• Op zoek naar zilver bij ‘Isla de Joventud’ Cuba

    Spikes.

    Inmiddels voor de derde keer vertrok ik op zondag 12 juli naar Cuba. Dit keer samen met mijn broer en goede vriend Theo Huizing van reisbureau Tropical Flyfishing.com

    www.tropicalflyfishing.com

    Ik wist wel ongeveer wat me te wachten stond, maar toch is er altijd die onderhuidse spanning gecombineerd met lichte onzekerheid. Heb ik wel het juiste materiaal mee, gaat de douane moeilijk doen, komt mijn bagage wel aan? Er spookt tijdens zo’n reis veel door je hoofd. We mochten 8 dagen vliegvissen op zout water. Een heerlijk vooruitzicht dus. De slogan van Theo’s bedrijf is niet voor niets ‘Your dream is our job!’ Dat heeft hij de afgelopen jaren voor mij al vaak waar gemaakt.

    Het uiteindelijke reisdoel was niet het Cubaanse hoofdeiland, maar een eilanden archipel ten zuidoosten daarvan. De archipel bestaat uit een veertigtal grotere en kleinere eilanden, waarvan de meeste omgeven zijn door mangrovebossen afgewisseld met kreken en flats. De ideale leefomgeving voor tropische krachtpatsers. Dit alles ligt vlak bij het grootste neveneiland van Cuba, genaamd ‘Isla de Joventud’. Wat zo ongeveer ‘Eiland van de Jeugd’ betekent. Veelbelovende naam. Geen idee waarom het eiland deze naam gekregen heeft… Hoewel, tijdens het vissen daar heb ik me weer als een klein jongetje gevoeld en gedragen.


    Bonefish.

    Wie vist en ‘Cuba’ hoort, denkt al gauw aan de schrijver en avonturier Ernest Hemingway, de auteur van het wereldberoemde boek ‘The old man and the Sea’ over een heldhaftige strijd van een oude Cubaanse visser met een gigantische marlijn. Het boek is een aanrader voor elke sportvisser. Hemingway heeft vele jaren van zijn leven tussen het levensgenietende Cubaanse volk doorgebracht en zich tussendoor ‘suf’ gevist in de prachtige blauwe Caribische zee. Ook heeft hij regelmatig met Fidel Castro gevist. De mannen waardeerden elkaar. Castro heeft, door zijn vriendschap met de schrijver/visser, ook altijd de sportvisserij een warm hart toegedragen. Na de dood van Hemingway is het stimuleren van sportvisserij ongeschreven beleid van de regering geworden. Commercieel vissen is namelijk daarom bijna overal verboden rond Cuba en er zijn vele unieke visreservaten met ongelofelijk goede visbestanden. Tarpon, bonefish, barracuda en snook zijn de bekendste vissoorten. Daarnaast komen er nog tientallen andere interessante sportvissen voor in vaak forse formaten. Zo moet het vroeger overal in de Carribean geweest zijn. Enkele jaren geleden is één van de laatste commerciële Tarpon visserijen volledig stilgelegd, dit scheelt toch weer zo’n 20.000 ton dode vis per jaar. Een goede zaak en een fenomeen dat je misschien eerder in een westers land zou verwachten. De ‘Silver King’ komt dan ook nog steeds veelvuldig voor en kan tot zo’n 150 pond zwaar aan het einde van je lijn aangetroffen worden.

    Sportvissers zijn in dit kleine Spaanstalige en communistische land dus overal welkom en het verkrijgen van een vergunning is, via de juiste kanalen, relatief eenvoudig. Daarvoor moet je wel de hulp inroepen van gespecialiseerde touroperators, anders loop je het risico een niet bestaand hotel gereserveerd te hebben en geen gids en vergunning te hebben. Ik spreek uit ervaring, maar dat is een ander verhaal. Verder moet je als Europeaan realiseren dat je in het laatste echt communistische bolwerk van de wereld verblijft. Enige flexibiliteit en incasseringsvermogen is gewenst. Ook moet je tegen strakke overheids apparaten en stugge ambtenaren kunnen.

