatsen als bruggen, steigers, kruisingen, plekken waar veel boten afmeren en doodlopende einden zijn vaak razend interessant. Je kunt er bij wijze van spreken op je klompen aanvoelen dat er snoek ligt. Toch is het lekker wanneer je zeker bent van je zaken en gewoon weet dat er vis ligt. Hoe je dat doet? Het antwoord is: observeren! Wie observeert, die leert. Zeker in de avonduurtjes zijn de witvissen actief en verraden ze met kringetjes in het wateroppervlak hun aanwezigheid. Daarnaast zie ik erg graag jagende watervogels.

Wanneer ik aalscholvers en futen zie ben ik dus blij, dan weet ik dat aasvis niet ver weg kan zijn. Als ik tijdens het uitpeilen van de stek vervolgens ook nog tikjes voel van witvis die ik aantik met mijn lijn, dan kan het al helemaal niet meer mis! De school prooivis is gelokaliseerd.

Waar plaats je nu het beste je aasvis? In het midden van die school, of juist aan de randen? Het is goed om te weten dat luie, dikke snoeken nooit middenin of onder een school aasvis gaan liggen, maar juist de randen wat meer opzoeken. Drie keer raden waar ik mijn aasvis aan wil bieden?

doodaasvissen op snoek

Een goede voorbereiding is belangrijk bij het doodaasvissen.

Goede voorbereiding

Allereerst begin ik met peilen. Dit doe ik door met een dertig grams loodje de stek uit te kammen en mijn dobber steeds wat omhoog te schuiven, tot het loodje op de bodem staat. Op deze manier kan ik mooi de bodem in kaart brengen en eventueel interessante taluds vinden.
Zodra ik begin met vissen dan zal dit altijd met één hengel op of net boven de bodem zijn, en met de andere op half water. Op deze manier kan ik achterhalen waar de snoek op dat moment voorkeur aan geeft. Logisch dat als op de ene hengel meerdere aanbeten komen, je met de andere hengel beter ook op deze manier kunt vissen.

Welke aasvis?

Wanneer je eenmaal een goed beeld van de stek hebt, is het tijd om de aasvissen te water te laten. Voorn of zeevis? In helder water (in mijn ogen een doorzicht van meer dan 50 cm) kies ik voor voorn. Is dit niet het geval en is het water dus wat troebel, dan kies ik voor zeevis! Snoek is een zicht- en gevoelsjager, maar ook de geur van de prooivis triggert de snoek.

Bij het vissen met de dode aasvis wordt de zijlijn van de snoek niet geprikkeld, dus moet de snoek het hebben van geur of zicht. Is het water troebel, dan zal de snoek het aas niet snel waarnemen door het beperkte zicht. Zeevis heeft een sterkere geur dan zoetwatervis, dus de keuze bij troebel water is voor mij snel gemaakt, namelijk een aromatische, oliehoudende ‘zoute’ hap!

Snoek op een aromatische, oliehoudende ‘zoute’ hap!

Welke montage voor doodaasvissen?

De montage van het dobbervissen is simpel. Eerst schuif ik een een stuitje, gevolgd door een kraaltje, op de lijn, daarna volgt de dobber. Het kraaltje zorgt ervoor dat de dobber niet vast in het stuitje komt te zitten en dus over de lijn kan blijven schuiven. Het drijfvermogen van de dobber varieert van 15 tot 25 gram, afhankelijk van de grootte van de aasvis.

Wanneer je de Floats gebruikt, met daarbij de bijbehorende loodgewichten, zal je dobber altijd perfect in het water staan. Het grootste voordeel hierbij is dat de snoek minimale weerstand voelt bij het tussen de kaken nemen van jouw aasvis. Bovendien is het belangrijk dat er een Knot Buffer op de knoop geplaatst wordt. Deze Knot Buffer is feitelijk een kraal die de knoop beschermd, waardoor deze niet beschadigd raakt.

