• Niets dan de waarheid

    In magazines en op websites lees je regelmatig theorieën over het vissen op snoekbaars. Theorieën die als de waarheid beschouwd worden, die op alle watertypen worden toegepast en klakkeloos overgenomen. Soms zou enige nuancering op zijn plaats zijn. In dit artikel geeft Veit Wilde zijn mening over een aantal van die theorieën.

    Tekst & foto’s Veit Wilde

    De snoekbaars is voor veel kunstaasvissers de meest felbegeerde roofvis, een mysterieuze vis die vaak net wat lastiger te vangen is dan een snoek of een baars. Wanneer je bij het kunstaasvissen op snoekbaars je laat leiden door bepaalde aannames en mythes die hardnekkig rond de snoekbaarsvisserij blijven hangen, maak je het jezelf niet gemakkelijker. In het ergste geval vang je minder vis. Ik heb enkele van de bekendste hypothesen aan de tand gevoeld.

    1. Aan de extra staartdreg blijven slechts kleine snoekbaarzen hangen en bovendien verspeel je door de dreg veel grote vis!

    Onzin! Ik raad je dringend aan om al het rubber kunstaas vanaf tien centimeter lengte te voorzien van een combinatie met een korte jighaak en een extra (staart)dregje. Deze presentatie maakt het voor de snoekbaars een stuk gemakkelijker om het kunstaas naar binnen te zuigen. Een enkele grote jighaak is in dergelijke gevallen eerder hinderlijk. Aan de extra dreg blijven heel vaak de echte kanjers van snoekbaarzen hangen. Alleen dit jaar al lukte het me om vijf snoekbaarzen boven de ‘90 centimetergrens’ te landen, enkel aan de staartdreg! Al deze vissen beten in een stuk kunstaas met een lengte van niet meer dan 12,5 centimeter.

    Nooit zonder staartdregje! Veit Wilde heeft al veel mooie snoekbaarzen kunnen landen dankzij dat extra dregje en raadt iedereen aan er nooit meer zonder te vissen.

    Nooit zonder staartdregje! Veit Wilde heeft al veel mooie snoekbaarzen kunnen landen dankzij dat extra dregje en raadt iedereen aan er nooit meer zonder te vissen.

    2. Voor het snoekbaarzen met de shad heb je een opvallend gekleurde hoofdlijn nodig!

    De mogelijkheid bestaat inderdaad om bodemcontact en ook aanbeten te kunnen waarnemen door het gebruik van een opvallend gekleurde, gevlochten hoofdlijn. Toch wil ik het gebruik van dergelijke lijnen dringend afraden. Je loopt er als sportvissers het gevaar mee je uitsluitend nog op je hoofdlijn te concentreren. Dat maakt bijvoorbeeld succesvol vissen in de schemering of ’s nachts lastiger. Het is een kwestie van oefening om alles via de blank van de hengel te kunnen registreren. Wanneer je die vaardigheid eenmaal bezit, ben je in staat om ook in de schemering en ’s nachts te vissen. Iets wat in veel wateren noodzakelijk is om met regelmaat snoekbaars te kunnen vangen.

    De auteur vist bij voorkeur met onopvallende hoofdlijnen.

    De auteur vist bij voorkeur met onopvallende hoofdlijnen.

    3. Met de Erie-jighead heb je tijdens het snoekbaarzen minder kans op hangers dan met een ronde jighead!

    Dat gaat in het gunstigste geval op voor wateren met een bodem waarop veel takken en boomstammen liggen. Bij het landen van de Erie-jig op de waterbodem kan de naar boven gerichte haak in sommige gevallen voorkomen dat het kunstaas blijft steken in het hout. In de praktijk kan de ronde loodkop echter ook onder deze omstandigheden heel behoorlijk meekomen. Het loodgewicht zal namelijk altijd als eerste de bodem raken en nog voordat de hele shad op de bodem ligt, of omkiept, heb je in de regel al lang weer een opwaartse hengelbeweging ingezet. Dat geldt in het bijzonder voor rubber kunstaas met een drijvend vermogen. Ik heb zelf juist de ervaring dat op een stenige bodem de Erie-jighead voor meer hangers zorgt dan de gewone ronde jighead. De hoekige Erie-jighead kan zich gemakkelijk vastzetten in de spleten tussen de stenen en is dan moeilijker los te trekken dan een ronde loodkop. Daarbij komt dat de Erie-jighead zich niet zo ver laat werpen als een ronde loodkop.