    Naast de vrolijke en gastvrije Cubanen zie je ook veel armoede. Een land van tegenstellingen. Omdat ik met eigen ogen zie dat ook lokale Cubanen voordeel hebben van vistoerisme weet ik dat ik met mijn bezoek niet alleen kom halen maar ook brengen, voor mij een belangrijk punt.


    Tandjes genoeg!

    Na een overnachting in Havanna, een lokale vlucht in een oud Russisch toestel, de nodige formaliteiten en zelfs een controle op de Mexicaanse griep komen we bij onze lodge aan, eigenlijk meer een volledig ingericht hotel. Het is gelegen vlak bij Nueva Gerona, de hoofdstad van Isla de Joventud. Toch merk je er weinig van de geluiden van de stad. Het hotel is een oase van rust, met vriendelijk en behulpzaam personeel. Gelukkig is al ons materiaal ook goed en volledig aangekomen. Dat is altijd een hele geruststelling omdat ik nooit echt veel vertrouwen in de bagage afhandeling op luchthaven heb. Helaas mogen hengels, reels (met vliegenlijnen) en vliegen sinds een paar jaar niet meer mee als handbagage. Brrr, stel je voor dat je hengels niet aankomen. Handlijnen is nu niet echt mijn idee van fijn vissen. Dus ik ben altijd erg blij als alles er ook echt is.

    In mijn hoofd loop ik al het materiaal nog even door. Een #7 voor bonefish en kleine snook, een #8 voor grotere snook in de mangroven, een # 10 voor tarpon tot een pondje of 40 en een strakke #12 voor het zware werk. Vliegenlijnen voor elke hengel in drijvende, langzaam zinkende en snel zinkende versies. Aan de leaders besteed ik altijd extra veel aandacht. Te vaak heb ik op vorige trips mooie vissen verspeeld door leaderbreuk. Gemakzucht wordt altijd afgestraft. Alles in de tropen heeft tanden en is beresterk. Koraal en mangrovewortels vol mosseltjes zijn ook link. En niet te vergeten, de zoutwater vissen zijn er vele malen sterker dan onze snoeken, echt niet te vergelijken. Een run van een bonefish van 5 pond doet die van een snoek van 20 pond verbleken. Mijn eerste echte aanbeet van een Tarpon deed mij nog het meeste denken aan het per ongeluk haken van de intercity Groningen/Utrecht. Goed en duurzaam materiaal is dus van belang. Dit keer heb ik het nieuwste fluorocarbon van Stren mee in de 60 en 80 ponds variant. Daar had ik al goede ervaringen mee tijdens de Predator tour in Noorwegen dus als je er nu ook nog een grote tarpon mee kan vangen is het echt top spul.


    Stren & AT Decievers

    We willen nu natuurlijk direct vissen. Onze gastheren begrijpen dat gelukkig goed en de taxi’s staan al klaar. Snel de tropische kleding aan en een paar klodders factor 50 op het gezicht en we kunnen. Nog wel even snel een kop wereldberoemde Cubaanse koffie uit de handen van een Cubaanse schone en we zijn onderweg.


    Cubaanse taxi.