Tot slot de takel die ik bij het dobbervissen zo simpel mogelijk houd. Zorg ervoor dat de takel nooit te kort is, en dat de dreg niet te groot is. Een 50 cm lange leader met onderaan een dreg, maat 2 is voldoende om de snoek te haken. Belangrijk is wel dat je goede kwaliteit leadermateriaal gebruikt, dus kinkvast, flexibel en niet te dik. Zelf gebruik ik graag 49 strands wire; prima spul dat niet tot nauwelijks kinkt! Zo hoef je niet na elke vangst opnieuw een nieuwe takel te monteren en kun je tijdens bijtgrage uurtjes lekker doorvissen in plaats van knopen.

doodaasvissen met dobber

Wachten op een teken van leven.

Geduld wordt beloond!

Tijdens de winter vreten snoeken nog behoorlijk goed, toch zijn ze liever lui dan moe. Een grote, hapklare brok vis zullen ze zelden links laten liggen. Snoeken hebben ook geen moeite met grote aasvissen; het zal je verbazen als je ziet hoe snel ze een grote vis weg kunnen werken. Om die reden is het belangrijk dat je elke aanbeet ziet en er direct op kunt reageren. Afhankelijk van de grootte van de aasvis is acht seconden wachten de max! De vis is dan bijna altijd goed gehaakt.

Ga bedacht te werk, blijf op je hoede en houd de dobber altijd in het zicht. Gebruik ook een net waar dat nodig is, bijvoorbeeld bij een hoge kade. Het is voor de snoeken die nu op topgewicht zijn absoluut niet bevorderlijk om hangend aan één kieuw de kant op te worden getild. Daarnaast is snel en vaak verkassen iets wat niet handig is tijdens het doodaasvissen.

Als het goed is weet je immers dat er aasvis aanwezig is op je stek, dan kunnen de snoeken gewoon niet ver weg zijn! In dit jaargetijde hebben snoeken nu eenmaal duidelijke aasperiodes; soms moet je enorm lang wachten en gaat het ineens compleet los. Zo heb ik ooit meegemaakt dat ik na ettelijke uren wachten twee dobbers tegelijk zag verdwijnen. Wat later lagen er twee metersnoeken voor de kant! Dat wil je niet missen toch? Geef een stek dus voldoende tijd, geduld wordt beloond!

doodaasvissen op snoek

Doodaasvissen op de juiste stek.

Welk materiaal voor doodaasvissen?

Het materiaal dat gebruikt wordt voor het doodaasvissen, kan heel eenvoudig zijn maar het moet wel aan bepaalde voorwaarden voldoen. Natuurlijk is een hengel met wat ruggengraat, waarmee de haak goed gezet kan worden, belangrijk. Toch vind ik drilplezier net zo belangrijk. Diverse fabrikanten hebben speciaal voor deze visserij hengels ontwikkeld in diverse maten en prijsklassen. Zelf gebruik ik hengels met een testcurve van 3 lbs en een lengte van 3 meter.

De werpmolen moet voorzien zijn van een degelijke slip en stevige, gevlochten lijn. Zelf gebruik ik minimaal 26/00 dyneema. Vaak wordt er in de buurt van obstakels gevist, bovendien behoort de vangst van een regelrechte bak echt tot de mogelijkheden, dus vis ik liever iets te zwaar dan te licht. Op materiaal bezuinig ik liever niet.

Tekst en foto’s : Tamme Smit

MEER LEZEN: DOODAASTIPS | DOODAASTAKEL MAKEN

Nieuwe roofvisproducten

Nieuwe producten voor de roofvisser van Arca, Salmo, Quantum en Gunki.

Lichte reeks

De tweedelige Spinning Course ST spinhengels van Arca zijn gebouwd voor het lichte vissen met kunstaas. Bij een lengte van 1,80 tot 2,25 meter hebben deze hengels een werpvermogen dat loopt tot 9, 12, 14, 15 of 18 gram.

De molenhouder is geïntegreerd in de ergonomische handgreep.

De carbonhengels hebben een matte, discrete finish, eenpoots geleideogen en een versterkte spigot-sluiting.
Adviesprijzen € 60 tot € 65.