    In stilstaand water zijn ’s winters vaak verre worpen noodzakelijk, want het aas moet naar de diepste stekken.

    In stilstaand water zijn ’s winters vaak verre worpen noodzakelijk, want het aas moet naar de diepste stekken.

    4. In de winter moet je de snoekbaars op de diepste stekken van een water zoeken!

    Voor stilstaand water is deze uitspraak veelal correct. In stilstaand water is het water in het diepste gedeelte gedurende het koude jaargetijde meestal het warmst. Aangezien vissen koudbloedige dieren zijn, zoeken ze in de winter het warmste water op en houden zich daar vervolgens ook bij voorkeur op. Wel is het zo dat nooit alle snoekbaarzen zich op dezelfde diepte ophouden. Je hebt dus ook op de minder diepe stekken vaak goede kansen op een vangst.
    In stromende wateren speelt de waterdiepte ’s winters een ondergeschikte rol. Door de constante stroming wordt het water voortdurend gemengd, zodat de temperatuur overal nagenoeg hetzelfde is. Zelfs bij vorst heb ik in de rivier snoekbaars kunnen vangen op stekken die niet meer dan één tot drie meter diep zijn. Waar je wel op moet letten is de stromingsdruk. Snoekbaarzen zoeken in het koude jaargetijde in de rivier graag de rustige stekken op en dat zijn bijvoorbeeld havenbekkens.

    Met grote rubber shads vang je niet per se alleen grote snoekbaars…

    Met grote rubber shads vang je niet per se alleen grote snoekbaars…

    5. Groot aas zorgt voor grote snoekbaars!

    In de warme jaargetijden is dat compleet onjuist. In die periode bijten er veel meer snoekbaarzen op kunstaas in de grootte van acht tot veertien centimeter. En daarbij zitten ook de echte kanjers. Duidelijk grotere shads zorgen bij hogere watertemperaturen juist voor beduidend meer missers. En ze leveren ook geen doorslaggevende stijging van het gemiddelde formaat van de gevangen snoekbaars op. Kleinere snoekbaarzen grijpen het XXL kunstaas immers net zo makkelijk als de grotere vissen. Het goed en succesvol vissen met grote shads is bovendien een stuk moeilijker, lossers en missers zullen er door toenemen. In de late herfst en in de winter heb ik echter op kunstaas met een lengte onder de vijftien centimeter gemiddeld veel minder aanbeten gekregen, dan op de grotere modellen. Kunstaas van zestien tot twintig centimeter lang zorgen in deze periode dat je de meeste snoekbaarzen kunt vangen en dat in alle voorkomende maten.

    In het donker is de plug vaak beter geschikt voor het snoekbaarzen dan de rubber shad.

    In het donker is de plug vaak beter geschikt voor het snoekbaarzen dan de rubber shad.

    6. De jigkop moet bij het snoekbaarzen zo licht mogelijk worden gekozen!

    Over het algemeen is dit een juiste stelling, maar er zijn uitzonderingen. Ga uit van deze vuistregel: je moet er op letten dat de afzinkfase, na het optikken van de shad vanaf de bodem, ongeveer twee seconden duurt! Lukt dat met die twee seconden, dan zit je eigenlijk altijd goed! Met name in door scheepvaart bevaren kanalen en in diepe meren heb ik echter meermaals meegemaakt dat kunstaas met een te veel aan loodgewicht juist beter ving. Het kan soms lonen om bij wijze van test naar een loodkop te grijpen die minimaal vijf gram zwaarder is. Te licht vissen is evenmin aan te raden. Wanneer jouw rubber kunstaas niet regelmatig bodemcontact maakt, kun je er vrijwel zeker van zijn dat je buiten de aanbijtzone van de snoekbaars vist.