    De boten liggen in een bewaakte haven op een halfuurtje rijden met de taxi. We hebben er zin in. Het is nog geen 10 uur in de ochtend als we bij de boten staan. Aangekomen bij de haven staan de gidsen ons al op te wachten. Het is nog net geen 10 uur. We krijgen onze gids en een boot toegewezen. Ik deel de boot met mijn broer Ronald. ‘Nu heeft Ronald twee gidsen’ grapt Theo. Onze gids is Michael, een jonge Cubaan, die sinds vier jaar visgids is. Michael spreekt ook goed Engels. Hij gaat direct aan de slag met het optuigen en controleren van onze hengels op speciaal daarvoor gemaakte bokken. Vooral onze verbindingen tussen de backing en de vliegenlijn controleert hij nauwkeurig. Daar zal hij wel slechte ervaringen mee hebben. Weg vliegenlijn, weg vis, het kan maar zo gebeuren. Ik heb op de zwaardere hengels minimaal 300m 50 pond backing gespoeld. Dat lijkt misschien wat overdreven, maar na het landen van tarpons van meer dan 150 pond in Costa Rica weet ik wel beter. Wat veel vissers niet weten, is dat de meeste vliegenlijnen een breeksterkte hebben van 30 a 40 pond. Dan is het wel zo verstandig backing te nemen van meer dan 40 pond. Dus niet de standaard verkochte 20 ponds forelbacking. Ik vis wel eens met tippets van 25 pond en de zwakste schakel breekt dan dus eerst.


    Gelukkig is onze gids tevreden over ons knoopwerk en na wat lachen en zwaaien naar de anderen zijn we weg. We vliegen nu over het kobaltblauwe water. We vissen deze week met echte vismachines, Dolphin skifs. Ze zijn helemaal ontworpen voor vliegvissen op zee. Dus een ruim werpplateau voorop en een beugel om met je rug tegen te leunen in hoge golven.


    Drie knappe koppen

    Na 20 minuten stuiteren over de golven komen we bij het eerste door mangroven omgeven eiland. Wat mij opvalt zijn de vele dode mangroven, die her en der in het water liggen. ‘Hurricanes’ zegt Michael. De afgelopen jaren heeft dit gebied het zwaar te verduren gehad. Gelukkig zie je ook al weer veel verse uitlopers naast het dode hout. De natuur is hier veerkrachtig. De motor gaat uit en we ‘polen’ (gids duwt boot met stok) voorzichtig een lagune binnen. Omdat mijn broer voor het eerst mee is mag ik het goede voorbeeld gaan geven. We zullen zien.


    Net voor onweer.

    Het water is helemaal stil en glad. Hoewel het water glashelder is, ziet het er zwart uit door de donkere bodem in de lagune. Dat komt door alle dode bladeren van de mangroven. Die zijn vervolgens weer de bron voor een hele voedselketen. ‘Big Tarpon here’ zegt Michael op bezwerende toon. Dus ik kies voor safe en pak mijn 9 voet 12 Sage. Ik laat Michael de vlieg kiezen uit mijn te volle stockbox. Hij kiest een zelf gebonden en ontworpen chartreuse AT Deceiver van een cm of 12. Het is trouwens wel zo beleefd je gids je eerste kunstaas of de vlieg te laten kiezen. Bovendien weet hij waar hij het over heeft, niet slim om dan eigenwijs te zijn. Als vliegenlijn gebruik ik een Rio clear sinktip. Daarmee kan ik een meter dieper vissen dan met een drijvende lijn. Na wat gehaast maar nauwkeurig knoopwerk ben ik er klaar voor. Ik begin met lange halen een meter of 20 lijn af te strippen en leg de lussen zorgvuldig op het werpdek. Op deze manier kun je de lijn zonder knopen opnemen, want in de tropen moet je altijd klaar voor actie zijn. Opeens kan er een grote vis opdoemen uit het niets. Tarpons duiken soms ineens op uit de mangroven en dan heb je nog een seconde of 4 om je vlieg voor de vis te plaatsen voordat ze weer verdwijnen. Of een grote zeekrokodil komt opeens voorbij zwemmen. Je weet het hier maar nooit.


    Ook poppers werken goed.