Website: www.arca-bifa.com

Ultralicht kunstaas

De Salmo Tiny is slechts drie centimeter lang en beschikbaar in een drijvende en zinkende uitvoering die 2 tot 2,5 gram zwaar zijn.

Een ideaal plugje, in vijf kleurencombinaties, voor het vissen op stilstaand water of kleine beken, met name wanneer vissen in de buurt van het wateroppervlak aan het azen zijn.

Zwemt tot 30 cm diep.

Website: www.salmo.com.pl

Compact molenhuis

Mede door de uitgebalanceerde rotor heeft de nieuwe Quantum Centex werpmolen een zeer soepele loop. Door de S-bocht lijnopspoeling komt de lijn netjes op de aluminium long stroke spoel te liggen.

De afstelling voor de fijn instelbare slip is voor op de spoel te vinden, de nieuw ontworpen slinger zorgt voor een maximaal comfort.
Adviesprijs € 56 tot € 65 inclusief reservespoel.

Het binnenwerk staat als een huis.

Website: www.zebco-europe.com

Minder stijf

De nieuwe Gunki Hard Mono is een zeer slijtvaste, onopvallende lijn voor het maken van roofvisonderlijnen.

De lijn is leverbaar in diameters vanaf 40/00 tot 120/00, met een trekkracht die oploopt van 8,4 tot 51 kg. De lijn wordt geleverd op spoelen van 50 meter.

Eenvoudiger te knopen dan fluorocarbon.

Website: www.pezonetmichel.com/nl

Poldersnoek – Do’s en Don’ts

poldersnoek

Vissen op poldersnoek, hoe pak je dit aan ? 

We zijn gezegend met de hoeveelheid water in Nederland. Zeker wat betreft onze polderstelsels; uitgestrekte landschappen met een gigantische hoeveelheid aan slootjes en vaarten. Dat hier massaal snoek rondzwemt is geen geheim meer en met name ’s winters is het hier een komen en gaan van struinende vissers. Roofvisspecialist Sander Paans is er daar een van en komt met de nodige do’s & don’ts op de proppen.

poldersnoek

Auteur Sander Paans.

Poldersnoek Do’s

Raadpleeg het internet

Met behulp van internet (Google Earth/ Streetview) is het tegenwoordig mogelijk om al van te voren een indruk te krijgen van de stekken die je gaat bevissen. Zoek hierbij naar natuurlijke en onnatuurlijke onderbrekingen in het monotone karakter van sommige poldersloten. Dit zijn de plekken waar snoek dekking vindt. Denk aan bruggetjes, T-splitsingen, kruisingen, duikers, etc. Sommige foto’s zijn wat gedateerd, maar uiteindelijk kun je er wel je voordeel mee doen. Wanneer je dan toch aan het zoeken bent, kijk gelijk op www.visplanner.nl of je er mag vissen met jouw vergunning.

Ga op verkenning

Het kan ook helpen om ’s zomers al even de sloten goed in je op te nemen. Waar liggen er lelievelden of andere planten? Dit zijn plekken die ook in de winter productief kunnen zijn. De waterplanten sterven niet helemaal af en tussen die restjes zoekt de witvis naar zijn voedsel. Voor de poldersnoek is dit hartstikke interessant!
Bedenk ook goed wat kou met de watertemperatuur kan doen en houd hier rekening mee bij je stekkeuze. Bij een koude oostenwind zoek je de vissen op in de beschutting, maar liever nog in de aangrenzende woonwijk. Het water hoeft maar net 1 of 2 graden warmer te zijn voor actievere snoek.

poldersnoek

Polders met aangrenzende woonwijken zijn aantrekkelijke winterstekken.