    Dikke fluorocarbon onderlijnen gebruikt onze auteur het liefste, maar hij is er van overtuigd dat je met een stalen onderlijntje net zoveel snoekbaars kunt vangen.

    Dikke fluorocarbon onderlijnen gebruikt onze auteur het liefste, maar hij is er van overtuigd dat je met een stalen onderlijntje net zoveel snoekbaars kunt vangen.

    7. Een rubber shad is het beste kunstaas voor snoekbaars!

    Bij daglicht zal deze uitspraak in de regel veel waarheid bevatten. Dat komt omdat de lichtgevoelige snoekbaarzen zich overdag het liefst daar ophouden waar de lichtinval het geringst is, namelijk vlak boven de waterbodem.
    Daar is een rubber shad met een loodkop het gemakkelijkst te presenteren. Lepels, spinners en pluggen zorgen in de buurt van de bodem voor te veel hangers of verzamelen rotzooi aan de dreggen, wat het gebruik van dit kunstaas onaantrekkelijk zal maken. In het donker staan de zaken er echter geheel anders voor. Dan jaagt snoekbaars immers graag in de middelste waterkolom. Slanke pluggen zorgen daar voor meer aanbeten dan rubber shads.

    Op sterk beviste stekken vang je vaker veel kleine en middelgrote snoekbaars, de kanjers mijden deze gedeelten van het water.

    Op sterk beviste stekken vang je vaker veel kleine en middelgrote snoekbaars, de kanjers mijden deze gedeelten van het water.

    8. Met een onopvallende onderlijn van fluorocarbon krijg je meer aanbeten van snoekbaars!

    Fout! De meeste goede snoekbaarswateren zijn in meer of minder mate troebel te noemen. Dan speelt het geen enkele rol of je nu met een stalen onderlijn of met fluorocarbon vist. Wel moet gezegd worden dat er in relatief helder water en bij zonneschijn een meetbaar verschil valt vast te stellen in het aantal aanbeten bij een stalen en bij een fluorocarbon onderlijntje. Al met al heb ik bij het vissen op snoekbaars een voorkeur voor een fluorocarbon onderlijn. Wanneer je bij hangers geen last hebt van scherpe obstakels die door het fluorocarbon snijden, dan is het prettig vissen met dit materiaal. Stalen onderlijnen moet je na enkele vangsten vaak vervangen omdat ze gekinkt zijn en dus aan breeksterkte hebben ingeboet. Wel raad ik je aan om dik fluorocarbon vanaf 50/00 te gebruiken. Het biedt wat beter bescherming tegen de tanden van een toevallig gehaakte snoek.

    9. Grote snoekbaarzen zijn eenlingen!

    Dat kan ik niet bevestigen. De grote snoekbaarzen houden zich vrijwel altijd op tussen hun kleinere soortgenoten. Daar waar je een ondermaatse vis aan de haak krijgt, kan de volgende aanbeet een joekel van een snoekbaars opleveren. Toch is niet elke stek waar de kleinere snoekbaars aanbijt ook goed bezet met grote exemplaren. De grote jongens wijken uit wanneer de hengeldruk te groot is, zodat de kans op een kanjer op intensief en frequent beviste stekken steeds kleiner wordt.

    Om op afstand de haak te kunnen zetten in de benige snoekbaarsbek is een harde hengel met topactie een voorwaarde.

    Om op afstand de haak te kunnen zetten in de benige snoekbaarsbek is een harde hengel met topactie een voorwaarde.

    10. Voor het succesvol kunstaasvissen op snoekbaars is een harde hengel noodzakelijk!

    Voor het verticalen met rubber shads klopt deze stelling wel. Om de haak bij een aanbeet ook op afstand goed te kunnen zetten in de benige bek van een grote snoekbaars, is een krachtige hengel met een stramme topactie net zo onontbeerlijk als een gevlochten en dus rekvrije hoofdlijn en een strakke, goedlopende slip. Als één van deze drie voorwaarden niet klopt, dan zul je vis verspelen.

    Veit Wilde