    Maar nu is het nog rustig. ‘Make some casts’ zegt Michael. ‘Hij wil natuurlijk weten af ik een beetje kan werpen’ denk ik. Logisch ook, want dan kun je als gids met positioneren van je boot rekening houden met de werp capaciteiten van je gast. Enigszins onwennig, het is ook wel een pook van een stok zo’n 12, begin ik mijn eerste valse worpen te maken. Wel lekker om zo je spieren los te maken na de vele uren zitten gedurende de reis vanuit Europa. Duizenden kilometers reizen om te vissen. Gekkigheid! Na een paar worpen komt het ritme er al weer lekker in. Broer kijkt nieuwsgierig toe. Straks mag hij voor het eerst van zijn leven met een 12 aan de bak.


    Baby Tarpon Sprong.

    Een minuut of 10 later, het water is nog steeds spiegelglad, lukt het me de vlieg weer nauwkeurig te plaatsen. Wat een rust. Het is inmiddels al dik 30 graden en je hoort zelfs geen vogels. De natuur houdt zijn adem in lijkt het wel. Ik fantaseer dan maar over grote Tarpons die uitdagend net onder de takken zwemmen. Die hersenspinsels probeer ik vervolgens zo goed mogelijk aan te gooien. Gaat goed zo. Nu iets meer naar links. Daar zwemt een beste net in de inham. Perfect! Strip en ….boem! Mijn fantasie wordt wreed verstoord door een echte en enorme kracht aan de andere kant van de lijn. Een enorme waterverplaatsing in de inham. Sh… dit is een echte tarpon! In een reflex zet ik de haak met mijn linkerhand. 1, 2, 3 en 4 keer ram ik met mijn hand op de snaarstrakke lijn. Die haak …moet… er… in. Ondertussen neemt de vis zijn eerste sprong. Vol uit het water met rode ratelende kieuwbogen. Wat een geweld en zo onverwacht. Losse lijn vliegt door mijn handen, slaat om de reel, maar schiet na een slangachtige beweging van mijn arm ook weer los. De vis gaat ondertussen een meter of 30 verderop voor de vierde keer de lucht in. Oef, de losse lijn is weg, hij is op de reel. Michael kijkt me verbouwereerd aan. ‘I did not see that fish at all’ mompelt hij. Ik lach schaapachtig terug. Wat een stront mazzel denk ik. Straks vertel ik de waarheid wel, misschien… De Billy Pate Tarpon anti reverse reel giert het uit.

    Ik kan niets doen terwijl de vis meter na meter lijn neemt. De tiemco spearpoint haak lijkt wel goed gepakt te hebben. Bij gemiddeld 3 van de 4 gehaakte tarpons schiet de haak na de eerste sprongen los. Dat is een bekend feit. Gelukkig kan de vis niet ver weg in deze besloten lagune. Tenminste als hij de doorgang niet neemt. Daar liggen al die losse mangrove stronken. Niet goed. Daar moet ik hem dus weghouden. Op dit moment heb ik weinig te vertellen. De vis gaat waar hij dat wil. Woest scheert hij langs de randen van de mangroven. Daarbij blijft de leader af en toe even achter een tak hangen. Uit mijn ooghoeken zie ik mijn broer met open mond op zijn stoel zitten kijken. ‘Ja, zo gaat dat hier’ roep ik net iets te hard. Gaaaaf! De adrenaline heeft zich nu volledig meester van mij gemaakt. Zweet gutst over mijn rug en prikt in mijn ogen.


    Markante kop.

    De runs worden uiteindelijk minder lang. De volgende fase van het gevecht begint. De zogenaamde ‘dogfight’. Daarbij draait de vis links en rechts om de boot en duikt er dan zelfs af en toe onderdoor. Dat zijn de gevaarlijkste momenten. Dan kan er veel fout gaan. Als de hengel de bootrand raakt kan hij breken. De lijn kan ergens onder de boot blijven hangen. Er zijn vele manieren om de vis dan te verspelen, dat heb ik zelf al vaak genoeg bewezen.