Lichte bepakking

Het leuke van struinen vind ik dat je soms uren weg kunt blijven bij de auto. Je trekt een mooi gebied in en loopt hier rond. Tijdens zulke wandeltochten is het niet prettig om met een zware bepakking rond te lopen, want uiteindelijk gaat dat hoe dan ook doorwegen. Neem de minimale benodigde spullen mee en kies je kunstaas selectief. Verder wat eten en drinken, aangezien je toch een hoop energie verbruikt tijdens het struinen. Bedenk ook hoe je de vangst vast wilt leggen. Neem je een (spiegelreflex)camera mee of maak je een foto met je telefoon? De huidige smartphones hebben prima camera’s en de foto’s zijn van goede kwaliteit.

poldersnoek

Veel heb je niet nodig voor het struinend vissen.

Varieer met kunstaas

Neem niet teveel mee aan kunstaas, maar zorg wel dat je kunt variëren! Er zijn dagen dat ze maar een bepaalde aassoort of zelfs kleur willen hebben. Tijdens één van mijn laatste poldervisdagen kwam ik er door mijn vismaat achter dat ze alleen maar firetiger wilden hebben. Hij viste me op een bepaald stukje water helemaal zoek, terwijl ik geen actie kreeg. Nadat ik wisselde voor een shad in firetiger begon het bij mij ook te lopen. Wat neem ik mee aan kunstaas? Eén of twee jerkbaits (glider 10-12 cm en 15-17 cm), een spinner, een softbait, twee plugjes (slank en dik buikig); meer hoeft eigenlijk niet.

poldersnoek

De kleur firetiger is geliefd bij snoek en snoekvisser.

Geniet van het vissen en je omgeving

Poldervissen is net als iedere visserij; het is zoeken naar de juiste plekken, het juiste aas en de juiste tijd. En net op het moment dat je denkt alles uitgedokterd te hebben, besluiten die helse snoeken het weer anders te doen. En laat dat nou juist het snoekvissen zo leuk maken! De grote DO die ik hier mee wil geven, geniet vooral! Geniet van de visserij in de polder, het buiten in de natuur zijn en alles om je heen. Geniet van alle vis die je vangt, ook van de kleintjes. Het gaat niet alleen maar om meter+ vissen, juist in de polder kunnen de kleinere vissen je dag helemaal maken.

Poldersnoek Don’ts

Diepduikers

Polders zijn vaak ondiepe slotenstelsels van maximaal 1,5 meter diep en over het algemeen nog ondieper. Vissen met diepduikende pluggen of shads met zware loodkoppen heeft geen enkele zin. Het enige wat je zult vangen is een hoop modder, takken en frustratie. Voor shads is een loodkop van 5-10 gram wel maximaal, met 10 gram is het al zaak om met de hengeltop omhoog te vissen. Hetzelfde geldt voor pluggen, kies deze bewust. Een plug die een schoep heeft die in het verlengde van de kop staat zal dieper lopen dan een plug waarvan de schoep haaks op de kop staat.

Geen kniptang

Ga niet op pad zonder een set goede tangen! Helaas zie ik dat veel snoekvissers nog steeds op pad gaan met een enkele tang en zonder kniptang, terwijl dit juist voor de snoek van levensbelang kan zijn. Van mij mogen ze dit zelfs verplichten in de vergunningsvoorwaarden. Sowieso dus een puntbektang (bij voorkeur ook een lange) en een kniptang; eigenlijk bestaat er maar één goede en dat is de Knipex Cobolt, hij kost een paar centen maar je hebt er enorm lang veel plezier van.

poldersnoek

Een goede onthaaktang mag niet ontbreken.

Te diep vissen

Vis niet te diep in de polderwateren. Het doorzicht ten opzichte van stadswateren is vaak iets minder, maar nog goed genoeg. Tel daar de geringe diepte bij op en je zult merken dat je helemaal niet diep hoeft te vissen. Zeker op de watertjes waar het rond de 1 meter diep is, kun je gemakkelijk net onder het oppervlak vissen. Voor de snoek maakt het echt niet uit dat hij ons aasje net onder het oppervlak vandaan moet halen. Ik heb zelfs het idee dat dit gemakkelijker is dan een schot richting bodem. De aanbeten die je nu krijgt blijven vaak op je netvlies staan.

