• Tien tips voor het vissen met kunstaas in de winter

    Christopher Görg  behoort tot de winterharde sportvissers die zelfs in de koudste maanden nog met de kunstaashengel naar de waterkant gaan. Wanneer je er net zo over denkt, dan zijn hier tien winterse kunstaas tips om ook in de winter succesvol te kunnen zijn.

    1. De innerlijke koukleum overwinnen

    De blik uit het raam van de warme woning werkt in de winter vaak afschrikkend. Wind, sneeuw en een trillende koude weerhouden veel sportvissers ervan om de waterkant op te zoeken.

    kunstaas voor de winter

    Echter alleen wanneer je kunstaas te water laat, kun je hier ook daadwerkelijk iets mee vangen. Thuis wordt dat zeker niets.

    Thuis wordt dat zeker niets. De grondregel voor het vissen in de winter is dat je jezelf een duwtje moet geven en de angst voor de koude moet overwinnen door op of langs het water de hengel ter hand te nemen.

    2. Warm moet het zijn

    Ook wanneer de buitentemperatuur rond het vriespunt ligt, betekent dit nog niet dat je het koud moet hebben tijdens het vissen. Een afgekoeld lichaam is niet alleen slecht voor de gezondheid, het beneemt je ook het plezier van het vissen.

    winter kunstaas

    Op warme kleding mag je in geen geval besparen, het devies luidt: liever wat te veel dan te weinig.

    Kledingstukken uittrekken kan altijd nog. Hete thee uit de thermosfles draagt ook aan een comfortabel gevoel tijdens het vissen bij.

    3. Doorzettingsvermogen tonen

    Juist in het koude jaargetijde kan het nog wel eens lang duren voordat je een vis kunt haken. In de winter zijn de roofvissen niet meer overal in een water te vinden, maar liggen ze dichter bij elkaar in een beperkt gedeelte van het water. Er is wat doorzettingsvermogen voor nodig om deze stekken te vinden.

    Het is belangrijk om ook na enkele succesloze uren niet meteen op te geven, maar volhardend je doel – een vis te vangen – te blijven volgen.

    4. Keuze van het water

    Wanneer je de keuze hebt uit meerdere wateren, dan kan het raadzaam zijn om voor een kleiner water te kiezen.

    Hier heb je een grotere kans om de standplaatsen van de vissen te vinden, omdat de vis minder schuilplaatsen ter beschikking heeft dan op grotere wateren.

    Een voorwaarde is natuurlijk wel dat het bestand aan roofvis niet al te klein is op dat water.

    5. Prooivissen vinden

    Op plekken waar zich veel prooivissen ophouden, daar zijn de roofvissen ook meestal niet ver weg. In de winter liggen deze op een beperkt aantal plekken bij elkaar. Vaak is het zo dat de kleine vissen zich jaar na jaar op dezelfde stekken ophoudt. Wanneer je als kunstaasvisser met dergelijke stekken bekend bent, dan blijft succes doorgaans niet lang uit. Met behulp van een visvinder zijn de grote scholen prooivis vaak goed te lokaliseren. Ook bij het vissen zonder dieptemeter is het goed mogelijk om die grote scholen te vinden.

    Kleine tikjes op de hengeltop en per ongeluk verkeerd gehaakte witvis zijn een duidelijke aanwijzing voor een school prooivis.

    6. Hotspots herkennen

    Natuurlijk kan de roofvis zich ophouden op plekken die voor ons sportvisser weinig vertrouwen geven. Toch is het aan te raden om op de uitkijk te blijven naar markante plekken. Een schuin aflopende helling onder water is voor roofvissen een standplaats die vaak benut wordt. Met name dan wanneer er op een water weinig van dergelijke structuren te vinden zijn.

    Plekken waar het voor de vissen mogelijk is om snel vanuit de diepte tot in het wateroppervlak te komen, zijn echte hotspots.

    Hier houden de roofvissen zich vaak op, omdat ze dan in het voorjaar snel in het opwarmende, ondiepe water kunnen komen.

    7. Aasperiodes aanhouden

    In de winter zijn de roofvissen vaak maar voor korte tijd actief. Dat betekent dat ze in een korte aasperiode voedsel tot zich nemen. Rond dat tijdstip dient het kunstaas in het water te liggen.

    Wanneer de aasperiodes op een bepaald water bekend zijn, dan kun je ook heel gericht in die periode vissen.

    Je dient hierbij in het oog te houden dat de aasperiodes al naar gelang de weersomstandigheden ook enkele uren kunnen verschuiven.

    8. Ga eens langzamer

    Doordat de stofwisseling op een laag pitje staat, zijn de vissen zeer traag. Een rustig binnenvissen van het kunstaas is vaak de sleutel tot succes.

    Zelfs de prooivis beweegt zich in de winter minder snel, dit wil je graag imiteren.

    Zelfs de prooivis beweegt zich in de winter minder snel, dit wil je graag imiteren.

    De dropshotmontage en de Carolina rig zijn ook bij lage watertemperaturen nog goed te gebruiken. Ook no-action shads op een loodkop zijn een goede keuze in de winter.

    9. Kies voor groter kunstaas

    Veel roofvissen hebben er zich bij lage watertemperaturen op ingesteld om zo min mogelijk energie te verbruiken. Elke aanval van een roofvis kost een bepaalde hoeveelheid energie. Om die energie zo goed mogelijk is te zetten, is het voor de roofvis rendabeler om zich te richten op grotere prooivissen.

    Om die reden mag het kunstaas in de winter gerust een maatje groter zijn.

     

    10. Natuurlijk aas aanbieden

    Op sommige dagen, wanneer de bekken van de roofvissen vastgenageld lijken te zijn, kan het actieve vissen met dode aasvissen toch nog het gewenste resultaat opleveren.

    Dode aasvissen hebben het voordeel dat ze daadwerkelijk naar vis ruiken en proeven.

    Wanneer je verticaal kunt vissen, dan kun je de aasvis met een fireball aanbieden. In de andere gevallen kan het presenteren van een dode aasvis met een dropshotmontage of Carolina rig ook succesvol zijn.

    Tekst en Foto’s : Christopher Görg