    Ik doe wat ik moet doen: maximaal druk houden op de vis. Hengel altijd dwars en laag houden. Gaan tot de uiterste breekkracht van je materiaal. Daar moet je nu blind op kunnen vertrouwen. De vis mag niet rusten. Ik moet het initiatief houden. Mijn armen trillen meer en meer van de inspanning. Ik zie de hengeltop er van schudden. Mijn conditie is ook niet meer wat hij geweest is. De vis draait naar rechts, ik zwaai de hengel naar links en probeer hem te keren. Afwisselend pompen met de hengel en de losse lijn indraaien werkt het beste. Als ik de vis met veel moeite gestopt heb trek ik weer naar rechts om hem weer om te draaien en tegelijkertijd lijn te winnen. Dat is de enige manier om een grote Tarpon bij de boot te krijgen. Daar worden ze moe van. Ik zie de vis even stilhangen en aanstalten maken om te rollen en lucht te happen. Tarpons hebben nog een primitieve long en kunnen daarmee ademen. De extra zuurstof die ze zo binnen krijgen werkt dan als een soort turbo boost. Niet goed nu. Ik trek extra hard en laag en weet daardoor te voorkomen dat hij gaat rollen. Daar is ie niet blij mee. Met een enorme krachtsinspanning scheurt de vis vervolgens weer een meter of 20 van de reel en springt woest schuddend half het water uit.
    Hmm, daar ben ik dus niet veel mee opgeschoten. En opnieuw stort ik me op de dogfight. Armen doen wel wat zeer nu. Wat is die spoel van die reel toch klein. Michael en mijn broer lachen me toe, of lachen ze me nu uit.


    De eerste Tarpon.

    Enkele minuten later komt de vis eindelijk dicht bij de boot. Het moeilijke bij het drillen van dit soort vissen met een vliegenstok is dat je vlak naast de boot de vis niet meer kunt sturen. Daar is de hengel gewoon te zacht voor. Dat het sturen van de vis is een hele operatie is blijkt ook nu weer. De vis koerst plots recht op de boot af en versnelt zelfs door het wegvallen van de lijndruk. Onze woeste blikken en prehistorische kreten kunnen de vis niet op andere gedachten brengen. Nee! De scene die dan volgt zou het goed doen in een slapstick film. Terwijl de vis onder de boot schiet duik ik met de hengel vooruitgestoken naar de boeg van de boot om deze onder water te kunnen steken. Door deze actie moet Michael een sprong maken om de aanzwaaiende hengel te ontwijken. Plat op mijn buik landend op de boeg steek ik de hengel diep in het water om te voorkomen dat de lijn ergens aan blijft hangen. Uit mijn ooghoeken zie ik Michael struikelen en in de boot neerkomen. Daar schrikt de Tarpon zo van dat die in een vluchtreflex direct naast de boot een enorme sprong maakt. Daardoor krijg ik weer een enorme ruk die me half om gooit. En voor ik het weet zit ik weer op mijn knieën met een maximaal gebogen hengel en probeer de vis te stoppen. Het lijkt wel een circus act. Broerlief zit met grote ogen en open mond achter in de boot. De vis zit nog goed gehaakt. Ongelofelijk! Bijna gelijktijdig schieten we alle drie in de lach.

    Weer een paar minuten later is de vis weer bij de boot. Het grote geschubde lichaam begint te kantelen. Yes! Een teken van overgave. Ik kan nu ook het kenmerkende grote oog zien en de typische gevormde bek. De latijnse naam voor Tarpon is ‘Megalops Atlanticus’ megalops betekent ‘grootoog’. De cirkels rond de boot worden steeds kleiner nu. Bij vliegvissen op ‘big game’ telt een vis al als gevangen als de visser of zijn gids de leader vast kan pakken. Dit omdat het in de boot halen van een grote vis nog weer een gevecht op zich is. Het is net of de vis dit weet en ons een lesje wil leren. De leader blijft telkens net buiten het bereik van Michael’s vingers. Hij uit een gedempte vloek. Ik probeer rustig te blijven. Dit is het moment waarop je een groot risico loopt de vis door overhaast handelen te verspelen. Zit de haak nog wel goed? Is de shocktippet wel dik genoeg? Langzaam neemt de angst de vis in de eindfase te verliezen toe. Het einde van de leader raakt nu het topoog. Verder kan ik niet binnendraaien. Ik heb geen stuur over de laatste anderhalve meter tot de boot. Michael zit nu klaar om de leader te grijpen. Ik loop in een opwelling zo ver mogelijk naar achteren in de boot om zo de vis dichter bij hem te krijgen. De vis gaat nu op zijn zij liggen en geeft het op. Michael rekt zich zo ver hij kan en grijpt de leader. ‘Yes, caught fish!’ brul ik en loop weer naar voren.