Ellenlange fotoshoots

Bedenk dat het belang van de snoek altijd voorop staat. In dit digitale tijdperk hebben we allerlei mogelijkheden om de vangst van een snoek vast te leggen, maar vooral om te delen. De meeste van ons willen alles laten zien op Facebook, Twitter, Instagram enzovoorts. Persoonlijk heb ik daar weinig moeite mee, ik zie graag de nodige mooie vangstfoto’s voorbij komen. Ik houd er alleen niet van om vissen te zien die helemaal onder het zand of bladeren zitten, om over stenen nog maar niet te spreken. Beheers je de landingsgrepen van snoek nog niet, neem dan een goed schepnet en onthaakmatje mee. De vis blijft vochtig en netjes; snel een paar fotootjes en weer terug. Geen ellenlange fotoshoot voor die ene perfecte foto.

poldersnoek

Catch & Release na een snelle fotoshoot.

Moeilijk doen

Ga niet te moeilijk doen met grote brokken kunstaas en zware hengels met een werpgewicht van 100 gram of meer. Daar beleef je in de polder weinig sport aan. Er gaan bij mij tijdens een poldertrip twee hengels mee en ter plekke maak ik de keuze met welke ik ga struinen. De eerste is een spinhengel van 2,50 meter en 20-40 gram werpvermogen, de tweede een jerkbaithengel van 1,95 meter en 30-60 gram werpvermogen. De spinhengel gebruik ik de laatste tijd weer steeds meer en hier kan ik nagenoeg al het kunstaas mee vissen. De molen is opgespoeld met 17/00 dyneema en voorzien van een 40 lbs titanium onderlijntje. De jerkbaithengel is zwaar genoeg om jerkbaits tot zo’n 80 gram mee te werpen en licht genoeg om een leuke dril te hebben aan een niet te grote snoek.

TEKST EN FOTO’S : SANDER PAANS

 

Tien tips voor het vissen met kunstaas in de winter

Christopher Görg  behoort tot de winterharde sportvissers die zelfs in de koudste maanden nog met de kunstaashengel naar de waterkant gaan. Wanneer je er net zo over denkt, dan zijn hier tien winterse kunstaas tips om ook in de winter succesvol te kunnen zijn.

1. De innerlijke koukleum overwinnen

De blik uit het raam van de warme woning werkt in de winter vaak afschrikkend. Wind, sneeuw en een trillende koude weerhouden veel sportvissers ervan om de waterkant op te zoeken.

kunstaas voor de winter

Echter alleen wanneer je kunstaas te water laat, kun je hier ook daadwerkelijk iets mee vangen. Thuis wordt dat zeker niets.

Thuis wordt dat zeker niets. De grondregel voor het vissen in de winter is dat je jezelf een duwtje moet geven en de angst voor de koude moet overwinnen door op of langs het water de hengel ter hand te nemen.

2. Warm moet het zijn

Ook wanneer de buitentemperatuur rond het vriespunt ligt, betekent dit nog niet dat je het koud moet hebben tijdens het vissen. Een afgekoeld lichaam is niet alleen slecht voor de gezondheid, het beneemt je ook het plezier van het vissen.

winter kunstaas

Op warme kleding mag je in geen geval besparen, het devies luidt: liever wat te veel dan te weinig.

Kledingstukken uittrekken kan altijd nog. Hete thee uit de thermosfles draagt ook aan een comfortabel gevoel tijdens het vissen bij.

3. Doorzettingsvermogen tonen

Juist in het koude jaargetijde kan het nog wel eens lang duren voordat je een vis kunt haken. In de winter zijn de roofvissen niet meer overal in een water te vinden, maar liggen ze dichter bij elkaar in een beperkt gedeelte van het water. Er is wat doorzettingsvermogen voor nodig om deze stekken te vinden.

Het is belangrijk om ook na enkele succesloze uren niet meteen op te geven, maar volhardend je doel – een vis te vangen – te blijven volgen.

4. Keuze van het water

Wanneer je de keuze hebt uit meerdere wateren, dan kan het raadzaam zijn om voor een kleiner water te kiezen.

Hier heb je een grotere kans om de standplaatsen van de vissen te vinden, omdat de vis minder schuilplaatsen ter beschikking heeft dan op grotere wateren.

Een voorwaarde is natuurlijk wel dat het bestand aan roofvis niet al te klein is op dat water.

5. Prooivissen vinden

Op plekken waar zich veel prooivissen ophouden, daar zijn de roofvissen ook meestal niet ver weg. In de winter liggen deze op een beperkt aantal plekken bij elkaar. Vaak is het zo dat de kleine vissen zich jaar na jaar op dezelfde stekken ophoudt. Wanneer je als kunstaasvisser met dergelijke stekken bekend bent, dan blijft succes doorgaans niet lang uit. Met behulp van een visvinder zijn de grote scholen prooivis vaak goed te lokaliseren. Ook bij het vissen zonder dieptemeter is het goed mogelijk om die grote scholen te vinden.

Kleine tikjes op de hengeltop en per ongeluk verkeerd gehaakte witvis zijn een duidelijke aanwijzing voor een school prooivis.

6. Hotspots herkennen

Natuurlijk kan de roofvis zich ophouden op plekken die voor ons sportvisser weinig vertrouwen geven. Toch is het aan te raden om op de uitkijk te blijven naar markante plekken. Een schuin aflopende helling onder water is voor roofvissen een standplaats die vaak benut wordt. Met name dan wanneer er op een water weinig van dergelijke structuren te vinden zijn.

Plekken waar het voor de vissen mogelijk is om snel vanuit de diepte tot in het wateroppervlak te komen, zijn echte hotspots.

Hier houden de roofvissen zich vaak op, omdat ze dan in het voorjaar snel in het opwarmende, ondiepe water kunnen komen.

7. Aasperiodes aanhouden

In de winter zijn de roofvissen vaak maar voor korte tijd actief. Dat betekent dat ze in een korte aasperiode voedsel tot zich nemen. Rond dat tijdstip dient het kunstaas in het water te liggen.

Wanneer de aasperiodes op een bepaald water bekend zijn, dan kun je ook heel gericht in die periode vissen.

Je dient hierbij in het oog te houden dat de aasperiodes al naar gelang de weersomstandigheden ook enkele uren kunnen verschuiven.

8. Ga eens langzamer

Doordat de stofwisseling op een laag pitje staat, zijn de vissen zeer traag. Een rustig binnenvissen van het kunstaas is vaak de sleutel tot succes.

Zelfs de prooivis beweegt zich in de winter minder snel, dit wil je graag imiteren.

Zelfs de prooivis beweegt zich in de winter minder snel, dit wil je graag imiteren.

De dropshotmontage en de Carolina rig zijn ook bij lage watertemperaturen nog goed te gebruiken. Ook no-action shads op een loodkop zijn een goede keuze in de winter.

9. Kies voor groter kunstaas

Veel roofvissen hebben er zich bij lage watertemperaturen op ingesteld om zo min mogelijk energie te verbruiken. Elke aanval van een roofvis kost een bepaalde hoeveelheid energie. Om die energie zo goed mogelijk is te zetten, is het voor de roofvis rendabeler om zich te richten op grotere prooivissen.

Om die reden mag het kunstaas in de winter gerust een maatje groter zijn.

 

10. Natuurlijk aas aanbieden

Op sommige dagen, wanneer de bekken van de roofvissen vastgenageld lijken te zijn, kan het actieve vissen met dode aasvissen toch nog het gewenste resultaat opleveren.

Dode aasvissen hebben het voordeel dat ze daadwerkelijk naar vis ruiken en proeven.

Wanneer je verticaal kunt vissen, dan kun je de aasvis met een fireball aanbieden. In de andere gevallen kan het presenteren van een dode aasvis met een dropshotmontage of Carolina rig ook succesvol zijn.

Tekst en Foto’s : Christopher Görg