    Handige actie van me. Door de commotie in de boot schrikt de vis en draait in één beweging weg van de boot. Michael wordt naar voren getrokken en moet de leader daarom weer los laten. Ik wordt hebberig ‘Let’s shoot a picture with this fish Michael’ roep ik. ‘Ok, bring him in then’ antwoord hij terwijl hij probeert te voorkomen dat hij voorover het water in valt. Geweldige vent!

    Even later is de vis weer bij de boot. Nu weer dezelfde manoeuvre met meer zelfbeheersing van mij en de grote bek is binnen handbereik. Michaels rechterhand sluit zich nu als een bankschroef om de onderkaak van de uitschuifbek. De Tarpon klapt nu wild in het water heen en weer en spettert er op los. Niet erg. Vis is binnen. We schatten de vis op ca. 60 pond en ongeveer 1m 45 lang. Geen unsters en meetlinten. De vis moet snel weer terug met dit hete weer. Even later hebben wij onze foto’s en de Tarpon zijn vrijheid weer terug.


    Wat een oervis.

    Zittend op de boot genieten we nu na. Blikje fris er bij. Het adrenaline peil is nog hoog. Dat moet eerst maar eens zakken. Ik bedankt Michael voor zijn hulp en acrobatiek. Hij lacht. Één aanbeet één Tarpon. Wel uniek. Grappig ook hoe zo’n gevecht voor je gevoel een eeuwigheid lijkt te duren. Net alsof de tijd dan stil staat. Uiteindelijk heeft de dril in realiteit net een kwartier geduurd.

    ‘Look at that!’ roept Michael plotseling. Twee grote Tarpons rollen relaxed de lagune binnen. Ze lijken nog groter dan de net vrijgelaten vis. Ik kijk naar mijn broer. ‘Ga jij nog maar eens’ zegt hij. Dan ga ik daarna wel, we zijn er nog maar net. Kijk dat is nu pas een echte broer. Snel pak ik de hengel en begin lijn af te strippen. Daar gaan we weer.


    80 ponds Tarpon.


    Tijd om te….

    Anderhalf uur later hebben we lunchpauze. We liggen voor anker. Broodje, blikje, muziekje uit iPod. De score is twee Tarpons voor mij. 60 pond en 80 pond en een Tarpon van 70 pond voor Ronald. Dat laatste is bijzonder. Het is zijn eerste Tarpon en zelfs zijn eerste vis op de vlieg in het zoute water. Uniek! Te mooi om als simpel beginnersgeluk af te doen. Mijn eerste vis op het zoute water was een bonefish van 2 pond. Tja. En dit waren nog maar de eerste paar uur vissen. Nog vijf en halve dag te gaan.

    De rest van de week hebben we nog vele mooie vissen gevangen. Naast meer Tarpon ook barracuda’s, bonefish, Snook en snappers. Alleen de ultieme zoutwater vis voor vliegvissers, de geheimzinnige Permit, hebben we niet gevangen en zelfs niet gezien. Er moet natuurlijk altijd wat te wensen over blijven.


    Relaxen in Cuba.

    Voor meer informatie kunt u terecht op de website van reisbureau Tropical Flyfishing.com

    www.tropicalflyfishing.com